Cultuur

Interview

Interview

Tamar de Waal: „Ons integratiebeleid werkt averechts.”

Foto Bram Budel

De perverse kant van twintig jaar inburgeren

Tamar de Waal, onderzoeker inburgering

Het inburgeringsbeleid is steeds strenger geworden. Tegelijk investeert de overheid niet meer in migranten. Ze moeten „hun eigen zaakjes” regelen.

We weten niet beter: vluchtelingen en migranten die in Nederland komen wonen, moeten verplicht inburgeren voor het verkrijgen van verblijfsrecht. Ze moeten leren over de Nederlandse taal en cultuur en dan examen doen. Niet slagen betekent geen Nederlander worden.

Nederland kent nu twintig jaar inburgeringswetgeving en Tamar de Waal heeft daarnaar onderzoek gedaan voor verschillende Europese landen.

De nadruk van haar onderzoek ligt op Nederland omdat dat land hét gidsland is van de inburgering. Andere landen volgen vaak het steeds strikter wordende Nederland en haar conclusies gelden ook voor die landen. Tamar de Waal promoveert donderdag aan de Universiteit van Amsterdam.

Wat viel op in die 20 jaar?

Tamar de Waal: „Opvallend is dat we in Europa anders over integratie zijn gaan denken. Twintig jaar geleden ging integratie nog over álle burgers in een bepaald land: participeert iedereen? Is er genoeg samenhang? Hoort iedereen erbij? In de afgelopen twintig jaar is dat verschoven naar individuen uit specifieke groepen: mensen met een niet-Europese, niet-westerse achtergrond. De vraag is inmiddels niet meer: is de Nederlandse samenleving geïntegreerd? Die vraag klinkt nu zelfs gek. De vraag is nu: is Farid of Fatima geïntegreerd? Is het hen als individu gelukt om bij de Nederlandse samenleving te passen? Zij staan als het ware los van de samenleving zoals die er al is. Als het hen lukt erbij te horen, dan verdienen ze het om Nederlands burger te worden.”

En te blijven?

„Juridisch wel, maar het blijft een voorwaardelijke acceptatie. Daarom heet mijn proefschrift ook Conditional Belonging. Als je als ‘nieuwe’ Nederlander teleurstellende uitspraken doet, het verkeerde pad opgaat of erg gelovig wordt, dan ben je niet meer geïntegreerd en hoor je er niet meer bij. Dat achtervolgt hen niet alleen, ook hun kinderen en kleinkinderen.”

Was dat vroeger anders?

„De term integratie komt van socioloog Emile Durkheim [1858-1917]. Hij stelde onder meer dat integratie gaat over een gedeelde wil tot samenleven. Hij zag integratie als cohesie van de héle samenleving. Andere sociologen legden andere accenten maar de gemene deler was dat integratie relevant werd gevonden voor alle individuen en niet voor één groep.”

Wanneer zijn we daar anders over gaan denken?

Als je naar het inburgeringsbeleid kijkt, dan is het denken de afgelopen 20, 25 jaar omgeklapt. Dat is dan ook mijn stelling: om het huidige strenge en dure inburgeringsbeleid te begrijpen, moet je kijken naar de verschuiving in ons denken over integratie.”

Wat was de aanleiding om te beginnen met inburgeringwetgeving?

„Toen eind vorige eeuw het besef was doorgedrongen dat de gastarbeiders uit de jaren 60 en 70 zouden blijven, kwam in 1998 de eerste inburgeringswet. Het inburgeringsbeleid betekende 500 uur Nederlandse les voor mensen die nét in Nederland aankwamen maar ook voor mensen die er al langer waren en nog onvoldoende Nederlands spraken. Het was verplicht voor de nieuwkomers, en dat was voor het eerst in Europa. Er waren geen verblijfsrechtelijke sancties. Uitgangspunt was toen nog het gedeelde belang en cohesie: iedereen moest elkaar kunnen verstaan.

„In 2003 schafte toenmalig minister Rita Verdonk (Integratie, VVD) dat af. Zij vond het Nederlanderschap een privilege. Iemand kan dat privilege verdienen, door te slagen voor het inburgeringsexamen. Dat is ieders eigen verantwoordelijkheid, vond zij.”

Lees ook dit eerdere vraaggesprek met Tamar de Waal: ‘Turkse Nederlanders hebben geen integratieprobleem, zegt deze promovenda’

Was dat de omslag?

„Het idee dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de migrant om bij Nederland te mogen horen, is toen ontstaan. In de jaren daarna werden eisen steeds strenger: in 2007 kwam er een nieuwe inburgeringswet en werd het examen zwaarder. Het inburgeringsexamen buitenland kwam erbij, familiemigranten moesten in het land van herkomst al een examen doen voor ze naar Nederland konden komen. In 2013 was de transformatie compleet: het inburgeringsbeleid werd weggehaald bij gemeenten en geprivatiseerd. In de wet wordt dan vastgelegd dat iemand die het inburgeringsexamen niet haalt, kan worden uitgezet. De laatste jaren is het nog strenger geworden: mensen moeten een participatieverklaring tekenen, het vereiste niveau en de kosten zijn omhoog gegaan en de straffen ook.”

Hoe zou u het beleid nu typeren?

„Het inburgeringsbeleid gaat ervan uit dat mensen binnenkomen als niet-geïntegreerde personen. We moeten afwachten of het ze zal lukken bij Nederland te gaan horen. Die integratie is een persoonlijk proces dat zij moeten doorlopen. En zij moeten aantonen met examens dat het ze is gelukt om er bij te horen. Als kers op de taart krijgen ze dan permanent verblijf of het burgerschap. Maar als ze niet slagen, kunnen ze worden uitgezet.”

Kunnen ze dan worden uitgezet?

„Nee. Familiemigranten en vluchtelingen worden verplicht om in te burgeren maar ze kunnen niet worden uitgezet als ze niet slagen voor het examen. Dat is in strijd met het Vluchtelingenverdrag en Europees recht.”

Werkt het beleid? Zijn de resultaten van het integratiebeleid beter geworden?

„Nee. Het werkt averechts. Het heeft een heel perverse kant. De overheid doet steeds minder voor net gearriveerde migranten, want waarom zou je investeren in mensen die nog moeten bewijzen dat ze bij ons passen? Dat moeten ze eerst zelf bewijzen door hun eigen zaakjes te regelen.

Opvallend is dat we in Europa anders over integratie zijn gaan denken

„Hoe is dat voor een vrouw die van het platteland van Eritrea komt en geen woord Nederlands spreekt? Die moet zelf een taalschool vinden. Dan krijgt ze een lening van 10.000 euro die een gift wordt als ze binnen drie jaar het juiste niveau heeft. Dat gaat haar niet lukken want het kost heel wat papierwerk om op school terecht te komen. En dan mag je blij zijn met twee dagdelen per week les. De laatste cijfers van de Algemene Rekenkamer zijn desastreus: ruim de helft van de mensen haalt het examen niet binnen drie jaar. Zo creëren we een groep mensen met een schuld waar ze niet meer van afkomen, nog voor ze goed en wel hun leven in Nederland zijn begonnen.”

Maar er zijn toch ook mensen die het wel lukt?

„Zeker. Je hebt ook hoogopgeleide vluchtelingen en migranten. Die vinden het onderdeel over Nederlandse cultuur ongetwijfeld bizar. Met vragen als: ‘Ali, heeft hoofdpijn, wat doet Ali?’ Hij neemt een paracetamol, hij gaat vroeg naar bed of hij gaat met vrienden naar het theehuis? Maar goed, daar fietsen ze wel doorheen. De Nederlandse taal doen ze op het laagste niveau. Ze kunnen veel beter, natuurlijk, maar wie gaat er nou duizenden euro’s boete riskeren?”

Is er nog een oplossing?

„Zeker. In mijn proefschrift stel ik voor een firewall in te voeren. Een institutionele ‘muur’ die de wetgeving die verblijfsrecht van familiemigranten en vluchtelingen regelt, volledig loskoppelt van integratiebeleid.”

Er ís geen groep asielzoekers die verder afstaat van de Nederlandse samenleving dan de Eritreeërs. NRC ging eerder op pad met de vrijwilligers die hen bijstaan

Wat gebeurt er dan?

„Integratie draait dan niet om de vraag: wie hoort hier en wie moet er zogenaamd uitgezet worden? Maar om: wat heeft iemand nodig om een gelijkwaardig burger te worden en te kunnen participeren? Het leidt ook tot beleid dat afgestemd is op de specifieke behoeften van de inburgeraars. Nu moet een analfabeet hetzelfde inburgeringsexamen doen als iemand met een universitaire opleiding. Het laat de analfabeet achter in complete verwarring en met schulden. Dat is niet praktisch.

„Iemand die uit een oorlogsgebied is gevlucht, een afschuwelijke reis achter de rug heeft, is mogelijk getraumatiseerd. Die gaat het inburgeringsexamen nooit halen als de trauma’s niet behandeld worden. Zo’n persoon moet eerst hulp krijgen, en dan pas aan de inburgering beginnen. Maar een universitair opgeleide vluchteling volgt de cursus Nederlands op het hoogste niveau. Inburgering sluit zo aan beter aan bij het idee van emancipatie. Dat werkt beter voor ons allemaal.”

Mag je als staat zulke eisen stellen aan vluchtelingen en migranten?

„Europees recht laat inburgeringsvereisten voor verblijf toe. Maar als deze vereisten worden gesteld, moeten ze bijdragen aan integratie. En dat is evident niet het geval. Vooral de groep inburgeraars die na 2013 is gearriveerd, had veel beter opgevangen kunnen worden en begeleid. De schulden en boetes werken de integratie tegen. Maar er is geen politicus die die discussie aan wil.

„Ik wil daarom een stichting oprichten om de belangen van de inburgeraars te vertegenwoordigen. Meer maatschappelijke aandacht genereren, maar ook procederen. Het huidige inburgeringsbeleid in Nederland staat op gespannen voet met het Europees recht. Ik hoop geldschieters te vinden die dat mogelijk gaan maken. We maken zeker een kans.”