Waarom merkt de burger zo weinig van de forse groei?

Koopkracht

De economie groeit harder dan verwacht, maar we merken het nauwelijks. Hoe dat komt, weet niemand. De koopkracht voor de burger groeit „een heel klein beetje”.

Foto Bart Maat/ANP

Het kabinet zei het vorig jaar op Prinsjesdag en zei het dinsdag opnieuw: burgers moeten de economische groei nu echt gaan voelen in hun portemonnee. Maar burgers merken, als het om koopkracht gaat, nog steeds weinig. „Maar een heel klein beetje”, zei minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in een toelichting op zijn laatste Miljoenennota.

Dat is gek. De economie groeit harder dan verwacht – „floreert” zelfs, volgens het Centraal Planbureau (CPB): 3,3 procent in 2017. De werkloosheid daalt snel en de arbeidsmarkt is in sectoren als de bouw en ict alweer krap te noemen: bedrijven hebben moeite om hun vacatures te vervullen.

Maar Nederlanders hebben nog altijd niets extra’s te besteden. Hun koopkracht stijgt dit jaar veel minder dan verwacht. Een doorsnee huishouden gaat er in 2017 maar 0,3 procent op vooruit, volgens de laatste raming van het CPB. Vorig jaar op Prinsjesdag verwachtte het CPB nog een toename van 1 procent.

Het ministerie van Sociale Zaken concludeert, op basis van eigen onderzoek onder ‘voorbeeldhuishoudens’, dat de koopkracht van sommige groepen Nederlanders – zoals werkzame alleenstaanden – er zelfs op achteruit gaat dit jaar. Ook dat was tegen de verwachting in. Dat komt vooral door de hoge inflatie (1,3 procent). Dat is een tegenvaller, nu de economie óók harder groeit dan verwacht.

Voor volgend jaar trekt het demissionaire kabinet Rutte II 425 miljoen euro uit om een dreigende koopkrachtdaling te repareren, vooral voor uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden. Dat resulteert voor deze groepen in 2018 in een bescheiden toename van hun koopkracht.

Belastingtarieven

In Den Haag leeft de verwachting dat het aanstaande kabinet van plan is om al op korte termijn de koopkracht verder te verbeteren, door bijvoorbeeld de belastingtarieven te verlagen. In de Troonrede van koning Willem-Alexander klonk het als een opdracht: „Het is belangrijk dat meer mensen profiteren van economische voorspoed.” Scheidend minister Dijsselbloem viel de koning bij: „De reëel beschikbare inkomens zijn nauwelijks verbeterd. Die staan nog op het niveau van 2001.” Vakbonden hebben voor de komende cao-onderhandelingen al een „minimale looneis” van 3,5 procent geuit.

De vraag waarom loonstijging nu al een paar jaar uitblijft, houdt behalve het kabinet ook hun economisch adviseurs bezig. Zo zoekt ook het CPB in zijn jaarlijkse Prinsjesdagstudie – de Macro Economische Verkenning – naar een antwoord op die vraag.

Daarvoor is allereerst een kanttekening bij de koopkrachtcijfers nodig. De rekenmeesters van het CPB en Sociale Zaken meten de koopkracht van mensen voor wie de werksituatie gelijk blijft. Dus hoeveel gaat een werkende er op vooruit? Ze nemen in de koopkrachtplaatjes niet de grote sprong in koopkracht mee van Nederlanders die werkloos waren en inmiddels een baan hebben gevonden. Nu de werkloosheid snel daalt – met bijna 100.000 werklozen in het afgelopen jaar – is juist dat een aanzienlijke groep. Je kunt volgens het CPB dan ook niet concluderen dat veel mensen nauwelijks profiteren van de economische groei.

Zowel Financiën als het CPB verwacht dat de lonen binnen afzienbare tijd zouden moeten stijgen. Bedrijven hebben geld genoeg en de macht van werknemers zal toenemen nu het aantal vacatures stijgt. Maar zeker van loonstijging zijn ze niet. Hoe kan dat?

De arbeidsmarkt is minder krap dan de lage werkloosheid doet vermoeden, aldus de Miljoenennota. Er staan nog mensen aan de kant die bij de overheid niet bekend zijn als werkloos.

Daarnaast is er de vraag: is er iets structureels veranderd in westerse economieën sinds de financiële crisis van 2008? Is de macht van werknemers permanent kleiner geworden? Hun lonen staan al jaren onder druk, hun positie is verzwakt: minder mensen zijn lid van een vakbond, er zijn steeds meer flexbanen en door de globalisering concurreren westerse werknemers met goedkopere arbeidskrachten elders. En dan is er de technologische vooruitgang: banen worden overgenomen door machines. De vraag is of het nieuwe kabinet volgend jaar de antwoorden heeft of opnieuw zegt: de burger moet de economische groei nu écht gaan merken.