Begroting met korte houdbaarheidsdatum

Miljoenennota

Het demissionaire kabinet-Rutte II eindigt met een onbescheiden Miljoenennota. De kans is groot dat de begroting snel veroudert.

Koning Willem-Alexander leest, met aan zijn zijde koningin Maxima, de troonrede voor op Prinsjesdag aan leden van de Eerste en Tweede Kamer in de Ridderzaal. Foto Sander Koning/ANP

Bescheiden? Niet bepaald. Voor een demissionair kabinet trekt Rutte II nog aardig de portemonnee. Afzwaaiende bewindsploegen horen volgens de Haagse mores een ‘beleidsarme’ begroting te maken. Maar als er één ding opvalt aan de uitgelekte cijfers van de Miljoenenennota voor 2018, zijn dat de investeringen die Rutte II op de valreep toch nog doet.

Er komt extra geld voor de verpleeghuiszorg: 435 miljoen. De leraren in het basisonderwijs krijgen er 270 miljoen bij. En er wordt 425 miljoen uitgetrokken om de koopkracht van gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden te repareren. Samen met andere uitgaven bijna 1,4 miljard aan verschuivingen – met de zegen van de formatietafel.

Toch zal ook deze begroting over een paar weken verouderd zijn. Het einde van de formatie is in zicht: VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben hun plannen vrijwel rond. Deze week buigt het Centraal Planbureau zich over de financiële ‘plaat’ van Rutte III.

Op tijd voor Prinsjesdag waren ze niet meer, maar de vier partijen zullen toch hun vingerafdrukken willen zetten op het beleid voor volgend jaar. Niet omdat de staatsfinanciën daarom vragen: anders dan bij de laatste demissionaire begroting, in 2012, is er deze keer geen enkele druk vanuit Europa om snel te bezuinigen. Sterker nog, de economie draait volop en schatkist loopt vol.

Wachten is geen optie

De overwegingen zijn politiek van aard. In maart volgend jaar zijn er alweer gemeenteraadsverkiezingen. De vier partijen zullen aan hun kiezers willen laten zien waarom ze in Rutte III zijn gestapt. Wachten met nieuw beleid tot 2019 is dan geen optie. Zeker in het licht van de aanzwellende kritiek op de langdurige formatie – dit wordt vermoedelijk de langste ooit.

Wat ook meespeelt: dit kabinet zal veel fragieler zijn dan zijn voorganger. Vier partijen die tot elkaar veroordeeld zijn, één zetel meerderheid in beide Kamers, geen economische crisis als bindmiddel. Weinigen aan het Binnenhof verwachten dat dit kabinet de volle vier jaar zal uitzitten. Willen VVD, CDA, D66 en CU iets voor elkaar krijgen, dan zullen ze dat meteen in de eerste twee jaar moeten doen.

Waar komen de aanpassingen? Alle vier de partijen willen een lastenverlichting, met name voor de middeninkomens. Nu het economisch goed gaat, moeten burgers dat volgend jaar al voelen. Dat kan vrij eenvoudig, door de belastingtarieven te verlagen – een zekerheidje voor het regeerakkoord.

Duidelijk is verder dat Rutte III wil investeren in zorg, onderwijs, defensie en klimaat. Voor die laatste twee staat geen extra geld op deze begroting – investeringen voor 2018 zullen in het regeerakkoord staan. Bijvoorbeeld extra geld voor militairen, een wens van de VVD waar Rutte II in augustus nog over sprak – maar die de Miljoenennota niet haalde.

Deadline

Voor de zorg is wel extra geld gereserveerd, bovenop de vaste stijging van het zorgbudget. Voor onderwijs óók – maar alleen voor leraren in het basisonderwijs. ‘Onderwijspartij’ D66 wil méér dan dat. Belangrijk voor de christelijke partijen CDA en, met name, ChristenUnie zijn de eenverdieners. Zij vinden dat gezinnen met één kostwinner fiscaal benadeeld worden – en zullen hun entree in het kabinet willen markeren met een douceurtje voor die groep.

Hier heeft de aanstaande coalitie wel een praktisch probleem. Een belangrijk instrument om huishoudens te helpen, zijn toeslagen en andere compensatieregelingen. Wil Rutte III daar nog aan sleutelen voor volgend jaar, dan ligt de deadline half oktober. De kans bestaat dat het nieuwe kabinet dan nog niet aan het werk is.

Lees ook: Sommige Kamerleden gaan voor het eerst naar de Troonrede, anderen komen er al jaren. Een enkeling slaat Prinsjesdag liever over. Drie interviews met Kamerleden.

Dit geldt helemaal voor de verhoging van het eigen risico in de zorg, een maatschappelijk zeer gevoelige kwestie. Als het nieuwe kabinet niets doet, stijgt dat in 2018 automatisch van 385 naar 400 euro. CDA en ChristenUnie beloofden in de verkiezingscampagne het eigen risico te verlagen – en de volledige oppositie wil dat ook.

Demissionair minister Edith Schippers (VVD, Zorg) liet eerder weten dat de verhoging alleen nog kan worden tegenhouden vóór 1 oktober. Die deadline is nagenoeg onhaalbaar – beseffen ze ook aan de formatietafel.