Column

Zo houdt de Bijenkorf zijn personeel scherp

Johannes Pinneberg werkte op de herenmodeafdeling van een warenhuis in Berlijn, in de crisis na 1929. De zaken gaan slecht, er is geen geld onder de mensen, en op een dag besluit de directie na raadpleging van een organisatieadviseur de medewerkers een verkoopquotum op te leggen. Wie het niet haalt, vliegt eruit en kan zich aansluiten bij het legioen van werklozen. Arme Johannes Pinneberg. Hij is pas 23, maar ’s avonds in bed naast zijn vrouw Engeltje kan hij alleen maar denken aan de omzet die hij deze maand nog moet maken. Hoe gaan ze anders de melk en de luiers voor hun kleine jongetje betalen? Overdag is het loeren op klanten, hen dood wensen als ze na het passen van vele jassen de winkel weer uit lopen, vleien, vleien, vleien. Meneer heeft zo’n goede smaak, u staat alles.

En dan de heren van het hoofdkantoor die in het voorbijgaan informeren waarom hij niet meer donkerblauwe kostuums verkoopt, wil hij soms dat ze daarmee blijven zitten? En ach, meneer Pinneberg, u ziet er zo vermoeid uit, neemt u een voorbeeld aan uw collega’s in Amerika. Die zien er ’s avonds nog net zo fris uit als ’s morgens. Keep smiling!

Het is het verhaal van Kleiner Man – was nun? van de Duitse romancier Hans Fallada (1893-1947). De herinnering eraan kwam in me op toen ik nieuwe schoenen kocht bij de Bijenkorf in Amsterdam. Nee, geen crisis meer in Nederland, en al helemaal niet daar. Je waant je in een paleis, een consumentenpaleis met mooie, jonge verkoopmedewerkers – zijn rimpels reden voor ontslag? – die weten hoe ze je in een goed humeur kunnen brengen. Die schoenen staan u prachtig, mevrouw.

Bij het afrekenen raakte ik in gesprek met het meisje dat me geholpen had. Het was me opgevallen dat ze verschillende buitenlandse talen sprak en ze vertelde me wat over haar familie, waarna ik wat over mijn familie vertelde en er even iets was van ja – contact. Dacht ik. „Mag ik wat vragen?” zei ze toen ik mijn pinpas had weggestopt. „Zou u een kleine enquête willen invullen over uw klantervaring? Het duurt maar twee minuten.”

Ik had er geen zin in, maar zeg op zo’n moment maar eens nee. Dus ik mee naar de terminal die voor dit doel was neergezet. Ze logde in met haar personeelsbadge, glimlachte naar me en bleef op gepaste afstand wachten tot ik klaar was.

De vragen gingen over haar. Of ze vriendelijk was geweest, professioneel en weet ik wat nog meer, en terwijl ik de antwoorden aantikte zag ik de dames en heren van het hoofdkantoor voor me die maandelijks, of misschien wel dagelijks, de scores van het personeel bijhouden en op grond daarvan beslissen over contracten ja dan nee.

Fuck them. Ik heb dat meisje alleen maar tienen gegeven.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus.