Column

Computer says ‘ho’

Column Marc Hijink

Een softwarematige gaydar ‘herkende’ gezichten van homoseksuele mannen en vrouwen. Natuurlijk leidde dit tot ophef.

Kan iemand aan je neus zien of je hetero- of homoseksueel bent? Volgens een recent onderzoek naar gezichtskenmerken en seksuele voorkeur kan de computer dat – beter dan een mens. Een softwarematige ‘gaydar’ (van gay en radar) vond patronen in de gezichtskenmerken van homoseksuele mannen en vrouwen in 35.000 plaatjes van een datingsite. Lang leve de kunstmatige intelligentie.

Natuurlijk leidde dit onderzoek van Michal Kosinski tot ophef. „Houd op mijn gezicht te bestuderen, dude, je geeft me het gevoel dat ik geen mens ben”, schreef een vrouw aan de datawetenschapper. Hij kreeg ook doodswensen.

Kosinski liet een deep neural network (om patronen in afbeeldingen te herkennen) los op de gezichten. Hij vond overeenkomsten die ‘de waarschijnlijkheid vergroten dat iemand homoseksueel is’. Bij mannen: een smallere kaaklijn, een lange neus, smallere wenkbrauwen, bij vrouwen andersom.

Naast de botte probleemstelling schort er ook wat aan het onderzoek zelf. De doelgroep bestaat uit louter blanke mannen en vrouwen omdat er te weinig gekleurde profielen op de datingsite te vinden waren. Foto’s van een datingsite zullen ook explicieter zijn dan een pasfoto. De onderzoekers zeggen dat ze alleen gelet hebben op ‘niet te veranderen’ gelaatstrekken, maar daar lijken wenkbrauwen niet bij te horen.

De 91 procent accuratesse van Kosinksi’s algoritme betekent niet dat de software 91 procent van de homoseksuele mannen eruit vist. De kans op ‘valse positieven’ blijft groot als je dit algoritme in het dagelijks leven zou toepassen. Vaak werkt kunstmatige intelligentie alleen onder kunstmatige omstandigheden.

Lees ook over kunstmatige intelligentie met vooroordelen: De computer is racistisch

Seksuele voorkeur kun je niet in één binaire toestand vatten, aldus de site LGBTQ Nation: je kunt zeggen dat je homo bent, je gedragen of je homo bent, of je aangetrokken voelen tot mensen van dezelfde sekse. Dit onderzoek is eendimensionaal, een geval van computer says ‘ho’ (naar Little Britain).

In een extra brief erkent Kosinski enkele beperkingen van zijn werk. „Al zien homoseksuele mannen er gemiddeld vrouwelijker uit, dat betekent niet dat álle mannen met vrouwelijke trekken homo zijn of dat er geen homomannen zijn met mannelijke trekken (vice versa voor lesbiennes”).

Kosinski had gewild dat zijn bevindingen niet zouden kloppen, schrijft hij. Immers: in veel landen kun je vervolgd worden voor je seksuele geaardheid. Dit zou een waarschuwing moeten zijn voor privacy- en burgerrrechtenvoorvechters.

Veel onderzoeken van Michal Kosinski stuiten tegen de borst. Zijn psychodemografische profielen, gebaseerd op analyse van Facebook-likes en afspeellijsten vormden de basis van Cambridge Analytics. Dat databedrijf wist met het verzamelen van grote hoeveelheden data stemmen te winnen voor Donald Trump en het Brexit-kamp en stort zich nu op de Keniaanse verkiezingen .

Het gezichtenonderzoek van Kosinski druist in tegen een paar decennia homo-emancipatie – geaardheid ‘ontdekken’ suggereert dat je het zou moeten verbergen. Wat het begrip er ook niet beter op maakt is dat Kosinksi de accuratesse van zijn gaydar-algoritme vergelijkt met het zoeken naar een borsttumor of de ziekte van Parkinson. Alleen een statisticus zou zo’n vergelijking durven maken.

Marc Hijink is techredacteur.