Commentaar

Wereld mag niet wegkijken bij vervolging Rohingya

In Birma speelt zich onder de ogen van de wereld een humanitaire tragedie af. De Rohingya, een islamitische minderheid in de deelstaat Rakhine, zijn al decennia het slachtoffer van systematische repressie door de boeddhistische meerderheid in het land. Sinds een maand is het militair geweld tegen deze groep zo heftig, dat de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Zeid Ra’ad al-Hussein, afgelopen week in Genève tegen de Mensenrechtenraad sprak van een „etnische zuivering”. Dorpen worden platgebrand, burgers gedood en verkracht. Inmiddels zijn naar schatting bijna een half miljoen Rohingya gevlucht naar het buurland Bangladesh. Gevreesd wordt dat dit aantal binnen afzienbare tijd zal zijn verdubbeld. In een eerdere fase is deze minderheid het Birmese staatsburgerschap afgenomen. Zij worden officieel gezien als immigranten uit Bangladesh. Maar door dat land worden zij niet als zodanig erkend.

Directe aanleiding voor het opnieuw oplaaien van het geweld tegen de minderheid, zou een aanval zijn van een Rohingya-militie in augustus op een politiepost. De status van dat bericht is echter onzeker sinds de militairen, die in Birma nog steeds de dienst uitmaken, vorige week betrapt werden op het verdraaien van de werkelijkheid. Officieel was medegedeeld dat het platbranden van Rohingyadorpen gebeurde door Rohingya zelf, die onderling verdeeld zouden zijn. Tijdens een persreis, georganiseerd door de regering, legde een BBC-ploeg afgelopen week echter onbedoeld vast dat een boeddhistische knokploeg bezig was een dorp plat te branden. Zonder twijfel onder toeziend oog van de militairen.

Het land was tot voor kort een rigide militaire dictatuur, waar de buitenwereld door de strenge perscensuur weinig zicht op kreeg. Sinds 2008 is het regime onder internationale druk begonnen met het invoeren van meer democratische vrijheden. Zo werd het jarenlange huisarrest van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi opgeheven. En twee jaar geleden won haar partij de eerste vrije verkiezingen. Suu Kyi kon echter door een truc van de militairen niet zelf president worden. Zij is nu Adviseur van Staat en de facto regeringsleider. Maar de werkelijke macht ligt in handen van legerleider generaal Min Aung Hlaing.

Deze week zal bij de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York de humanitaire crisis in Birma aan de orde komen. Van belang is hierbij dat de crisis internationaal een grotere uitstraling heeft. Naar islamitische landen in de eigen regio, zoals Indonesië waar fanatieke moslimgroeperingen ageren tegen de onderdrukking van geloofsgenoten in Birma. Maar bijvoorbeeld ook naar Turkije dat zich in het publiek debat over de vervolging van deze moslimminderheid heeft gemeld.

Zelf heeft Suu Kyi afgelopen week haar komst naar New York afgezegd. Ongetwijfeld zal zij zwaar worden gekritiseerd, deels is dat terecht. Zelf zei Suu Kyi – die lang werd vereerd als icoon van democratisering – eerder dit jaar tegen de BBC dat mensen die haar vergelijken met Gandhi zich vergissen. „Ik denk niet dat het in de waagschaal stellen van het eigen leven een voorbeeld is dat ik graag zou volgen.” Wat op zijn minst van pragmatisme getuigt.

Om de stabiliteit in de regio te garanderen is noodhulp voor gevluchte Rohingya dringend geboden. Het valt verder te hopen dat de VN-vergadering de aandacht richt op Min Aung Hlaing. Door deze generaal onder druk te zetten kan de hetze tegen de Rohingya stoppen. Hij kan daartoe het bevel geven.