Annemiek van Vleuten: kampioene van het pijn lijden

Tijdrit vrouwen

Annemiek van Vleuten behaalde de grootste overwinning in haar carrière, dertien maanden na de val in Rio de Janeiro.

Annemiek van Vleuten veroverde dinsdag de wereldtitel tijdrijden bij het WK in de Noorse stad Bergen. Foto Reuters

Ze schreeuwde het uit op het ritme van haar ademhaling, vlak na het passeren van de finishlijn in hartje Bergen. Niet van blijdschap, niet van verdriet, maar van de even allesoverheersende, brandende pijn die ze overal in haar lichaam voelde.

Annemiek van Vleuten (34) was zo diep gegaan dat ze de laatste vijf kilometer van de tijdrit van haar leven niet meer op fietsen vond lijken, maar op harken. Zo zag het er ook uit, spartelend op haar zadel naar de grootste overwinning in haar carrière.

Juist als afzien overgaat in lijden is Van Vleuten in haar element: ze kan fysieke pijn verdragen als geen ander, zich „uitwringen”, zoals ze het twee weken geleden noemde in gesprek met NRC.

Het drama in Rio

Dertien maanden geleden ging ze hard onderuit op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, vrijwel zeker van een gouden medaille in de wegwedstrijd. Ze schatte een bocht minder scherp in en met een harde klap ging het licht uit. Mensen dachten even dat ze dood was.

Voor veel sportmensen zou die val mentaal diepe wonden hebben geslagen. De teleurstelling zou nog wel eens voelbaar zijn, misschien ook de angst om nog eens zo’n smak te maken. Maar bij Van Vleuten werkt dat anders. Vanuit het ziekenhuis deed ze drie dagen later haar verhaal, ze liet de wereld zien dat het goed met haar ging, dat bij vallen opstaan hoort.

Lees ook het achtergrondartikel van NRC-redacteur Dennis Meinema: Ze is niet langer ‘het meisje van de val’

Ze leerde het van haar moeder, Ria, die na de dood van haar man en dus Van Vleutens vader in 2008 bleef genieten van de dingen die er nog wél zijn. De band tussen moeder en dochter werd hechter, en samen verwerkten ze dat moment in Rio tijdens een „hoogtevakantie” in de buurt van Livigno, Italië.

Een week had ze daar nodig om op adem te komen. Toen had ze door dat ze het kunstje niet verleerd was, dat ze sterker zou terugkomen. Als je van zo’n klap kunt herstellen met een glimlach op je gezicht, en als je na het verlies van een ouder zo positief kunt blijven – dan is fysieke pijn slechts een vervelende bijkomstigheid.

En dus kon ze dertig seconden na die schreeuw in de finishstraat alweer handkussen uitdelen aan het publiek. Op dat moment moest er nog een dozijn vrouwen binnenkomen, ze wist niet wat haar prestatie precies waard zou zijn, maar ze wipte concurrente Anna van der Breggen (zilver) met haar tijd onder de 29 minuten wel uit de hotseat – gereserveerd voor de snelste van het moment. Daarin begon het niet zo lange wachten, want gauw bleek dat geen vrouw in staat was binnen die 29 minuten te blijven. Allemaal hadden ze uitgerekend heuveltje af tijd verloren, een afdaling die ze tien keer had verkend.

De tranen kwamen. Van ongeloof, van blijdschap, van geluk, in een andere volgorde wellicht. Het was de ontlading na een leerzaam jaar, maar ook behaalde ze haar eerste grote titel. Het was de internationale doorbraak van een vrouw die jaren in haar ontwikkeling werd geremd door verstopte liesslagaders. Ook die periode kan worden afgesloten.

Ze hief haar armen in die eerste momenten van besef ter hemel, in een poging contact te leggen met haar vader. Daarna zocht ze koortsachtig naar haar moeder, die ze na een paar minuten tussen het publiek vond. Ze klom over dranghekken, en viel de vrouw in de armen die dertien maanden terug voor een televisiescherm moest toezien hoe haar dochter er voor dood bij lag op een stoeprand.

Glimmende oorbellen

In de mixed-zone deed Annemiek van Vleuten, gehuld in een regenboogtrui, haar verhaal. Ze verwees naar haar oorbellen, glimmende knoppen, die ze in Rio had gedragen, en die haar toen geluk hadden gebracht. En deze dinsdag deden ze dat opnieuw. Ze kreeg ze van haar vader.