Theatersector: ‘We moeten de macht uit handen durven geven’

Hoe worden wij cultureel divers? Over die vraag bogen diverse theatermakers zich op het diversiteitsseminar van het Theaterfestival in Amsterdam.

Debat-moderator Laïla Abid met directeur Touria Meliani van de Tolhuistuin en Katinka Enkhuizen van Theater Rotterdam. Foto Iris Daalder

„Wij, progressieve theatermakers, moeten in deze wereld het cultureel diverse voorbeeld geven. Maar juist wij zijn wit”, concludeert programmeur Lara Staal (Theater Frascati) halverwege het diversiteitsseminar van het Theaterfestival. Dat is de kwestie die de theatersector dwars zit: hoe worden wij cultureel divers?

Om de sector te helpen organiseerde de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten (NAPK) in samenwerking met het Theaterfestival donderdag een seminar over culturele diversiteit in het Amsterdamse Theater Bellevue. In een samenzijn van theatermakers van diverse komaf werd de pijn van dertig jaar vechten voor diversiteit erkend.

Tegelijkertijd werd er stevige taal gesproken: „We moeten radicaal verschil durven binnen laten. We moeten de macht uit handen durven geven. En als de wereld niet langer geïnteresseerd is in diversiteit, moeten wij doorgaan”, aldus theatermaker Quinsy Gario.

Met die uitspraak hief hij het wij-zijdenken van witte en zwarte theatermakers op, en benadrukte dat de theatersector als geheel verantwoordelijkheid draagt in dit debat. Dat gevoel van eenheid kenmerkte de gehele bijeenkomst.

Foto Iris Daalder

Dat culturele diversiteit louter voordelen heeft, daar waren de aanwezige theatermakers, programmeurs, dramaturgen en studenten van overtuigd. „Het levert een interessanter repetitieproces op”. En: „Er komen mensen in het theater die we normaal nooit zien” en „theatermakers krijgen dan echt gelijke kansen.” Ondanks al die voordelen en jarenlang debatteren over culturele diversiteit, is de theatersector nog steeds opvallend wit.

In eerste instantie overheerst dan ook de scepsis over wéér een bijeenkomst over culturele diversiteit. Theatermaker Raymi Sambo: „Ik strijd al dertig jaar voor een cultureel diverse sector. Wanneer gaat er nu eindelijk eens iets gebeuren?” Een relevante vraag, aangezien er al sinds de jaren ’90 initiatieven zijn gelanceerd voor een meer diverse sector. De Code Culturele Diversiteit werd opgesteld, een richtlijn om culturele diversiteit te bewerkstelligen. Er stonden cultureel diverse theatergroepen op. Maar de BIS-gezelschappen, de negen grote gesubsidieerde gezelschappen in Nederland zijn anno 2017 nog steeds opvallend wit.

Een van de instellingen die wél stappen heeft gezet is Het Nationale Theater. Zakelijk directeur Walter Ligthart: „Wij hebben inmiddels een redelijk divers ensemble. Het punt is dat dat ensemble maar dertig van de honderdvijftig werkzame mensen beslaat. Aan de achterkant zijn we nog hartstikke wit.” Maar met een cultureel divers personeelsbestand ben je er nog niet, benadrukt Katinka Enkhuizen, assistent-programmeur bij Theater Rotterdam. „Er moet een mentaliteitsverandering komen onder álle medewerkers. Niet alleen gekleurde medewerkers dragen verantwoordelijkheid voor diversiteit.” Daarmee maakt Enkhuizen culturele diversiteit de verantwoordelijkheid van élke werknemer. Wanneer medewerkers, ongeacht kleur, zich niet actief opstellen in het streven naar culturele diversiteit, verandert er niets.

Daarnaast moeten subsidieverstrekkers dat wat als kwalitatief werk bestempeld wordt herdefiniëren, vindt hiphopchoreograaf Alida Dors. „Ze moeten meer research doen naar makers die een aanvraag doen.” Sambo voegt daaraan toe: „Het gaat niet per sé over een gekleurde invulling van commissies die subsidie verstrekken, maar over de juiste mentaliteit van de mensen die erin zitten.’ Subsidieverstrekkers moeten zich verdiepen in niet-Westerse kunstvormen, om zo de kwaliteit van die kunst beter te kunnen beoordelen.

De genoemde maatregelen betekenen onder meer dat de witte, bevoorrechte groep macht uit handen moet geven en empathie moet tonen. Op die manier kan er ruimte worden gemaakt voor theatermakers- en medewerkers met een niet-Westerse culturele achtergrond. NAPK-directeur Yolande Melsert: „Ja, het zal soms pijn doen. We zullen beter en gelijkwaardiger moeten verdelen, en daar moet je toe bereid zijn.”

Maar de theatersector moet vooral bereid zijn tot actie. NAPK-bestuurslid Ernestine Comvallius is dan ook duidelijk. „Ik ga er van uit dat jullie hier met nieuwe plannen vertrekken. Ik dreig zelfs: de NAPK heeft diversiteit hoog in het vaandel staan en houdt jullie in de gaten.”

Met welke plannen de aanwezigen daadwerkelijk zijn vertrokken, moet nog blijken.