Column

‘Zolang ik weet dat ik weg kan, pas ik me moeiteloos aan’

Schrijver Arnon Grunberg vervangt twee weken een vader in een Zutphens gezin met vier kinderen. Hij doet dagelijks verslag. Vandaag de slotaflevering.

Op de laatste schooldag van mijn verblijf bij Marjolein en haar vier dochters vertel ik de kleuters iets over het schrijven. De juf zegt: „Op deze leeftijd is alles waar, het verzinsel is net zo waar als de rest.”

Geldt dat in tijden van fake news ook voor niet-kleuters?

Op het schoolplein help ik het zoontje van een andere moeder, Jasmijn, in zijn jas. „Hij is dol op vreemde, oudere mannen”, zegt ze met een zeker enthousiasme.

Zijn de ouders gewend geraakt aan de vervangvader? Of ben ik gewend geraakt aan het schoolplein?

Op mijn verzoek gaan we die avond uit eten. Japans, de kinderen zijn dol op sushi. Marjolein vraagt: „Ben je wel eens met vier jonge kinderen uit eten geweest?”

„Alles komt goed”, antwoord ik.

Wat moet ik anders zeggen?

Thuis neem ik snel een douche. De badkamer kan niet op slot. Thura komt binnen, trekt het douchegordijn opzij en bekijkt me.

„Laat me alleen”, roep ik.

Later kruipt ze naast me op bank en vertelt aan haar moeder: „Hij heeft een kleine piemel.” Vervolgens probeert ze in mijn kruis te knijpen.

Nu grijpt Marjolein in: „Dat mag je ook niet bij je echte vader.” Ze voegt eraan toe: „Layla is ook geobsedeerd door piemels. Dan stopt ze iets in haar onderbroek en zegt dat het haar piemel is.”

In het Japanse restaurant gaat alles redelijk goed. Mijn petekind en zijn moeder komen langs en de vroedvrouw van Marjolein, tevens vriendin. „Ze houden een beetje van me en ik van hen”, zeg ik tegen Marianne, de moeder van mijn petekind. „Jij kan nergens weggaan zonder dat de mensen van je houden. Daar ben je niet toe in staat”, antwoordt ze droogjes.

Die avond slaap ik eindelijk in het grote bed waar Marjolein, de vier kinderen en soms ook de vader liggen. De kinderen onder een rode deken met witte stippen, ik onder de deken met de zeemeermin.

Er wordt gekotst, er zijn diarree-aanvallen en Ronja legt regelmatig haar arm op mijn hoofd alsof ik een kussen ben.

De volgende middag arriveert de echte vader. Ik geef hem een hand. De situatie is ietwat ongemakkelijk.

De kinderen vergeten me waar ik bij sta, maar zo is het goed.

Ik vrees dat ik een betere vervangvader dan vader ben. Zolang ik weet dat ik weg kan, pas ik me moeiteloos aan.

Het afkicken duurt dit keer circa vierentwintig uur.