Recensie

De reggaetitaan mag iets te lang doorgaan

Geen reggae zonder Lee Perry. Terwijl Bob Marley het meest herkenbare gezicht werd van de Jamaicaanse pop, blijft Perry (81) de levende legende die de fundamenten van het genre definieerde. Hij ontdekte Marley en veel andere sterren, produceerde hun hits en verlegde als uitvinder van de dubreggae de artistieke grenzen.

Lee ‘Scratch’ Perry was zelf nooit een zanger van betekenis. Achter de knoppen van zijn studio, die tot tweemaal toe onder mysterieuze omstandigheden afbrandde, vond hij zijn kracht. Als een over het podium schuifelende sjamaan behangen met kraaltjes en amuletten is hij niet de beste ambassadeur van zijn eigen genie.

Tegen de pompende ‘riddims’ van Mad Professor, de deejay uit Guyana die Perry’s muziek naar het digitale tijdperk tilde, liet de oude vos de zang over aan het publiek terwijl hij zijn bezwerende formules uitsprak. Soms klonk hij toonloos en dor, dan weer verhief hij zijn stem als er zich een refrein van ‘Sun is Shining’ of ‘I Chase the Devil’ uit Mad Professors samplemachine losmaakte.

Alleen al door zijn imposante aanwezigheid verbond Lee Perry het overwegend jonge publiek, dat met zelfgedraaide joints achter de oren moest toezien hoe ‘Scratch’ de enige was die ze binnen op mocht steken. De reggaetitaan die in zijn verschijning steeds meer op de door rasta’s vereerde Haile Selasse begint te lijken, leidde de eredienst die hem in de jaren zeventig tot The Upsetter van Jamaica maakte: de man die de zaken op kwam schudden om de muziek een nieuwe politieke en creatieve lading te geven. Dat hij met twee uur mystiek gemurmel net iets te lang op het podium stond, hoorde bij zijn koninklijke status.