Frans links hekelt ‘politiek proces’ tegen aanvallers agenten

Deze week staan in Parijs negen mensen terecht die worden verdacht van betrokkenheid bij het in brand steken van een politieauto en het gebruiken van geweld tegen de inzittenden.

De politie fouilleert een van de verdachten, vlak voor aanvang van de rechtszaak. Foto Philippe Wojazer/Reuters

Het filmpje van in zwart gehulde activisten die in hartje Parijs een politieauto in brand staken en zich op de inzittenden stortten ging vorig jaar de wereld rond. Een van de twee agenten werd als ‘Kung Fu Cop’ een internethit door de soepele moves waarmee hij de stalen pijp van zijn aanvallers wist te ontwijken.

Bekijk hieronder de video:

Tot eind deze week staan op het Île de la Cité in Parijs negen mensen terecht op verdenking van betrokkenheid bij het geweld. Radicaal-linkse activisten waren dinsdag bij de rechtszaal aanwezig voor het in hun ogen „politieke proces”. Omdat de zaal te klein bleek werd de zaak een dag uitgesteld.

Maar ondanks de brede verontwaardiging die in Frankrijk na de aanval losbrak, staan de activisten niet alleen in hun kritiek. Ook enkele academici en linkse media kritiseren de vervolging. Dat heeft deels te maken met magere bewijs tegen de op de video onherkenbare verdachten, maar ook met wat socioloog Geoffroy de Lagasnerie in het linkse Libération de beladen „context” noemt.

De brandende politieauto in Parijs, op woensdag 18 mei 2016. Foto Francois Mori/AP

De „onverzettelijkheid” van de toenmalige regering van Manuel Valls, die de „grenzen van de democratie” opzocht bij het doordrukken van economische hervormingen en daarbij methodes toepaste van een „autoritaire technocratie”, zou de aanval in zijn optiek rechtvaardigen. Ook de econoom Frédéric Lordon, die aan de basis stond van de vorig jaar opgekomen protestbeweging Nuit Debout, steunt de verdachten. De actiegroep Libérons-les hekelt de „radicalisering van de politie”.

Het incident had plaats op de dag, 18 mei, dat een politiebond op Place de la République demonstreerde tegen wat men ‘smerishaat’ noemde. Wekenlang was daar geprotesteerd tegen Valls’ beleid en dat leidde steeds weer tot aanvaringen tussen politie en relschoppers. Kort nadat hun (illegale) tegenprotest die dag uiteengedreven was, reageerden de activisten zich af op de politieauto die even verderop vaststond aan het Canal Saint-Martin. De twee inzittende agenten werkten niet: ze kwamen net terug van schietles.

De Parijse politie protesteerde vorig jaar tegen demonstrantengeweld. De al maanden durende noodtoestand eiste zijn tol bij de agenten.

Valls, die vreesde voor het internationale imago van Frankrijk, eiste „meedogenloze” sancties tegen mensen die „met een smeris willen afrekenen”. En snel werd inderdaad een aantal aanhoudingen verricht onder uiterst linkse kopstukken. Onder andere de 23-jarige student Antonin B. zat tien maanden vast, maar ontkent betrokkenheid.

De anonieme tipgever die hem en drie anderen had aangegeven, bleek later een ‘stille’ agent die, vindt de verdediging, zijn eigen politieke agenda had. Pas maanden later werden drie anderen aangehouden die snel bekenden. Omdat ook de oorspronkelijke verdachten nog worden vervolgd (ondermeer voor aanwezigheid bij een illegale demonstratie) spreekt de advocaat van B. van „een spektakelproces”.