Bewonderenswaardig hoe onze koning zich door deze tekst heensloeg

recensie

De Troonrede was dit keer wel heel inspiratieloos, en taalkundig ook geen hoogstandje. Speechexpert vindt dat een rode draad ontbrak.

De Troonrede van 2017 klonk vertrouwd in de oren. Dat kwam niet zozeer door de vaderlijke toon van onze vorst, als wel door de woorden die soms wel erg bekend voorkwamen.

„Na jaren van tegenwind groeit de economie weer”, sprak de koning. Een jaar eerder was dat: „Sinds enkele jaren groeit de Nederlandse economie weer.” Het gevolg: „Meer mensen hebben een baan.” In de versie van 2016: „Steeds meer mensen vinden weer werk.”

„In een open en internationaal georiënteerde samenleving als de onze is het buitenland altijd een invloedrijke factor”, aldus de koning. Vorig jaar was dat nog: „De risico’s en onzekerheden voor onze open en internationaal georiënteerde economie komen vooral uit het buitenland.”

Onze koning prees „het harde werken en de veerkracht van de Nederlandse bevolking”. Een jaar eerder benoemde hij nog „het harde werken en de ondernemerszin van de Nederlandse bevolking”. Toch een woordje verschil.

De tekst leek bij vlagen een bijeenraapsel van eerdere uitspraken, hier en daar wat herschreven om het verwijt van zelfplagiaat voor te zijn.

Ook de onderwerpkeuze was weinig verrassend, want vrijwel identiek aan vorig jaar met blokjes over de Europese Unie, internationale samenwerking, klimaat- en energiebeleid, veiligheid en terrorisme, onderwijs en gaswinning in Groningen.

Dat de Troonrede weinig nieuwe voorstellen zou bevatten, was al bekend. Maar dit was wel heel inspiratieloos. Alsof een scholier is blijven zitten en een jaar later vrijwel hetzelfde werkstuk inlevert, hopend dat de leraar het niet doorheeft.

Taalkundig was het ook al geen hoogstandje. Hoewel de zinnen lekker kort waren, bleef de betekenis ervan vaak onduidelijk. Neem deze bijzondere duiding van de wereld om ons heen: „In de geopolitieke verhoudingen verandert er het nodige.” Absoluut waar. Maar zonder verdere uitwerking een volstrekt overbodige platitude: de zin zou niet misstaan in alle Troonredes sinds 1848.

Een rode draad ontbrak en aan soepele bruggetjes deed de tekst ook al niet. Want hoe ga je verder direct na een paragraaf over strafrechtelijke vervolging en berechting van de daders van vlucht MH17? Laat dat maar aan deze regering over: „Voor de verpleeghuiszorg is volgend jaar meer geld beschikbaar.”

Tenslotte waren sommige zinnen wel erg stroef geformuleerd: „Een baan hebben of werkloos zijn, maakt een groot verschil in het leven van mensen.” Probeer die zin maar eens hardop uit te spreken.

Wat dat betreft was het nog bewonderenswaardig hoe onze koning zich door deze tekst heensloeg.

Hij keek wel erg veel naar z’n blaadje en liet pauzes vallen op onhandige momenten – tijdens alinea’s in plaats van tussen de blokjes – maar zijn stem klonk krachtig en zelfverzekerd. De articulatie was prima en hij legde goed nadruk op de juiste woorden. Onze koning leek veel meer op zijn gemak dan bij eerdere edities.

Extra sneu dus dat hij met uitgerekend deze tekst op pad werd gestuurd.

Lars Duursma is speechexpert en oprichter van Debatrix