‘Zijn gezicht was het verhaal’

Harry Dean Stanton (1926-2017)

Harry Dean Stanton is voor altijd Travis Henderson uit Wim Wenders’ Paris, Texas. Recent was hij nog te zien in de nieuwe Twin Peaks. Vrijdag overleed hij.

Harry Dean Stanton in 2007. Foto Robyn Beck/AFP

Hoe hij daar liep. Tevoorschijn kwam uit het het niets. In de woestijn bij het Texaanse stadje Marathon, aan de rand van het Big Bend National Park. Met dat rode petje, en dat verwassen pak. Hij is zijn geheugen kwijt. Of misschien heeft hij het daar ergens in dat onverbiddelijke landschap achter zich gelaten. Travis Henderson in Paris, Texas (1984) van Wim Wenders was de enige rol die zijn leven zin had gegeven, zei hij ooit in een interview. Een man getekend door trauma en herinnering. Het was zijn doorbraakrol. Op 58-jarige leeftijd, nadat hij er al een half leven aan zwijgende bijrollen en weinig spraakzamer zogeheten ‘karakterrollen’ op had zitten. Harry Dean Stanton had geen woorden nodig om te spreken. Hij sprak met zijn gezicht. En met de manier waarop hij liep. Vrijdag overleed hij op 91-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles aan de gevolgen van ouderdom.

Met zijn kenmerkende ruige uiterlijk en relatief weinig tekst vertolkte Stanton meestal de rol van excentriekeling.

Soldaten en cowboys

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte de in 1926 geboren Harry Dean Stanton als kok aan boord van een marineschip. Maar het acteervirus had zich al eerder in hem genesteld, en toen de oorlog voorbij was zwaaide hij af naar het theater, al spoedig gevolgd door talloze filmrollen als soldaten en cowboys in de genrefilms van de jaren vijftig en zestig. Zijn filmografie telt zo’n 100 filmtitels en minstens de helft daarvan aan tv-rollen. Enkele memorabele optredens zijn bijvoorbeeld met zijn gitaar op de luchtplaats van een gevangenis in Cool Hand Luke (1967), als lifter in de nihilistische racefilm Two-Lane Blacktop (1971), als gruwelijk aan zijn einde komende ruimtetechnicus in Rildey Scotts originele Alien (1979), gekke wetenschapper in rampenfilm Escape from New York (1981), cokesnuivende straatschuimer in cultfilm Repo Man (1984), als de apostel Paulus in Martin Scorseses The Last Temptation of Christ (1988) en al op hoge leeftijd in drugstrip Fear and Loathing in Las Vegas (1998) en doodstrafdrama The Green Mile (1999). Naast zijn acteercarrière trad hij ook regelmatig op met zijn Harry Dean Stanton Band.

Harry Dean Stanton in 1983. Foto ANP

Eindeloos kijken

David Lynch, met wie hij meermaals samenwerkte, zoals aan de romantische misdaadfilm Wild at Heart (1990), slow road movie The Straight Story (1999), de surrealistische film-in-film Inland Empire (2006) en natuurlijk Twin Peaks (zowel bioscoopfilm Fire Walk With Me uit 1992 als de recente tv-serie), schreef op Twitter: ,,Hij was een geweldige acteur (zelfs meer dan geweldig)”. Dat is een sentiment dat door iedereen in de filmwereld wordt gedeeld. Harry Dean Stanton was niet alleen geweldig, hij was meer. Dat meer dat het geheim uitmaakt van elke acteur naar wie je eindeloos kunt kijken. Iets wat je een mysterie kunt noemen. Of een belofte. Maar beter nog een hunkerende vraag waar je na een lange stille wandeling misschien het antwoord op vindt.

Hij was misschien de ongekroonde koning van de bijrol, maar het waren altijd bijrollen die een doorkijkje gaven naar de pijnlijke nuances en subtiliteiten van mensenlevens die zelden in films worden verbeeld. Hij was iemand die door te zwijgen het hele verhaal vertelde. Iemand met een gegroefd gezicht, droef als een oude boom, maar altijd met een laatste vonkje vuur in zijn naar verlossing hongerende ogen. Iemand van wie de deze zomer overleden Sam Shepard, scenarioschrijver van Paris, Texas zei: ,,Zijn gezicht is het hele verhaal.”

Zijn laatste film is het eerder deze zomer op het Filmfestival Locarno vertoonde Lucky, waarin hij een 91-jarige atheïst speelt, in het aangezicht van de dood, de eenzame metafysica van het existentialisme. Regisseur David Lynch speelt een van zijn vrienden. Critici die de film al zagen beschrijven hem als een verdichting van Stantons hele filmleven. De film volgt hem in een kleine woestijnstad, tijdens zijn dagelijkse beslommeringen en wandelingen.

Hoe hij kon lopen. Stram van de vele kilometers die zijn schoenen al versleten hadden. Maar ook vitaal. Met de moed der wanhoop. Zoals de Ierse toneelschrijver, dichter en romancier Samuel Beckett het in de laatste regels van zijn roman Naamloos verwoordde: ,,Je moet doorgaan, ik kan niet doorgaan, ik zal doorgaan.” De tragische paradox van het leven. En nu is Harry Dean Stanton ergens in de woestijn bij Paris, Texas weer verdwenen. Of weggereden, in een zwarte limousine. Terwijl Blondie op de autoradio zingt: „I want to dance with Harry Dean / Drive through Texas in a black limousine / I want a piece of heaven before I die.”

Correctie (17 september): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Harry Dean Stanton zaterdag was overleden. Dat is onjuist. Hij overleed vrijdag.