Dat privé mailen niet mag, is geen vrijbrief voor controleur

Op hoeveel privacy mag een werknemer rekenen die weleens tegen de regels in vanaf zijn werk privémails verstuurt?

Foto Koen van Weel/ANP

Op hoeveel privacy heeft een werknemer recht die weleens tegen de regels in vanaf zijn werk privémails verstuurt? De Roemeense verkoper Bogdan Barbulescu bracht deze maand het Europese Hof in Straatsburg tot een uitspraak. Barbulescu verloor zijn baan als verkoper in 2007 nadat hij het privé-e-mailverbod van zijn werkgever tamelijk flagrant had overschreden. Zijn baas confronteerde hem met 45 bladzijden uitgeprinte boodschappen die hij vanaf zijn werk verstuurde naar zijn familie. Hij vond dat artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens was geschonden, waarin onder meer het privéleven en het recht op vertrouwelijke correspondentie worden beschermd.

Het Hof oordeelde dat Barbulescu niet heel veel hoop op privacy op zijn werk kan hebben gehad, gezien de strenge regels die er golden. Maar een werkgever mag het recht op privacy ook weer niet tot nul reduceren, aldus het Hof. Van het monitoren van e-mailverkeer dient de werknemer tevoren op de hoogte zijn gesteld, dus voordat de controle daarop begint. Ook wat er dan allemaal wordt bekeken moet duidelijk zijn. Er moet ook zijn nagegaan hoe reëel de aanleiding is om juist met Barbulescu’s mails mee te gaan lezen. Had hij het bedrijf op één of andere manier door zijn privémails risico’s laten lopen? Zulke controles moeten proportioneel zijn – de werkgever moet tevoren bedenken of er ook methodes denkbaar zijn die zijn privacy minder beschadigen. En de maatregel moet in verhouding staan tot het doel: subsidiariteit. In het geval van Barbulescu was dat niet getoetst. Iedere Europese werknemer moet van het Hof van tevoren weten dat, waarom en wanneer controles plaatsvinden. En er moet steeds een redelijke aanleiding voor zijn. Barbulescu wint zijn zaak.

Barbulescu vs. Roemenië EHRM no. 61496/08