Echte diversiteit slaat je in het gezicht

Diversiteit Het is bijzonder moeilijk om culturele diversiteit en journalistieke kwaliteit te verbinden, schrijft in verband met een ruzie op een Turks-Nederlandse redactie.

Illustratie Max Kisman

We worden dood gegooid met praatjes over diversiteit. We hebben ‘meer diversiteit’ nodig, zingen managers, activisten en idealisten in koor, want van diversiteit wordt alles leuker en beter. Nu is een botsing van diverse perspectieven inderdaad een machtige bron van creativiteit, maar meestal doelen de zelfverklaarde voorstanders van diversiteit slechts op wat ‘gezellige’ folklore en uiterlijkheden zoals huidskleur.

Ze spreken zelfs zo weinig over ideeën dat je zomaar over het hoofd kan zien dat het de inhoudelijke confrontatie met andersdenkenden is, die diversiteit tot een intellectuele kracht en uitdaging maakt. Een kracht, omdat je van andere perspectieven kunt leren en zo tot nieuwe inzichten kunt komen. Een uitdaging, omdat je het op de werkvloer al snel oneens bent met collega’s die fundamenteel anders naar de wereld kijken.

Ook in de discussie over diversiteit in de journalistiek ontbreekt dit inhoudelijke aspect. We horen dat redacties ‘te wit’ zouden zijn, dat ze ‘meer kleur’ nodig hebben. Vaak is dat niet meer dan een pleidooi voor de zichtbaarheid van ‘zwarte lichamen’, maar soms voegt men toe dat het eigenlijk om een podium voor verschillende culturen en perspectieven gaat. Dit laatste is al inhoudelijker, maar nergens gaat het over de intellectuele uitdagingen die dit met zich meebrengt.

Hoe moeilijk het is om binnen een redactie met echt inhoudelijke diversiteit om te gaan, tonen de huidige perikelen bij de Turks-Nederlandse krant De Kanttekening. De Kanttekening was waarschijnlijk het meest veelbelovende journalistieke initiatief uit de ‘nieuwe Nederlander’-hoek, maar achter de schermen viel de redactie de afgelopen maanden uiteen.

Ter herinnering: De Kanttekening is een doorstart van Zaman Vandaag, de Nederlandse partner van Zaman, tot 2016 de grootste krant van Turkije. De Turkse president Erdogan sloot Zaman vanwege banden met de Gülen-beweging, die hij ervan beschuldigt achter de couppoging van dat jaar te zitten. Daarop vormde een aantal Nederlandse en Turks-Nederlandse journalisten Zaman Vandaag om tot een Nederlandstalig week- en maandblad, gericht op ‘nieuwe Nederlanders’.

Verkapte Gülen-propaganda?

Erdogan-aanhangers hadden hun mening natuurlijk al klaar: de nieuwe krant was wederom verkapte Gülen-propaganda. Onterecht, want De Kanttekening was journalistiek hoogwaardig en bood een podium aan heel diverse geluiden: van diep-islamitisch tot vrijzinnig en islam-kritisch, van links tot rechts.

Helaas leidde juist die diversiteit tot conflicten. De drie vaste redacteuren Hakan Büyük, Hüseyin Atasever en Gemme Burger, stapten op uit protest tegen de regie en de journalistieke lijn van hoofdredacteur Mehmet Cerit. Cerit, die opgroeide in Turkije, is een conservatief Gülen-aanhanger. Hij wil inspelen op de zorgen van de oorspronkelijke, conservatief-islamitische lezers, en doet dat door veel aandacht te geven aan de discriminatie van moslims en door omzichtig om te gaan met onderwerpen die gevoelig liggen in de islamitische gemeenschap, zoals homoseksualiteit en integratieproblemen.

Rebels-liberale koers

Ondertussen voerden de drie redacteuren – twee Turkse Nederlanders die geen banden met de Gülen-beweging hebben en een autochtone Nederlander – een rebels-liberale koers. Zij wilden de lezersschare verbreden en de oorspronkelijke lezers uitdagen. Er volgden interviews over integratiebeleid met rechtse politici als Tanya Hoogwerf (Leefbaar Rotterdam) en Annabel Nanninga (FvD, Amsterdam), en items over seksuele minderheden in de islamitische wereld. Toen de hoofdredacteur even in het buitenland was, publiceerden zij een interview met een Turkse transgender-vrouw, breed uitgemeten op de voorpagina. Leuk bommetje. De hoofdredacteur was minder blij.

Maar wat was het een feest: een bi-culturele redactie, opinies die het hele Nederlandse politieke spectrum afdekken, discussies op het scherpst van de snede én een mix van moslim- en niet-moslim lezers. Zo’n botsing van culturele en politieke wereldbeelden is spannend. Helaas is die wild creatieve beginperiode nu alweer afgesloten. Na maanden conflict pleegden de drie redacteuren een coup tegen de hoofdredacteur, geheel in Turkse stijl. Ze eisten zijn vertrek, anders stapten ze zelf op. Dat laatste geschiedde.

Wat meespeelt in het conflict op de biculturele burelen van De Kanttekening, is dat journalistieke praktijken sterk cultureel bepaald zijn. De ene journalistieke cultuur is de andere niet. Er bestaan wereldwijd grote verschillen. Daarnaast kan kwaliteitsjournalistiek zich in sommige, niet-westerse landen niet of nauwelijks ontplooien, vanwege politieke en culturele factoren.

Politieke censuur

Laten we eens naar China kijken, het land waar ik vier jaar heb gewoond en sociologisch onderzoek deed naar autoritarisme. Naast politieke censuur kent het land ook een cultuur van conflictvermijding, die ervoor zorgt dat de mensen discussies uit de weg gaan – zelfs bij onderwerpen die politiek niet gevoelig liggen. Hierdoor zijn zowel Chinese journalisten als hun publiek niet ingesteld op en geoefend in discussiëren en argumenteren.

Lees ook: Alleen de puzzel van de The New York Times is welkom in China

Veel jonge, idealistische Chinese journalisten mogen dan een meer westerse stijl nastreven, China blijft een andere wereld. Zo komt het vaak voor dat journalisten een schandaal niet onthullen maar zwijggeld eisen van de boosdoeners. Je kunt dit vanuit westers perspectief zien als ‘afpersing’ of een ‘doofpot’, maar de Chinezen die ik erover sprak, begrepen dat het een win-win is voor alle direct betrokkenen om openlijk conflict en gezichtsverlies te vermijden.

Met zo’n culturele achtergrond verbaast het mij niet dat Chinese Nederlanders als groep nauwelijks meespelen in de Nederlandse journalistiek. En dat ze zich sowieso niet echt oriënteren op Nederlandse kranten en discussieprogramma’s, zoals de mediawetenschappelijke studie ‘Bananen, modelminderheid en integratie’ aantoont.

Journalistiek presenteert zich al te vaak als een cultureel neutrale expertise, waarbinnen journalisten met verschillende culturele en ideologische achtergronden vrij kunnen opereren. In werkelijkheid is journalistiek het product van moderne westerse samenlevingen en heeft ze een redelijk specifieke maatschappelijke omgeving nodig om te floreren. Tegelijkertijd moet de journalistiek andere, niet-westerse perspectieven belichten. Dit maakt het streven naar diversiteit tot een belangrijke, maar helse opgave.

Leuke ‘kleurmensjes’

De meeste pleitbezorgers van diversiteit branden hun vingers echter niet aan zulke fundamentele vraagstukken. Managers en activisten schetsen het beeld van leuke ‘kleurmensjes’, die samen een regenboogdans opvoeren en ondertussen over alle belangrijke zaken hetzelfde denken. Ja, want de discussie moet natuurlijk wel binnen de ‘correcte bandbreedte’ blijven. Zo spelen de luidste diversiteitsroepers het dikwijls klaar om juist het minst tolerant te zijn tegenover daadwerkelijke culturele en ideologische diversiteit. Ze dwepen met diversiteit, maar schakelen al bij het eerste contact met andersdenkenden over op moralisme.

Echte culturele diversiteit is vooral confronterend. Ze slaat je in het gezicht. Echte diversiteit is een ruzie onder Turks-Nederlandse redacteuren over een item over homoseksuele Iraniërs. Echte diversiteit is wat ik moest trotseren in internationale onderzoeksgroepen in China, waarbinnen westerlingen discussies proberen op te zetten, terwijl de Chinese collega’s dit tegenwerken omwille van de ‘harmonie’.

Het is bijzonder moeilijk om culturele diversiteit en journalistieke kwaliteit te verbinden. Gaan diversiteit en kwaliteit vervolgens toch ergens samen, zoals dat bij De Kanttekening tot voor kort het geval was, dan is dat heel waardevol. En kwetsbaar.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.