Door de polder op een giraf

Achtergrond

‘Dikkertje Dap’ is Annie M.G. Schmidts meest geliefde gedicht. Maar hoe maak je van 34 regels poëzie een hele speelfilm?

‘Zou er op 6 juni 1950 een Parool-lezer zijn geweest die besefte dat zich deze dag een historische gebeurtenis voltrok?’ Dat vroeg Annejet van der Zijl zich af in Anna, haar Annie M.G. Schmidt-biografie. De kans is niet erg groot. De historische gebeurtenis voltrok zich op de kinderpagina. Daar verscheen die dag, zoals elke week, een kindergedicht van Annie M.G. Schmidt.

Deze keer ging het over een jongen met een merkwaardige naam: Dikkertje Dap. Hij ging elke morgen naar Artis, om kwart over zeven, met een trap, om de giraf een suikerklontje te geven. En dan babbelde hij ook wat met hem. Hij vertelde wat hij op zijn verjaardag had gekregen: „Rode laarsjes voor de regen.” En wat hij op school had geleerd: „Ik kan al drie letters spellen: / a b c, is dat niet knap? / Ik kan ook al bijna rekenen! / Ik kan mooie poppetjes tekenen!” Het dier is er danig van onder de indruk. En wat zegt dan zo’n giraf? „Ik sta paf.” Want hij weet ook wel dat het moet rijmen.

De giraf is zo vriendelijk om Dikkertje zijn nek als glijbaan aan te bieden. Hoe zou dat aflopen? Dikkertje vraagt: „Denk je dat de grond van Artis / als ik neerkom, heel erg hard is?” Het gaat goed, „met een vaart”, helemaal „tot aan ’t kwastje van de staart”, maar daarna volgt de ongelukkige afloop. „Boem! Au!!” meldt de tekst, en dan weet Dikkertje dat de grond van Artis inderdaad heel erg hard is.

Het is eigenlijk maar een versje van niets. Grappig en charmant, dat wel. Het is vooral zo innemend door de vanzelfsprekendheid waarmee alles zich voltrekt. Zo gaat dat in een kinderhoofd. Een kind bedenkt iets en dan ís het ook meteen zo: naar de dierentuin lopen, een trap meenemen, tegen een dier praten – en natuurlijk praat het dier dan terug. Alles even gemakkelijk, alles op voet van gelijkheid. Het is de kleine veilige besloten wereld van de kinderfantasie, met haar eigen logica.

Achteloos

Annie M.G, Schmidt zelf zag er toen ook nog niets bijzonders in. Ze schreef haar kinderverzen „haast achteloos”, zegt Annejet van der Zijl, en ze had ook nog allerlei andere ambities. Niemand had er erg in, op die zesde juni 1950, dat hier een klassieker was geboren. ‘Dikkertje Dap’ zou Annie M. G. Schmidts bekendste en meest geliefde gedicht worden, ook door het opgewekte lied dat er later van gemaakt is. Er is zelfs een standbeeld van Dikkertje Dap, op de hals van zijn giraf, in Kapelle.

Op basis van dit beroemde gedicht (van 34 regels) is nu een film gemaakt (van 74 minuten). Dat kon alleen door aan het gedicht met zijn ene scène een voorgeschiedenis toe te voegen, en een vervolg. En door de in zijn eentje opererende Dikkertje een familie te geven. Hij heeft nu een vader, een moeder en een opa. En nog veel meer: een huis, een dorp, een schoolklas, een juf, een vriendje. Hij heeft nu ook een gezicht, en kleren, een stem, een leeftijd en een karakter. Er is nog een verschil. In het gedicht gebeurde alles zomaar, vanzelf, maar hier heeft alles een oorzaak en een gevolg, zoals het hoort in een verhaal.

Eerste schooldag

In de filmversie blijkt Dikkertje op dezelfde dag te zijn geboren als Raf, de giraf. Dikkertje woont naast een dierentuin, een andere dan Artis. Zijn opa werkt er als dierenverzorger en zo is er al heel vroeg contact ontstaan tussen de jongen en het dier. Ze blijken met elkaar te kunnen praten, en ze begrijpen elkaar door en door. Aan deze idylle komt een eind als Dikkertje op een dag naar school blijkt te moeten – en Raf niet. Dit is het grote drama van de film, gevoegd bij het grote drama dat een eerste schooldag nu eenmaal toch al is. Waarom mag Raf niet mee? Waarom gelooft op school niemand dat Dikkertje een sprekende giraf als vriend heeft? Waarom mag Dikkertje op de tweede schooldag niet gewoon naar zijn vriend in de dierentuin? Allemaal nieuwe problemen – en Dikkertje moet er zich maar in zijn eentje doorheen zien te slaan. Het mooie van de film is dat steeds de blik van het kind wordt gevolgd. In dat opzicht is de ziel van het gedicht goed bewaard gebleven.

Dikkertje Dap lijkt mij daarom erg geschikt voor leeftijdsgenootjes van Dikkertje. Ze zullen zich geen moment vervelen. Er gebeurt veel. Er zitten droevige momenten in, maar ook veel geintjes. Verder is het een feelgood familiefilm: het is een en al sfeer en begrip en multicultureel verantwoord. Voor de meekijkende ouders, en grootouders, zijn een paar ‘volwassen’ grappen en verwikkelingen toegevoegd, zoals de pikante verliefdheid die opbloeit tussen juf Nellie en opa Dik Dap.

Lees het interview met regisseur Barbara Bredero:
‘Die rode laarsjes moesten erin’

Dikkertje raakt in een loyaliteitsconflict als hij op school „een mensenvriendje” krijgt. Dat vindt Raf, zijn grote dierenvriend, niet leuk. Hoe gaat Dikkertje zich hieruit redden? Ik geloof niet dat ik veel verklap als ik vertel dat Dikkertje er met een list in slaagt om zijn Raf op een dag toch mee te nemen naar school, om zo zijn vriendjes bij elkaar te brengen. Het is het hoogtepunt van de film. Tot dan toe hadden we van Raf vooral zijn grote, wat mechanisch bewegende hoofd gezien, gemaakt van plastic, vilt en nepbont. Knap gemaakt allemaal, maar hij was op mij, kritische volwassene, nog niet erg levensecht overgekomen. Maar nu zagen we hem overeind komen, en in beweging. Daar liep een levensgrote namaakgiraf rustig door de straten van een oud-Hollands dorp, met een grinnikend jongetje op zijn nek. En even later door een uitgestrekte polder, met een machtige wolkenlucht erboven. Een majestueus beeld: een giraf op weg naar de basisschool. Waarin een klein land groot kan zijn! Die scène gaf de doorslag. Toen moest ook ik wel in hem geloven.

Dikkertje Dap gaat op zondag 24 september in première op het Nederlands Film Festival. Vanaf 4 oktober in de bioscoop.