Recensie

Albrechts Mahler is onopgesmukt omineus

Zelfs in Mahlerland Nederland hoor je soms nieuwe dingen: deze week de ‘Vierde symfonie’ op darmsnaren en een uitgebeende, diep bevredigende lezing van de onvoltooide ‘Tiende symfonie’ door het NedPhO met chef Marc Albrecht

Foto Marco Borggreve

De geest van Mahler – daarover kun je lang nadenken. Over zijn vurige, alle levenssappen opeisende componeerdrang, het overspel van zijn jongere echtgenote Alma (een direct uitvloeisel) en de manier waarop Mahlers lijden daaraan dan weer in geniaal-geplaagde noten stem kreeg.

Door Mahlers vriendschap met Concertgebouworkestchef Mengelberg werd Nederland een bloeiend Mahlerland. Geen maand zonder Mahler, maar toch presenteerde de Nieuwe Philharmonie Utrecht deze week een “authentieke” uitvoering van de Vierde symfonie zoals we niet eerder hoorden: met kale darmsnaren (op de a en e-snaar), houten Böhm-fluiten en op basis van Mengelbergs partituur. In Mahlers geest, dus, voor zover mogelijk.

Orkest zonder subsidie

De Nieuwe Philharmonie Utrecht is een orkest dat drijft op enthousiasme: zakelijk leider Bart van Meijl zorgt voor de praktische aandrijving (geen subsidie), dirigent Johannes Leertouwer wierf de voor 95% piepjonge musici – allen even toegewijd - veelal via het conservatorium.

Resultaat: een lyrische Mahler die je dwong je vertrouwde luisterkaders onder de loep te nemen. Het was interessant het slankere timbre van de violen te proeven - door de darmsnaren ijler en “enger” in de portamenti. Maar door een krappe bezetting van de violen tegenover alten, celli en bassen hing de balans wat uit het lood, waardoor het effect werd vertroebeld. Wat prevaleerde: de indruk van een oprechte, liefdevolle Mahler – in die zin ook inhoudelijk authentiek.

Duistere sirene

Verbijsterend is het besef dat er maar tien jaar gapen tussen de Vierde en de uitgemergelde, onvoltooide Tiende symfonie (versie Deryck Cooke) die chef-dirigent Marc Albrecht met het geweldig spelende Nederlands Philharmonisch Orkest tweemaal uitvoerde in een uitverkocht Concertgebouw.

Albrechts Mahler-cyclus (Pentatone verzorgt cd-registratie) is bijna compleet: alleen de 7de en 8ste ontbreken. In de Tiende toonde Albrecht opnieuw zijn onopgesmukte Mahler-signatuur. En juist in die Tiende vergrootte zijn geserreerde stijl slechts de impact. Van het altviool-lamento aan het begin bij voorbeeld, of van de violen die zoekend het verbijsterende cluster inleiden waarmee Mahler als een sirene de duistere 20ste eeuw inluidt.

18 seconden stilte

Albrecht belicht de Tiende symfonie als wat het is: een onaffe zwanenzang, een omineus staketsel. Als op een roadtrip in hard winterlicht loodste hij langs de laatste brokstukken van Mahlers gedachtenwereld, waardoor de vraag waar die weg naartoe had kunnen leiden waren er een nog meer symfonieë gekomen, des te scherper opborrelde. Het effect was emotioneel en intellectueel zeer bevredigend; alsof Mahlers taal werd ontdaan van alle fluwelen knipoogjes en alleen een weinig hoopgevende, lapidaire lappendeken van motieven en contrasten overbleef. De stilte van 18 seconden voor het slotapplaus kwam niet uit de lucht vallen.