Locatiescout Narcos vermoord in Mexico

Al voordat de opnames van seizoen vier van Narcos zijn begonnen, heeft de Mexicaanse werkelijkheid de populaire Netflix-serie ingehaald.

Een still uit Narcos Beeld: Narcos

In de laatste aflevering van het derde seizoen van Narcos wordt het al verklapt: in seizoen vier zal de populaire Netflix-serie zich verplaatsen van Colombia naar Mexico. Vorige week werd pijnlijk duidelijk dat die decorwisseling niet zonder risico’s is, toen in het Mexicaanse stadje Temascalapa het levenloze lichaam van Carlos Muñoz Portal werd aangetroffen.

De 37-jarige locatiescout was in het door crimineel geweld geplaagde gebied voor Netflix op zoek naar plekken om het vierde seizoen te gaan draaien. Blijkbaar kwam hij de verkeerde mensen tegen, die hem onder vuur namen. Zijn met kogels doorzeefde auto crashte in een cactusgaard. Muñoz, zelf een Mexicaan, was zeer ervaren: zo werkte hij eerder mee aan grote Hollywood-producties als Fast & Furious, Sicarios en de James-Bondfilm Spectre.

Seizoen 4: Heer van de Hemelen

Na de eerste twee seizoenen over het Medellín-kartel van Pablo Escobar en het derde over diens opvolgers van het Cali-kartel, lijkt het vierde te zullen gaan draaien om Amado Carillo Fuentes. Deze in de grenstad Juárez gevestigde drugsbaron verwierf de bijnaam El Señor de los Cielos (Heer van de Hemelen) na vele succesvolle cocaïnevluchten richting buurland de VS. In seizoen drie speelt de Mexicaan al een belangrijke bijrol.

Drugsbaron Pablo Escobar lokt toeristen naar Colombia, schreef redacteur Merijn de Waal vorig jaar. De serie over Pablo Escobar liet in Medellín het narcoturismo bloeien. Daar zaten veel Colombianen niet op te wachten.

Dat de tv-serie zich verplaatst van Colombia naar Mexico, toont hoe ook het epicentrum van het narcogeweld in Latijns-Amerika is verschoven. Decennia gold Colombia vanwege zijn burgeroorlog, drugsgeweld en ontvoeringsindustrie als een zeer onveilig land. Tegenwoordig bloeit het toerisme er: onder meer van backpackers die Pablo Escobar-tours doen. Medellín is als een feniks uit zijn as herrezen en geldt tegenwoordig als een van de hipste steden van het continent.

In Mexico daarentegen is de oorlog tegen drugs de afgelopen jaren flink geëscaleerd. Een half dozijn kartels is, mede als onder druk van de inzet van het leger, versplinterd tot tientallen mini-kartels, die onderling en met de autoriteiten felle strijd voeren. In veel delen van het land doen de misdaadcijfers inmiddels niet onder voor die in Colombia op het dieptepunt van het drugsgeweld, in de jaren tachtig en negentig.

Te onveilig voor draaien El Chapo

Hoe onveilig de situatie in Mexico is, bleek vorig jaar al rond de tv-serie over de Mexicaanse drugsbaron Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán. Netflix en het Mexicaans-Amerikaanse mediaconglomeraat Univisión besloten die serie over de baas van het Sinaloa-kartel uit veiligheidsoverwegingen niet in Mexico zelf te schieten, maar in Colombia.

Overigens werden ook de eerste seizoenen van Narcos niet in Escobars thuisstad Medellín geschoten, maar in hoofdstad Bogotá. Hierbij speelden echter geen veiligheidsproblemen, maar maatschappelijk verzet een rol. Veel paisas, zoals de inwoners van de regio heten, zijn het zat dat hun stad altijd maar met Escobar vereenzelvigd wordt. Dit was voor het stadsbestuur reden om de Amerikaanse tv-makers uit de stad te weren.

El Chapo moet het succes van Narcos evenaren. De nieuwe serie bezingt het leven van kartelbaas Joaquín Guzmán. “De narcocultura verovert via dit soort series nu de wereld.”