Column

De poeptest is weer terug

Soms vliegt de tijd je nog sneller voorbij dan Usain Bolt in zijn beste dagen. Hij heeft de finish al bereikt terwijl jij nog tegen het startblok leunt. Je kijkt bevreemd om je heen in een rumoerig stadion en vraagt je af waarom je stil bent blijven staan.

Mij overkwam het weer eens toen ik in mijn brievenbus de paarse envelop met de woorden ‘Bevolkingsonderzoek’ en ‘Zelfafnametest’ vond. Wat moest ik nu weer mezelf afnemen? Bloed, zweet, tranen? Had ik iets gemist in het publiek debat en was er geheel buiten mij om een drastische beslissing genomen met ingrijpende gevolgen voor mijn leven?

Ik maakte de envelop nerveus open, alsof ik een belastingschuld had gemaakt die ik mijn boekhouder niet in de schoenen kon schuiven. De openingszin bracht weinig opluchting: „Geachte heer, hierbij nodigen wij u uit voor het bevolkingsonderzoek darmkanker.” Mijn eerste gedachte: alwéér, hoe kan dat nou? Ik was toch nog onlangs gezond verklaard, althans, mijn darmen?

Ik dook in mijn medische paperassen om tot de opzienbarende ontdekking te komen dat er niets bijzonders aan de hand was. Ik (beter gezegd: mijn ontlasting) was inderdaad twee jaar geleden onderzocht en in orde bevonden.

Toen al werd door de medische autoriteiten aangekondigd dat ik elke twee jaar zo’n uitnodiging zou ontvangen. Het onderzoek is bestemd voor mensen tussen 55 en 75 jaar, daarna mag je doodgemoedereerd creperen aan de vreselijkste darmziekten die Onze Lieve Heer voor ons bedacht heeft. Wie wil er nou ook ouder dan 75 jaar worden?

Ik herinnerde me dat ik er destijds enkele stukjes over had geschreven. Die gingen vooral over de twijfel die me beving toen ik me na ontvangst van zo’n paarse envelop in het onderwerp verdiepte. Wel of niet meedoen, dat was het dilemma. Enkele gerenommeerde artsen noemden het een onzinnig project dat bovendien schade aan de darmen zou kunnen veroorzaken. Andere artsen wezen erop hoe belangrijk vroegtijdige ontdekking van kanker kon zijn. Ik aarzelde lang – en besloot het toen toch maar te doen.

En nu? Ik voel geen enkele aarzeling meer, ik doe het gewoon. Mijn indruk is dat het velen zo vergaat. Het hele onderwerp lijkt uit het maatschappelijk debat verdwenen. Dat zal te maken hebben met de grote opluchting die destijds de gelukkigen hebben ervaren toen ze gezond uit de poeptest kwamen en een vervolgonderzoek niet nodig was.

Voor mij – en ongetwijfeld ook voor veel anderen – kwam er nog eens bij dat ik de afgelopen jaren mensen heb gesproken die na een ongunstig uitgevallen test snel en afdoende behandeld konden worden. Zulke verhalen vergeet je nooit meer.

Ik zie er tegenop, daar niet van. Alleen al de gebruiksaanwijzing voor de test bezorgt me vertrouwde rillingen. Dat buisje! „Uw ontlasting mag niet in aanraking komen met urine of met het water in het toilet.” „Ga naar het toilet en zorg dat uw ontlasting op het papier valt.” „Draai het groene dopje los (…). Prik met het geribbelde gedeelte op vier verschillende plaatsen in uw ontlasting.”

Ik herinner me weer de lezeres die me destijds schreef dat ze haar uitwerpselen in een dinerbord, geplaatst in de wc, had opgevangen. Die mededeling heeft mijn eetlust toen zodanig bedorven dat ik even geen darmen meer nodig had.