Rohinya

Aandacht voor Rohingya komt te laat

Illustraties Cyprian Koscielniak

Het lijkt wel alsof het conflict rond de Rohingya-moslims in Myanmaruit de lucht komt vallen. Niets is minder waar. De vervolging van de islamitische minderheid is al decennia aan de gang. De afgelopen jaren namen de spanningen toe, mede door ‘veiligheidstroepen’ die met hun geweld een ware etnische zuivering teweeg hebben gebracht. Desondanks noemen Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi en regering deze groep steevast Bengali in plaats van Rohingya en ontkennen daarmee hun bestaansrecht. De berichtgeving over dit conflict was tot nu toe ver te zoeken. Het blijkt lastig voor de internationale media om de situatie te framen. In het Westen wordt het boeddhisme veelal geassocieerd met yoga, zen, dierenliefde en saamhorigheid – niet met gewapende groepen die een minderheidsbevolking willen uitroeien. Zet daartegenover de islam – oververtegenwoordigd in de media en (te) vaak geassocieerd met terrorisme en religieuze strijd. Dat beeld botst met de onderdrukte Rohingya die we in Myanmar zien.

Pas toen een deel van de al lang onderdrukte moslimminderheid uit wanhoop geweld begon te gebruiken eind augustus werd het relevant. Dat maakt dit conflict – en de mediaberichtgeving daarover – zo pijnlijk interessant. Het stelt fundamentele vragen over ons bestaande discours over religie, geweld en conflict en daagt ons uit om vooroordelen te heroverwegen.