Column

Even oud

Mijn vader is wiskundige en vereert zijn abacus als een altaar. Daar kun je veel van vinden, maar het zorgt er in ieder geval voor dat ik ontzag heb voor getallen. Dat heeft zijn voordelen (je maakt nooit een fout bij het berekenen van btw) en zijn nadelen: op een zeker moment kun je niet meer ophouden met tellen.

Vier jaar geleden overleed een vriend: Thomas was precies drie jaar en elf maanden ouder dan ik. Het is vandaag precies drie jaar, elf maanden en één dag geleden dat het telefoontje kwam.

Zoals bij ieder overlijden ging ik door de bekende stadia van ongeloof en woede, maar de schok was nog groter dan normaal, omdat hij van mijn generatie was. Ik dacht dat we nog veel meer tijd zouden hebben samen. We waren nog lang niet uitgepraat. Tegelijkertijd ging er een klok lopen. Wat als mij evenveel tijd restte als hem? Niemand zag zijn dood – door een aneurysma – aankomen. Niemand wist dat hij een tijdbom in zijn borstkas droeg.

Vanaf dat moment begon ik harder te werken dan ooit. Ik was me bewust geworden van hoe weinig tijd we eigenlijk hebben. Ik publiceerde jaarlijks, er verschenen bundels en boeken die misschien weinigen zullen lezen maar waardoor ik tenminste het gevoel had iets te doen met de tijd die me nog restte. Tot ik op een zeker moment moe werd. Van het rennen, van het constante schuldgevoel dat je hebt als je niet elke dag het uiterste uit je leven haalt.

Toen ik eergisteren bijna ouder was dan Thomas ooit zou worden, had ik een slechte dag. Het schrijven wilde niet, er was gekibbel met de geliefde, ik had me weer eens enkele uren overgegeven aan een Wikipedia-binge waardoor ik weliswaar opeens alles wist van het huis Plantagenet, maar natuurlijk nog steeds niet dichter bij die Nobelprijs was gekomen. Ik was boos op de tijd die ik verspilde, terwijl Thomas op dezelfde leeftijd nog maar enkele uren afzat van een autopsie.

Vandaag ben ik precies een dag ouder dan hij ooit is geworden. Die extra tijd drukt op me. De Franse filosoof Baudrillard schreef ergens dat vriendschap wordt gedefinieerd door de bereidheid samen tijd te verspillen. Thomas en ik hebben te weinig tijd te verspillen gehad. En nu kan ik niet meer ophouden met tellen en rekenen. Elke dag dat ik langer leef dan hij, zal zijn aanwezigheid een kleiner percentage van mijn leven uitmaken. Omgekeerd wordt zo zijn absentie een steeds groter deel van mijn bestaan. Hoe langer ik leef, hoe groter zijn afwezigheid. En hoe minder tijd er zal zijn, om te verspillen, behalve aan stilstaan.