Recensie

Fantasieloze herhaling van de eerste Kingsman-film

Actiefilm

Dat ‘Kingsman: The Golden Circle’ zo rechts is, maakt de film leuk. Maar deze opvolger doet vervolgens alles wat je bij een vervolg vreest.

Taron Egerton, Colin Firth en Pedro Casal in ‘Kingsman: The Golden Circle’

Is James Bond hun wensdroom, Kingsman is de natte droom van Britse Tories. Een supergeheim camelot van gentlemen, vrij van ‘politiek of bureaucratie’ – lees: democratische controle. Gerund door een old boys’ network van oud geld dat weet wat het beste is voor Engeland, en dus voor de wereld.

James Bond-spoof Kingsman was in 2014 een hit door wervelende, op Braziliaanse vechtsport geënte vechtscènes en een goede chemie tussen gentleman-mentor Harry (Colin Firth) en zijn volkse pupil Eggsy (Taron Egerton); de beloning voor het redden van de wereld bleek anno 2014 anale seks met een Zweedse prinses te zijn.

Die is in deel twee Eggsy’s vriendin, en dat is nog het minste wat misloopt in dit matige vervolg. School het gevaar in deel één in de zwarte milieuterrorist, in deel twee bedreigt een vrouw – Julianne Moore in harpij-stand – de status-quo. Als leider van drugskartel The Golden Circle beraamt zij iets nog ergers dan milieubescherming: drugslegalisatie. Daartoe roeit ze eerst de Kingsman uit. Op jonge held Eggsy na, die hulp zoekt bij de Amerikaanse collega’s: The Statesman, passend genoeg voortgekomen uit de drankindustrie.

Dat deze film zo rechts is – Fox News en The Sun zijn de enige nieuwsmedia – is leuk: film moet geen linkse hobby worden. Maar Kingsman doet alles waarvoor je bij een vervolg vreest: fantasieloze herhaling van ‘iconische scènes’, overbodige cameo’s van celebrity’s – ingeleid met een dramatische zoom – en dralen bij verhalende bagage van deel één. Kingsman loopt halverwege dood in een eindeloze subplot om Colin Firth – door het hoofd geschoten in deel één – uit zijn graf te laten herrijzen. Daar slaagt deze warrige, saaie film zelf niet meer in.