Balanceren, zwaaien, grijpen, dit is straks een olympische sport

Boulderen Klimmen zonder touw is populair. Boulderen heet het dan, en een klim duurt een halve minuut.

Foto Merlin Daleman

‘Het leuke eraan is dat je elke keer weer een nieuwe puzzel moet oplossen”, zegt Pieter-Paul Robroek (27). Hij heeft een aantal keer achter elkaar de klimwand getrotseerd en rust nu even uit op een bankje in boulderhal Grip in Nijmegen. „Fitness is toch altijd weer hetzelfde riedeltje”.

Boulderen is een discipline waarbij je klimt tot vier meter hoogte, zonder de veiligheid van een touw, maar wel met een dikke mat op de grond om een val te breken. Robroek is een van de nieuwkomers in de sport die de afgelopen jaren steeds populairder is geworden. De klimsport debuteert bovendien in 2020 als olympische sport op de Spelen in Tokio.

In Nederland opende negen jaar geleden de eerste bouldergym in Eindhoven, nu zijn er achttien, twee hallen zijn in aanbouw. De Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging deed vorig jaar een eerste telling van leden van klim- en boulderhallen en kwam uit op 32.000 klimmers, van wie 28.500 (ook) boulderen.

„Je wordt uitgedaagd op het gebied van kracht, balans, lenigheid en creativiteit”, zegt Arjen Bosch (28), bedrijfsleider van Grip. Hij drinkt koffie in het cafégedeelte, op een verhoging in het midden van de hal, met een panoramisch uitzicht over de klimwanden. „Vanaf hier kun je mooi zien hoe iemand anders het doet op een boulder waar jij problemen mee had.”

De klimroutes worden ‘boulders’ genoemd, een verwijzing naar boulderen, het beklimmen van rotsblokken. Een van de populairste bouldergebieden in Europa ligt bij Fontainebleau, een plaatsje vlak onder Parijs. In het beboste gebied zijn duizenden rotsblokken.

Suffer imago

In de buitenwereld voltooi je een boulder door er bovenop te staan, binnen doe je dat door de laatste greep, aangeduid met een stickertje, met twee handen vast te houden. Het uitklimmen van een boulder duurt meestal niet langer dan een halve minuut. Hierin verschilt boulderen met sportklimmen, waarbij je klimt tot zo’n twintig meter hoog en een partner je vanaf de grond zekert met een touw. „Klimmen is hardlopen, boulderen is sprinten”, zegt Bosch. „Het is explosiever en spectaculairder.”

Spectaculaire manoeuvres tijdens de World Cup in 2015.

Het enige wat je als boulderaar aan materiaal nodig hebt, zijn een paar strakke klimschoenen met stevige rubberen zolen en een zak magnesiumpoeder, ‘pof’ in klimjargon. De schoenen helpen bij het balanceren op kunststofgrepen en treetjes die zijn gemonteerd in de klimwand. Die zijn er in alle soorten en maten: soms zijn ze groot en rond van vorm, soms enkele millimeters dun en spits.

Foto Merlin Daleman

Het magnesiumpoeder zorgt ervoor dat je meer grip hebt. Soms is de volgende greep ver weg, dan moet je jezelf lanceren, midden in je sprong een greep vasthouden en terwijl je lichaam richting de wand zwaait, je voeten op de juiste treden plaatsen. Op andere momenten is de greep dichtbij, maar moet je een nauwkeurige voetbeweging maken om jezelf in balans te houden. Na iedere gelukte beweging is het de vraag: hoe kom ik bij de volgende greep?

Klimmen zonder zekering klinkt gevaarlijk, maar dat is het niet, zegt Bosch. „In het afgelopen jaar zijn er, met zo’n honderd bezoekers per dag, maar een paar kleine ongevallen geweest. Het is niet gevaarlijker dan wanneer je op een voetbalveld staat.” Naomi Persoon, woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging: „De meeste blessures ontstaan door een verkeerde landing, dat je knieën te veel worden belast bij het afspringen.”

De hallen voor sportklimmers, van die hoge, smalle torens, bestaan al sinds de jaren 90, zegt Grip-eigenaar Noël Poels. Die werden vooral geopend door en voor fanatieke klimmers. Zij beklommen rotswanden in heel Europa, maar hadden in Nederland geen plek om te trainen. Voor deze oorspronkelijke groep klimmers is de klimhal vooral functioneel: een plek om te trainen voor het echte werk, buiten.

Foto Merlin Daleman

Met de boulderhal kwam een tweede soort klimmer, die misschien nooit met een klimgordel en nooit buiten zal klimmen. Daarom tref je in de boulderhal een mengeling van oudgedienden en nieuwkomers. „De sport is door het boulderen los komen te staan van het buitenklimmen”, concludeert Bosch. Boulderen trekt veel mensen die normaal nooit met de klimsport in aanraking zouden komen, zegt hij. „Sportklimmen heeft een wat suffiger imago. Je staat toch de helft van de tijd te zekeren”.

Op de klimwanden hangen boulders van verschillende moeilijkheidsgraden kriskras door elkaar heen. Er zijn er voor beginners en voor gevorderden, en alles daartussenin. De boulders worden regelmatig uit de muur geschroefd om plaats te maken voor nieuwe, waardoor je steeds in aanraking komt met nieuwe „problemen”, zoals Bosch ze noemt.

Vincent de Jong (36) behoort tot de groep ervaren klimmers. „Klimmen in de buitenlucht vind ik leuker, maar binnen kies ik voor boulderen. Dat is meer puzzelen en ook socialer.”

Het sociale aspect is een andere verklaring voor de populariteit. In het café van Grip wordt kwaliteitskoffie en speciaalbier geschonken, er is lunch en avondeten. En in het bouldergedeelte hangt geen competitieve, maar een voor een sportcomplex haast opmerkelijk gemoedelijke sfeer. Er klinkt rustige muziek, boulderaars hangen rond, overleggen en moedigen elkaar aan. Bosch: „Sommige mensen blijven een halve dag hangen.”

Correctie (21 september 2017): In een eerdere versie van dit stuk stond dat je talkpoeder nodig hebt bij boulderen. Dat moet magnesiumpoeder zijn. Dit is aangepast. [red.]