Cultuur

Interview

Interview

‘Raf’ met een rood laarsje voor de regen

‘Die rode laarsjes moesten erin’

Barbara Bredero

De regisseur vertelt over haar verfilming van ‘Dikkertje Dap’: „Een kind wil gewoon de giraf kunnen aanraken.”

Regisseur Barbara Bredero is bekend van de succesvolle Mees Kees-films. Nu heeft ze van het versje Dikkertje Dap van Annie M.G. Schmidt een kinderfilm gemaakt.

Hoe maak je van zo’n kort gedichtje een hele film?

„Het idee is afkomstig van een van de scenaristen, Mirjam Oomkes. Toen het project bij mij terechtkwam, bestond het idee al dat het verhaal zou gaan over een jongetje en een pratende giraf, die precies even oud zijn en altijd samen hebben opgetrokken. Dan wordt het jongetje vier en moet hij voor het eerst naar school. Maar dieren zijn al af en die hoeven niet naar school.

„In eerste instantie vroeg ik me af of het wel iets voor mij zou zijn. Ik wilde niet met digitale animatie werken, want dat zorgt voor veel te veel afstand. Daarom heb ik besloten om met een animatronic te werken, eigenlijk een soort robot. Dat is een enorme constructie geworden met 14 motoren, om de giraf echt te kunnen laten praten en lopen.

„De uitdaging was vervolgens of we zo’n constructie zouden kunnen bezielen. Een kind wil gewoon het hoofd van de giraf kunnen aanraken. Door met een bewegende pop te werken kon dat ook. Bepaalde elementen uit het versje wilde ik ook per se gebruiken. Die rode laarsjes moesten erin.”

De film speelt zich af in een soort nostalgisch Hollands polderlandschap, maar de acteurs zijn divers.

„Op die manier maak je het verhaal universeel en toegankelijk voor iedereen, ook in andere landen. Een verhaal over de overgang van de wereld thuis naar de wereld van school zou zich in principe overal kunnen afspelen. Dat is voor kinderen altijd een heel belangrijk moment. Voor het eerst zijn kinderen een deel van de dag niet meer bij hun moeder, eigenlijk moet de navelstreng opnieuw worden doorgeknipt. Dat is ook voor ouders lastig.

„Zulke transities zul je ook later in het leven nog een aantal keren doormaken. Het is heel belangrijk om dat goed te doen. Volgens mij zou deze film voor kinderen over de hele wereld iets kunnen betekenen. Ik ben wat dat betreft wel echt een soort sociaal werker. Ik maak de film niet voor mezelf.

Lees hier een achtergrondstuk over Dikkertje Dap: hoe maak je van 34 regels poëzie een hele speelfilm?

„We hebben de film gesitueerd in de duidelijke, simpele, overzichtelijke wereld van Annie M.G. Schmidt, zoals je die ook terugziet in de tekeningen van Fiep Westendorp. Maar ik wilde per se geen oubollige film maken. Ik wilde niet dat er alleen maar kaaskoppen in de film te zien zouden zijn.”

Heeft u geworsteld met de naam ‘Dikkertje’? Een personage zou nu niet meer zo snel zo’n naam krijgen.

„Daar heb ik veel over nagedacht. Moet hij dan Dik worden genoemd, met Dikkertje als een soort koosnaampje? Moet hij misschien door een dikker jongetje worden gespeeld? Daar hebben we uiteindelijk juist niet voor gekozen, zodat je de naam meteen ontdoet van die beetje negatieve bijklank. Dan is het gewoon een naam, met een mooie, zachte klank.”

Waarom blijft Annie M.G. Schmidt zo populair bij filmmakers?

„Haar verhalen zijn voor kinderen nog steeds fijn om te lezen, omdat ze heel duidelijke kaders biedt. Ze laat kinderen zelf ontdekken wat in een bepaalde situatie de beste oplossing is. Ze legt nooit iets dwingend op. Daardoor kunnen kinderen in haar verhalen hun eigen kracht ontdekken. Met haar humor biedt ze kinderen altijd perspectief. Dat is ook wel mijn handelsmerk: ik zal nooit een film maken met alleen maar drama, er moet altijd humor en lichtheid in een film zitten. Drama krijgen kinderen in hun leven nog genoeg voor de kiezen.”