Column

Superonzin

Na de smadelijke nederlaag van Feyenoord in de Champions League volgden de pleidooien voor uitsplitsing van de clubs in rijk en arm elkaar snel op. De kapitaalkrachtigste clubs zouden onder elkaar een competitie moeten organiseren, de zogenaamde Super League. We hebben het dan over topclubs uit de grote voetballanden. Clubs uit kleinere landen zullen zich moeten uitleven in een B-competitie.

Het is een onzalig idee. Financiële ongelijkheid in de sport is van alle tijden. Voetbal is als de samenleving: rijk en arm. Dat kan frustrerend zijn, maar heeft ook zijn charme. De 0-4 tegen Manchester City heeft in Rotterdam zeker pijn gedaan, maar het legioen had de wedstrijd niet willen inruilen voor een partijtje tegen Austria Wien of Qarabag. Het naïeve verlangen om historie te schrijven tegen een instituut als Real Madrid leeft bij alle clubs die deelnemen aan een Europese competitie.

De laatste tijd heeft de tegenstelling rijk-arm in het voetbal decadente proporties aangenomen onder de regie van sjeiks en oligarchen, maar is het ooit anders geweest? In de hoogdagen van het Italiaanse voetbal hadden Inter en AC Milan ook een honderdvoudige begroting van Groningen en PSV. Toch was een wedstrijd in San Siro voor een Nederlandse of Belgische club de sensatie van het jaar. Voor de supporters was het het dansfeest van hun leven.

Na veertig jaar hebben de fans van de Belgische provincieclub Waregem het nog steeds over de wedstrijd in Milaan. Het wordt onverminderd gevierd als hoogtepunt in de clubhistorie. In alle competities wordt de strijd van David tegen Goliath gecultiveerd en gesublimeerd. De kneus die wint van de reus is goed voor jaren volksvreugde. Er mag dan sprake zijn van een ongelijke strijd tussen kapitaal en arbeid, er schuilt ook heroïek in. Het klasseverschil is niet het enige criterium voor winst of verlies. Temperament en grinta kunnen veel goedmaken.

Feyenoord was niet in grootse doen tegen Manchester City en dat lag niet alleen aan het financiële en kwaliteitsverschil. Het leek ook een mentale offday. Dat kan gebeuren met mensen. Om dan te besluiten dat rijk en arm in quarantaine moeten gaan voetballen is een onzinnige conclusie. Iedere club wil PSG, Chelsea en Manchester United over de vloer krijgen, al was het maar om de supporters de opwinding van een groot affiche te bezorgen. Feyenoord-Heracles kan een aangenaam zondagje worden, maar brengt de Kuip niet echt in extase. Ook niet met forfaitcijfers.

De gedachte aan een Super League met een handvol rijke clubs op gelijk niveau haalt de ziel uit het voetbal. Het garandeert niet eens meer spanning en brille. Een transfer à la Neymar volstaat om het niveau te doen kantelen.

Ook de Kuip heeft recht op een glimp van Cristiano Ronaldo of Eden Hazard. Het niveauverschil doet er niet toe en Karim El Ahmadi zal niet lopen te zeuren over gigantische inkomensverschillen. Hij zal met volle overtuiging de strijd aangaan.

De grote jongens van Chelsea en Real zijn geen standbeelden. Zij zijn even goed onderhevig aan vormverlies en een griepje, aan een lichte malaise in het hoofd. Op Europees niveau kan iedereen winnen van iedereen. Dus ook Feyenoord. Ik zal niet opkijken als Feyenoord straks in Manchester verrast met 1-2.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.