Commentaar

Anonimisering bedreigt kwaliteit en integriteit binnen Nationale Politie

De screening van nieuw personeel is bij de Nationale Politie niet op orde, zo bleek vorige week uit een vergelijkend onderzoek naar politie, Fiod, douane en marechaussee. Aanleiding was de geruchtmakende affaire rond de ‘politiemol’ die ondanks een negatieve AIVD-screening tot 2015 toegang had tot gevoelige politie informatie.

Dit onderzoek bevestigt dat dit geen incident was, maar een structureel probleem, waarbij agenten met een migratie-achtergrond hogere risico’s lopen. Er kan bovendien worden vastgesteld dat falende screening slechts één van de problemen is waar de Nationale Politie mee kampt. Tegelijk wordt ook duidelijk waar dit mede vandaan komt: schaalvergroting, ook op het laagste niveau bij de nog nieuwe Nationale Politie. De medewerkers maken in het onderzoek duidelijk dat de basisteams zo groot zijn geworden dat van teamchefs niet meer verwacht kan worden „dat zij voldoende feeling hebben met het wel en wee van individuele medewerkers”.

Dat staat dus in direct contrast met de oproep van korpschef Akerboom, dit weekend in de Volkskrant, om dergelijke corruptie te bestrijden door een betere onderlinge sociale controle. Zonder al een oplossing te claimen zoekt de korpschef het alvast in ‘betere begeleiding’ en een kritischer onderlinge omgang. Hij laat het woord ‘buddy’ vallen. Zet daar de Rotterdamse agent de Groen naast, in NRC, die opmerkt dat haar werkomgeving „heel grootschalig” is geworden en „we daardoor kennis verliezen”. En wat te denken van Jack Druppers, wijkagent in Amsterdam, die de term ‘politiefabrieken’ munt. Hij merkt op dat hij elke dag in zijn bureau „mensen tegenkomt die ik nog nooit heb gezien”.

In het deze week verschenen blad Justitiële Verkenningen, gewijd aan de politie, bevestigt de externe consultant Walter Landman, na jaren onderzoek bij de politie, dit beeld exact. De schaalvergroting en concentratie bij de politie hebben gezorgd voor ‘anonimisering’ in de onderlinge relaties, schrijft hij. Men kent elkaar en dus ook elkaars kwaliteiten minder goed. De afstand tot de leiding is gegroeid. Het probleem is structureel – door de scheiding van functies, bijvoorbeeld tussen recherche en informatievoorziening, kost effectieve samenwerking veel meer moeite. Landman constateert ‘gevoelens van onmacht’, zowel bij het kader als op de werkvloer. Ook is er sprake van ‘onteigening’, ofwel minder betrokkenheid bij de organisatie, gevolgd door ‘fatalisme’ en ‘desinteresse’ op de werkvloer. Alles bijeen dringt de vraag zich op of de Nationale Politie een stap vooruit was. Of achteruit. Het begint op het laatste te lijken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.