Aung San Suu Kyi veroordeelt het leger niet

Rohingya

Voor het eerst sinds het begin van het geweld in Birma gaf leider Aung San Suu Kyi een speech. De situatie werd er enkel uitzichtlozer door.

Aung San Suu Kyi. Foto Ye Aung Thu / AFP

Aung San Suu Kyi „veroordeelt álle schendingen van mensenrechten en onrechtmatig geweld”. En ze is „toegewijd om vrede en stabiliteit” in Birma te brengen. Dit waren de barmhartigste woorden die de voormalige Nobelprijswinnaar voor de Vrede overhad voor de duizenden uit haar land verdreven Rohingya-moslims.

Dinsdag hield de feitelijk leider van Birma een uitgebreide televisietoespraak, voor het eerst sinds het geweld in het westen van het land is uitgebroken. Aung San Suu Kyi sprak in het Engels. Haar woorden waren duidelijk meer aan de internationale gemeenschap gericht dan dat ze bestemd waren voor binnenlands gebruik.

Sinds eind augustus zijn al ruim 400.000 Rohingya-moslims vanuit Rakhine, een deelstaat in het westen van het land, de grens over gevlucht naar Bangladesh. Tientallen moslimrebellen hadden politieposten aangevallen, waarop een harde wraakactie van het leger volgde die nu al ruim drie weken duurt. Over de humanitaire crisis sprak Aung San Suu Kyi de surreële woorden dat zij en haar regering graag „willen weten waarom die exodus bezig is”.

Lees ook dit interview met een Azië-researcher van Human Rights Watch: Rohingya worden opgejaagd als vee

Aung San Suu Kyi zei meer twijfelachtigs. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International typeerde haar toespraak als „een mix van onwaarheden en slachtoffers de schuld geven”. Zo zei ze dat het leger sinds 5 september geen zuiveringsoperaties meer heeft uitgevoerd. Satellietbeelden van Amnesty en Human Rights Watch laten echter zien dat er ook daarna nog dorpen in brand zijn gestoken. In totaal gaat het om ruim tweehonderd dorpen die zo goed als vernietigd zijn.

Suu Kyi beweerde ook dat Birma (zij zegt Myanmar) niet bang is voor „kritisch internationaal onderzoek”. Ze nodigde de internationale gemeenschap uit om „mee te doen met hun inspanningen” de rust in het land terug te brengen. Amnesty noemde dat een holle frase. „Als Birma niets te verbergen heeft, moet het onderzoekers van de Verenigde Naties overal toelaten, ook in Rakhine.”

Strijd om beeldvorming

In deze crisis gaat de strijd om de beeldvorming er extra hard aan toe, omdat journalisten en hulporganisaties net als de VN geen toegang tot Rakhine krijgen. Een paar weken geleden liet de regering voor het eerst een groep internationale journalisten toe, op een georganiseerde reis. Ze werden streng begeleid door het leger.

De Britse BBC was uitgenodigd en liet achteraf overtuigend zien hoe de autoriteiten probeerden de journalisten voor te liegen. De media kregen foto’s onder hun neus van ‘moslims’ die hun eigen huizen in brand zouden hebben gestoken. Precies dezelfde mensen kwamen de journalisten later in een dorpje tegen, waar ze ineens slachtoffers van wat zij ‘moslimgeweld’ noemen moesten voorstellen.

Het leger in Birma gaat voorop in de propagandastrijd. Afgelopen weekend gaf de baas van het leger nog maar eens de schuld aan de Rohingya voor het laten escaleren van het conflict. De Rohingya „zijn nooit een etnische groep geweest”, zei hij ook. Birma erkent de Rohingya niet als burgers, omdat zij illegale immigranten uit Bangladesh zouden zijn.

Het is onduidelijk hoe fanatiek de moslimrebellen in Rakhine terugvechten tegen de militairen. Vaststaat dat het leger de overhand in het conflict en het geweld heeft en dat weigert toe te geven.

Mensenrechtenactivist Maung Zarni zei hierover tegen nieuwszender Al Jazeera: „Het wegwuiven en ontkennen van goed gedocumenteerde beschuldigingen, dat maakt onderdeel uit van genocide.” En nu Aung San Suu Kyi haar toespraak heeft gehouden zonder welke vorm van kritiek op het leger dan ook, is de uitzichtloosheid van de crisis weer verder toegenomen.