Albumoverzicht: Bugg maakt muziek voor de eeuwigheid

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere Jake Bugg, Max Meser en Amadou & Mariam.

  • ●●●●

    Jake Bugg: Hearts That Strain

    Jake BuggPop: De Britse braniegozer Jake Bugg (23) maakte vier albums in vijf jaar en is daarmee de meest productieve singer-songwriter van zijn generatie. Na het van franje gestripte ‘On My One’ zocht hij voor ‘Hearts That Strain’ zijn heil in Nashville. Pianist Bobby Wood en drummer Gene Chrisman speelden al op ‘Dusty in Memphis’ en de relatieve jonkies Dan Auerbach en producer Matt Sweeney bezorgen Bugg zijn meest evenwichtige album tot nu toe.

    In How Soon the Dawn zingt hij als een jonge James Taylor en later komt ook de invloed Glen Campbell, David Gates en zelfs Gilbert O’Sullivan aan de oppervlakte. Het klinkt allemaal minder iel dan zijn debuuthit Lightning Bolt waarvan het rockabillyvuur nasmeult in Burn Alone. In het countryduet Waiting met Noah (zusje van Miley) Cyrus positioneert Jake Bugg zich stevig als een veelzijdig zanger die muziek voor de eeuwigheid maakt. De oubollige saxofoonsolo hoort bij zijn nieuwgevonden professionaliteit. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Ragazze Quartet: Spiegel

    Ragazze QuartetKlassiek: Voor zijn nieuwste cd ‘Spiegel’ nam het Ragazze Quartet naar eigen zeggen een ‘gevoelsmatig tweeluik’ op. Inderdaad: Mendelssohns Tweede strijkkwartet is niet alleen in toonsoort (a-klein) een vrijmoedige reflectie van Beethovens opus 132.

    Ook uitvoeringstechnisch is er op deze Channel Classics-release sprake van een spiegelwerking. De Ragazze vangen de oude Beethoven in heldere lijnen en een slanke, maar kernachtige toon. Alsof ze niet het proto-romantische maar het door en door gerijpte classicisme van zijn noten hoorbaar willen maken. Mooi detail: hoe de vier in het ‘Heiliger Dankgesang’ hun instrumenten naar een sereen snorrend harmonium laten kleuren.

    De jonge Mendelssohn (amper achttien toen hij zijn opus 13 schreef) klinkt daarentegen grillig romantisch en gretig expressief. Hoor de rijk resonerende klank van de Adagio-inleiding, compleet met gloedvolle portato-snik in de eerste viool. Of het bij vlagen schurende slotdeel. Joep Christenhusz

  • ●●●●●

    Max Meser: Pictures

    Max MeserPop: Max Meser, een Amsterdamse zesmansband rond de Spaans-Nederlandse zanger/gitarist Max Meser, waant zich graag terug in de jaren zestig. Op het tweede album, ‘Pictures’, klinken de jonge muzikanten rond de 25-jarige Meser, nog altijd nostalgisch naar het weelderige muzikale tijdperk van The Small Faces en The Yardbirds, toen je barokke orgelloopjes, knerpende gitaarakkoorden en mondharmonica-solo’s hoorde, met daarover heen een galm waardoor de vergezichten nog grootser leken. Het resultaat van de weemoed van Max Meser is raak: op een goed gedoseerde manier schuiven onschuld en muzikaal vernuft in elkaar. De argeloze melodieën worden aangekleed met van The Beatles geleende opgewekte gitaarakkoorden, metalig klinkende koortjes en Mesers nasale zangstem in bijvoorbeeld See The Light en Mr.Jimbo. En net als het erg nostalgisch dreigt te worden, krijgt Moth Situation een gitaaraccent dat als een sirene door de muziek snijdt. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Amadou & Mariam: La Confusion

    Amadou & MariamWorld: Amadou & Mariam ontmoette elkaar op een Malinees blindeninstituut en vormden al begin jaren tachtig een muzikaal duo dat traditionele West-Afrikaanse muziek mengde met het geluid van Eric Clapton en Pink Floyd. De Europese doorbraak kwam in 2005 met hulp van Manu Chao. Het bracht het duo op vrijwel alle grote Europese festivals.

    Publiekslievelingen dus, en dat blijven ze met dit soepele album ‘La Confusion’. Laat het maar aan Amadou en Mariam over om afropop te maken. Geen wilde uitspattingen, maar langzaam meeglijden op prima Malinese popliedjes. Hun achtste album opent sterk met het funky Bofou Safou en daarna komen nog wat knikjes naar elektronica, reggae en natuurlijk de rock waarmee ze opgroeiden. Wie het Malinese geluid in een alternatieve vorm wil horen, kan beter zoeken naar de remixen door onder anderen Bas Bron (Fatima Yamaha). Half oktober spelen Amadou & Mariam vier keer in Nederland. Leendert van der Valk

  • ●●●●●

    Dead Cross: Dead Cross

    Dead CrossMetal: Wacht eens even. Steelt die drummer van Dead Cross met zijn beginroffel van Shillelagh nu gewoon het iconische intro van de Slayer-klassieker Epidemic? Jazeker! En dat mag gewoon. Dit is namelijk Dave Lombardo himself die zichzelf plagieert. De ontslagen Slayer- drummer (reden: hij wilde de boekhouding inzien) heeft met Faith No More-zanger Mike Patton een nieuwe band opgericht: Dead Cross.

    Op papier heet zoiets een ‘supergroep’, waarbij vaak het gevaar van gemakzucht op de loer ligt. Zo niet hier: de raggende thrashmetal klinkt gedreven, opgefokt en gevaarlijk. Patton schommelt met zijn uitzinnige zang tussen Pavarotti en psychopaat. Galmend, blaffend en krijsend bewijst nog steeds de meest eigenzinnige en veelzijdige zanger in het genre te zijn. Uit de hilarische songtitels (The Future Has Been Cancelled blijkt dat de coryfeeën zichzelf ook weer niet al te serieus nemen. Frank Provoost

  • ●●●●●

    Mount Kimbie: Love What Survives

    Mount KimbiePop: Mount Kimbie maakte altijd al indie-elektronica: muziek voor rockers en liefhebbers van electronica. Op Love What Survives kiest het Britse duo duidelijk voor die eerste kant. De schurende gitaren die ze uit hun synthesizers persen en de organisch klinkende krautrockdrums doen je geloven dat Kai Campos en Dom Maker live hebben gejamd in een garage, met vrienden King Krule en James Blake achter de microfoon. De Britse rapper heeft een eigen huilerig stemgeluid dat op zijn best rauw te noemen is, maar op het gejaagde ‘Blue Train Lines’ weet hij met zijn uithalen de verstoorde synthesizers en stevige drums nog te verpletteren. Gastbijdragen van James Blake komen beter uit de verf. Op het ingetogen We Go Home Together, met orgelmuziek en samples van een kerkgemeente komt zijn falset prachtig tot zijn recht. Het album ligt mijlenver van de post dubstep waarmee het duo bekend werd. Marilyn, met steel drums en het door Micachu lieflijk gezongen ‘Are you looking up at me’ komt daar het dichtstbij en is toch het beste nummer op de plaat. Fans van het eerste uur moeten misschien even slikken. Rolinde Hoorntje