Bij Darren Aronofsky gaat de kunst voor het meisje

Peter de Bruijn

Peter de Bruijn ziet raakvlakken tussen Darren Aronofsky, Federico Fellini en zelfs Woody Allen. Want ook Aronofsky’s ‘mother!’ is een bombastische film over de Kunstenaar en zijn Creatieve Proces.

Je mag er de grote meester misschien niet op aankijken. Met Otto e mezzo, uit 1963, zette Federico Fellini de sluizen open voor generaties filmregisseurs die in die film een vrijbrief zagen om zich eindelijk eens volledig te kunnen buigen over hun meest geliefde onderwerp: zichzelf.

Fellini worstelde destijds hevig met de opvolger van zijn wereldhit La dolce vita (1960), totdat hij op het lumineuze idee kwam om die worsteling zelf tot het onderwerp van zijn volgende film te maken. Zo ontstond zijn alter ego Guido Anselmi (Marcello Mastrioanni): een filmregisseur die onder enorme druk staat van producenten en filmjournalisten, die wonderen van hem verwachten. Ondertussen moet hij zijn echtgenote en zijn minnares tevreden zien te houden. Hij is een filmmaker op het toppunt van zijn roem, maar hij heeft eigenlijk geen greintje inspiratie meer en wordt belaagd door verontrustende dromen.

Heel wat regisseurs hebben sindsdien die kunst van Fellini afgekeken: François Truffaut speelde zichzelf in La nuit américaine, dat gaat over de sores van het filmmaken. Na zijn eigen hartaanval kwam Bob Fosse met All That Jazz, over een succesvolle Broadway-choreograaf die zijn gezin verwaarloost en zijn vrouw bedriegt en waarbij pillen, sigaretten en drank hun tol eisen. Woody Allen bracht een expliciete hommage aan Fellini in zijn sterk autobiografische Stardust Memories (1980): over een regisseur van komische films, die ook eens een film wil maken waarin hij iets serieus te berde brengt over het menselijk tekort. „Wil je de mensheid echt een dienst bewijzen? Vertel betere grappen”, krijgt hij te horen van marsmannetjes.

Aan dit rijtje kan nu ook Darren Aronofsky en zijn controversiële horrorfilm mother! worden toegevoegd. Bij alle woest over elkaar buitelende verwijzingen naar de Bijbel en bizarre wendingen, is mother! ook een bombastische film over de Kunstenaar en zijn Creatieve Proces.

Trekken van de regisseur

Die kunstenaar is in de film weliswaar geen regisseur maar een dichter – ‘De Dichter’ heet hij zelfs, gespeeld door Javier Bardem. Maar de dichter heeft trekken van Aronofsky zelf meegekregen. Hij is behept met succesvolle carrière en grote roem – niet heel veel dichters zullen hysterische fans aan de deur krijgen. Hij woont samen met een twintig jaar jongere muze (‘mother’), gespeeld door Jennifer Lawrence, de vriendin van de regisseur.

De jonge vrouw wil graag een kind van de dichter, maar de dichter is veel meer geïnteresseerd in zijn volgende gedicht en daarmee wil het niet zo vlotten. Hij is zo bezeten van zijn eigen scheppingsproces, dat hij bereid is om er zijn banale huiselijk geluk voor op te offeren. Aan de positie van muze zit een onverbiddelijke houdbaarheidsdatum. Tevredenheid leidt tot niets. De werkelijkheid is nooit genoeg.

Die verhouding tussen kunstenaar en muze, tussen man en vrouw, is heel klassiek, om niet te zeggen: uitgewoond. Maar de grap van mother! is dat het perspectief bij de muze ligt, niet bij de kunstenaar. Lawrence is en blijft weliswaar de klassieke muze en in die hoedanigheid is ze niet meer dan een speelbal van de gebeurtenissen. Maar omdat het perspectief bij haar ligt, krijgen we de dichter te zien in al zijn narcisme, egocentrisme en monomane geldingsdrang. Je zou daar een soort kritiek van de kunstenaar op zijn menselijke tekortkomingen in kunnen zien. Maar Aronofsky vergroot het zwartgallige beeld van het scheppingsproces zo mateloos en grotesk uit, dat hij er stiekem toch best tevreden mee lijkt.