Verlamde Democraten moeten zichzelf heruitvinden

Achter de schermen bij de Democraten speelt zich een felle richtingenstrijd af. Zijn ze een partij van de verbeelding (Bernie Sanders) of van het realisme (Hillary Clinton)? Tien maanden na de verloren presidentsverkiezingen is de partij nog geen steek opgeschoten.

Bernie Sanders tijdens de presentatie van zijn wetsvoorstel. Foto Yuri Gripas/Reuters

Het was een scène van historische betekenis, en toch viel het nauwelijks op. Vorige week woensdag presenteerde Bernie Sanders in Washington een wetsvoorstel om een landelijk ziekenfonds in te voeren. De Democratische senator wil dat alle Amerikanen hierin verzekerd zijn, en dat de overheid voortaan de kosten betaalt. Sanders wil hiermee de macht breken van de zorgverzekeraars, „die elk jaar honderden miljarden verdienen aan het systeem, en de directeuren rijk maken”.

Opvallend was niet dat ‘democratisch socialist’ Bernie Sanders met dit, voor Amerikaanse begrippen, revolutionaire plan kwam. Wel dat hij zich liet omringen door zestien Democratische senatoren, die hem uitvoerig prezen. Onder meer Elizabeth Warren, Kamala Harris en Kirsten Gillibrand, Democraten die vaak genoemd worden als mogelijke presidentskandidaat in 2020, stonden achter Sanders. Toen Sanders in 2013 een vergelijkbaar plan had, stemde niet één senator mee. Nu ligt dat anders. De Democraten, was hun impliciete boodschap, hebben een radicalere koers nodig.

Elizabeth Warren spreekt tijdens Bernie Sanders’ presentatie van zijn wetsvoorstel. Foto Jim Watson/AFP

Op diezelfde woensdag dat Bernie Sanders zijn partij naar links probeerde te bewegen, schoven de Democratische leiders Nancy Pelosi en Chuck Schumer aan voor een diner in het Witte Huis. Ze aten Chinees met president Donald Trump, en kregen voor elkaar dat de president concessies deed over de bescherming van ruim 800.000 jonge migranten. Ook de bouw van een muur aan de grens met Mexico leek van tafel na het etentje. „Zo krijgen we veel invloed”, zei Pelosi. Een beetje pragmatisme is zo gek nog niet, was háár impliciete boodschap.

Lees ook: Eerst distantieert hij zich niet van neonazi’s, dan werkt hij samen met Democraten: Trump opereert als partijloze president.

Alle macht kwijt

De Democratische Partij is de afgelopen jaren alle macht kwijtgeraakt. Het Huis van Afgevaardigden werd in meerderheid Republikeins in 2010. Vier jaar later volgde de Senaat, en in januari van dit jaar het Witte Huis. Tweederde van de Amerikaanse staten wordt bestuurd door Republikeinse gouverneurs.

In de jaren dat Barack Obama president was, is de Democratische partij langzaam uitgehold. Op lokaal en regionaal niveau verloor de partij de afgelopen jaren honderden zetels. Ideologisch kwam de partij min of meer tot stilstand. Alles was immers gericht op het in stand houden van Obama’s presidentschap.

De Democratische voorverkiezingen van 2016 liepen uit op een strijd om de macht tussen twee groepen. Grofweg: die van de verbeelding en die van het realisme. ‘Realist’ Hillary Clinton won die voorverkiezingen van ‘idealist’ Bernie Sanders, maar haar nederlaag tegen Donald Trump heeft de burgeroorlog in de partij sindsdien alleen maar verergerd. De groep die een radicalere partijkoers wil, de Sanders-vleugel, wint snel aan invloed. Het centristische kamp, de Pelosi/Schumer-vleugel, strijdt voor een veel behoedzamere koers. Die vleugel heeft nu nog de macht.

De Democratische Partij is van oudsher altijd een coalitie geweest van minderheden en belangengroepen, zoals vakbonden. Afro-Amerikaanse, Joodse en latino-kiezers vormden een bondgenootschap met de zogeheten witte arbeidersklasse. Samen hielpen ze Bill Clinton aan een verkiezingszege in 1992, en Barack Obama in 2008.

Opmerkelijk: Trump passeerde bij het sluiten van een akkoord met de Democraten zowel zijn eigen partij als zijn minister van Financiën. Lees hier meer over het sluiten van het akkoord.

Keuze voor het midden

De afgelopen jaren is die coalitie verbrokkeld, schrijft de progressieve auteur Thomas Frank in het boek Listen, Liberal. De Democraten hebben in hun jaren aan de macht de belangen van de gevestigde orde verdedigd – Wall Street, bedrijven, hoogopgeleide stedelingen – en vergaten dat ze er waren voor de emancipatie van hun achterban. Volgens Thomas Frank maakten Democratische leiders zich daar nooit druk over, omdat deze kiezers de partij altijd trouw bleven. Op de laatste Democratische Conventie omringde Hillary Clinton zich met generaals en beroemdheden uit de populaire cultuur. Terwijl de Republikeinen radicaliseerden, kozen de Democraten voor het midden. Zo wilde Clinton teleurgestelde conservatieven en partijlozen aan zich binden – de eigen achterban kwam toch wel weer stemmen.

Die vanzelfsprekendheid veranderde met de komst van Trump. Bolwerken van de witte arbeidersklasse – Pennsylvania, Wisconsin en Michigan – vielen in Republikeinse handen. Zwarte kiezers bleven voor een groot deel thuis. Een ongeïnspireerde Democratische partij „joeg de slecht behandelde kiezers in de armen van Trump”, aldus Frank.

Lees ook het stuk dat redacteuren Maartje Somers en Carlijn vis vorig jaar over Sanders schreven - Bernie Sanders: dé verrassing bij de Democraten

Weggejaagde kiezers

Zoals Labour onder Jeremy Corbyn hervormde, zo moet ook de Democratische Partij zichzelf heruitvinden, betogen auteurs als Frank. Alleen met een links-populistische boodschap komen de weggejaagde kiezers weer terug. Niet Trump, maar de Democraten moeten zich het felst tegen vrijhandel keren, of tegen Wall Street.

Onder Democraten in het centrum wint de gedachte terrein dat de partij juist toegeeft aan een progressieve agenda, en daarmee nieuwe nederlagen faciliteert. In die kringen is het boek The Once and Future Liberal een hit. In dat boek betoogt politicoloog Mark Lilla dat de Democratische Partij zich te veel met identiteitspolitiek heeft beziggehouden. Volgens Lilla staat de partij bol van „morele paniek over ras, sekse en seksuele identiteit”, waardoor kiezers die zich niet bij die minderheden thuisvoelen, weggejaagd zijn. De Democraten zijn té activistisch geworden over symboolpolitieke kwesties als wc’s voor transgenders, vindt Lilla.

,,Ik ben doodziek van de nobele nederlagen”, zei Lilla onlangs tegen The New Yorker. ,,We kunnen niets voor al die groepen doen als we geen macht hebben, dan blijft het bij woorden. We moeten dus eerst alles doen om te winnen. Verkiezingen zijn geen uiting van wie je bent. Het is een wedstrijd.”

Verlamming

Clinton of Sanders. De Democratische voorverkiezingen zijn al bijna anderhalf jaar geleden, maar die strijd bepaalt nog altijd de verlamming van de Democraten. Hillary Clinton speelt geen formele rol meer in de partij, maar haar invloed is nog altijd merkbaar.

In het boek What Happened, dat vorige week verscheen, schrijft ze dat de populistische vleugel in de partij het haar nodeloos moeilijk heeft gemaakt. Over Bernie Sanders schrijft ze: „Hij deed niet mee om ervoor te zorgen dat een Democraat het Witte Huis zou winnen. Hij deed mee om de Democratische Partij op zijn kop te zetten.”

Bernie Sanders „zat er helemaal naast” met zijn kritiek op de partij, aldus Clinton. „Ik ben er trots op een Democraat te zijn. En ik zou willen dat Bernie dat ook was.” Clinton zegt dus precies het omgekeerde van wat Thomas Frank zegt: juist een radicalere koers vervreemdt kiezers van de partij, vindt zij.

De strijd tussen de twee vleugels barst de komende maanden los, als de eerste kandidaten melden voor de voorverkiezingen van de Congresverkiezingen van 2018.