Knopendoos

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: een zoemende naaimachine tijdens de modeweek in New York.

Illustratie Eliane Gerrits

Al vijf jaar hoop ik erop, maar nu ben ik dan eindelijk uitgenodigd voor een modeshow tijdens de New York Fashion Week. Een vriendin had een kaartje over voor de show van de Amerikaanse couturier Nicole Miller. „Wat moet ik aan?” vraag ik. „Ik leen je wel iets van Nicole”, zegt ze. „Ik heb een jurk die je wel past.”

Voor het begint krijgen we een rondleiding in Millers atelier op Fashion Avenue, middenin het New Yorkse stoffendistrict. Op de twintigste verdieping van de wolkenkrabber belanden we van het ene op het andere moment in een andere wereld. De ruimte wordt tot op de vierkante centimeter intensief gebruikt. Een vleugel is gevuld met naaimachines waarachter dames hard aan het werk zijn. Daarnaast een kamer met paspoppen waarover stoffen zijn gedrapeerd. Het kantoor van Miller is een kleurrijke, vrolijke bende. Manden vol repen stof, lege tequilaflessen met kralen, linten, en knopen. Op de muren foto’s van beroemdheden die haar kleding dragen.

In een kleine kamer tref ik een mevrouw aan. Ze draagt een verwassen, wit schort, heeft blote benen en loopt op versleten slippers. Sliertig haar, geen spoortje make-up. Ze heeft nauwelijks tijd om te praten. Geconcentreerd tekent ze een patroon voor een avondjurk. Ze werkt hier al zo’n dertig jaar. „Ik zou niet anders willen”, zegt ze met een zwaar Russisch accent. „Dit is mijn leven.”

In de foyer verzamelen zich intussen de genodigden voor de show. Vaste klanten, Miller-fans, overal vandaan ingevlogen, allemaal dragen ze haar kleding. Op een scherm aan de muur zien we vast een voorproefje van de voorjaarscollectie 2018. Ik bedenk dat ik eerst nog mijn winterkleren tevoorschijn moet halen. De zomer is nauwelijks afgelopen.

Wanneer we in limo’s vertrekken naar het luxe Gramercy Park Hotel, worden we uitgezwaaid door de dames achter de naaimachines. De Russische mevrouw kijkt niet op van haar werk. Een meetlint zit tussen haar lippen geklemd. Het is een prachtige septemberdag. De stad glanst in de zon. Op het tv-scherm in de auto kijken we naar een verslag van de modeweek. Een uitzinnige parade van felle kleuren en nieuwe materialen. De sfeer is opgetogen.

Die avond kijken we op het dak van het hotel naar onwaarschijnlijk dunne, heel jonge meisjes die op Melania Trump-hakken over de catwalk lopen. Op de achtergrond de skyline van New York die het laatste licht van deze septemberdag pakt. Prosecco vloeit rijkelijk. Muziek is luid en uitzinnig. Iedereen ziet er prachtig uit. Maar mijn hoofd staat niet naar glamour.

Op de terugweg begint het te waaien. Ik ril in mijn te blote jurk. Als we door het modedistrict rijden, meen ik dat er nog licht brandt in de kamer van de Russische coupeuse. Ik stel me voor dat ze nog hard aan het werk is. Mijn gedachten dwalen af naar lang geleden. Ik zit op het grijze ribbeltjestapijt in mijn ouderlijk huis te spelen. Een voor een haal ik de parelmoer knopen uit het goudkleurige blik met de camee op het deksel. Mijn moeder kijkt geconcentreerd naar de stof die tussen haar vingers wegglijdt. Om haar heen een meetlint, patroonpapier en het roodfluwelen speldenkussen. Ik luister naar het geruststellende zoemen van de naaimachine.

Reacties naar pdejong@ias.edu