Floreert Klamer bij warmte, is het de koudste 16 september

WK-finale triatlon

Kou ontnam Rachel Klamer de hoop op een hoge klassering. Maar met het oog op de Spelen ziet ze perspectief op verbetering.

Rachel Klamer verloor bij het zwemmen al de aansluiting met de top in Rotterdam. Foto Bas Czerwinski/ANP

Was het water in de Maas maar een paar graden warmer geweest. Ja, dan zou Rachel Klamer, de Nederlandse triatlete, bij het zwemmen het contact met de drie koplopers misschien niet zijn verloren en had er in de WK-finale in Rotterdam een hogere klassering in gezeten dan de zevende plaats.

Na afloop van de Grand Final in de WK-reeks was de lage temperatuur in Rotterdam wel een hot topic. Uitgerekend op de koudste ‘16 september’ ooit in Nederland gemeten mocht Klamer op vaderlandse bodem haar kwaliteiten tonen. Maar dat lukt moeizaam als de zon zich verschuilt, want Nederlands sterkste atlete op de olympische kwarttriatlon gedijt vooral bij hoge temperaturen.

Niet dat Klamer bij stralend weer in Rotterdam een podiumplaats had gegarandeerd, maar dan zou ze de top-drie meer tegenstand hebben geboden, daar is ze van overtuigd. Wie weet had er dan voor het Nederlandse publiek, dat haar al zo weinig ziet, een glorieus resultaat in gezeten, want Klamer was door de toewijzing van de finalewedstrijd aan Rotterdam super gemotiveerd.

Eenmaal aan de finish nam de realiteit bezit van Klamer en moest ze erkennen dat de zevende plaats aansluit bij haar huidige niveau en „eigenlijk de plek is waar ik thuishoor”. Klamer behoort in het circuit tot de subtop, met zo nu en dan kans op een positieve uitschieter. Zo won ze in 2015 zilver op de eerste Europese Spelen, maar de tiende plaats op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro rijmt meer met haar status.

Kan Klamer zich verbeteren? De 26-jarige triatlete denkt van wel. Zelfverzekerd: „Ik moet aan alle onderdelen werken, het moet allemaal net een tikje beter.”

Haar knelpunt is merkwaardigerwijs het zwemmen – „daar moet je bij de kopgroep zitten, anders ben je kansloos”. Klamer komt nota bene uit de zwemsport, die ze een tiental jaren geleden vanwege de eenzijdigheid („saai, dagelijks trainen onder hetzelfde dak”) inruilde voor de afwisselende triatlon.

Past beter bij haar frivole karakter, vindt Klamer. Maar de oud-zwemster verliest doorgaans contact met het podium uitgerekend bij het zwemmen. Zo ook in Rotterdam, waar Klamer na de tweede van de 750 meter lange ronde in de Maas, nabij Hotel New York, de Amerikaanse Katie Zaferes, de Britse Jessica Learmonth en de latere winnares, Flora Duffy uit Bermuda, moest laten gaan.

Wat de resultaten dit jaar ook beïnvloedde, was haar programma. Na de Spelen in Rio de Janeiro begon Klamer niet in alle negen WK-wedstrijden, maar maakte ze uitstapjes naar andere disciplines, zoals de halve Ironman. Goed voor de motivatie, die afwisseling.

Vanaf volgend jaar schakelt ze terug in haar olympische modus. Want na aanvankelijke twijfels kiest Klamer vol overtuiging voor een nieuwe olympische cyclus. „Dat zei ik na de finish al in Rio de Janeiro tegen mijn vader. Het was plots een sterk gevoel dat bij me opkwam. Zo van: hé, dit wil ik nog een keer doen, dit wil ik niet missen. Het is veel te mooi om nu al te stoppen. Bovendien heb ik het idee dat ik mijn top nog niet heb bereikt.”