Column

Moet de krant excuses maken aan Joris Demmink?

Heeft Joris Demmink, gepensioneerd topambtenaar van Justitie, recht op excuses van de krant? Na vijftien jaar achtervolging met aantijgingen over pedofilie en ambtelijke corruptie, werd de zaak onlangs geseponeerd.

Volgens oud-burgemeester Geert Dales is het nu tijd voor rehabilitatie en excuses, schreef hij in een vlammend opiniestuk in NRC. Volgens Dales holden „serieuze journalisten” klakkeloos aan achter de hetze tegen Demmink, die „ontzettend veel ruimte” kreeg.

Hij kreeg bijval van enkele lezers, inclusief een die „bravo!” riep.

Het is maar al te begrijpelijk dat een sympathisant (en VVD-partijgenoot) van Demmink even wil afrekenen, nu de zaak op niets is uitgelopen. De online campagne tegen de oud-topambtenaar, die al begon in 2002, is een schoolvoorbeeld van moderne heksenjacht. Veel aantijgingen van de digitale speurders lazen als berichten uit het gesticht.

Maar heeft Dales gelijk over de „serieuze” journalistiek? Hij kapittelt in zijn stuk ook NRC en met name Justitie-verslaggever Marcel Haenen, die de zaak zou hebben „opgepookt”.

Zelf zegt Haenen, wat ironisch: „Tot nu toe was het verwijt dat ik de zaak negeerde, nu dat ik die heb opgepookt.”

Eerlijk gezegd herinner ik het me ook iets anders, edelachtbare.

.

Het eerste grote verhaal over de zaak in NRC stamt uit 2007, een portret van Demmink waarin werd vastgesteld dat de belaagde secretaris-generaal „tot op heden alle beschuldigingen heeft weten te weerleggen”. Er waren geen „harde bewijzen” voor de aantijgingen, concludeerden twee verslaggevers.

Daarna bleef het heel lang stil. Voor NRC speelde in die terughoudendheid ook een rol dat de krant bekend was met een van de aanjagers van de hetze tegen Demmink, een online-activist en complotdenker die ook al jaren tekeerging tegen hoofdredacteur Folkert Jensma (na de moord op Pim Fortuyn).

De ommekeer kwam pas in 2012, toen een strafrechtelijk onderzoek naar Demmink opeens kans van slagen leek te krijgen. Twee jaar later gelastte het Hof in Arnhem een onwillig OM om Demmink alsnog te vervolgen. Daar waren „voldoende feiten en omstandigheden” voor. Dat besluit werd in het Commentaar van NRC verwelkomd in de hoop dat er nu dan eindelijk klaarheid in de zaak zou komen. Het stelde tegelijkertijd vast dat „geen enkele onderzoeker” uit de aantijgingen „ooit enig relevant feit [heeft] kunnen zeven”.

Sindsdien heeft de krant de rechtsgang op de voet gevolgd. In de eerste plaats omdat vervolging van een (voormalige) topambtenaar in Nederland uitzonderlijk is, en dus nieuws. Ten tweede: het is ook nieuws dat een georganiseerde, jarenlange campagne aan de lunatic fringe van internet culmineerde in strafrechtelijke vervolging. De zaak totaal negeren omdat die uit donkere krochten omhoog is gekropen, is dan geen journalistieke optie.

Heeft de krant of Haenen (die de primeur had van het besluit Demmink te vervolgen) de zaak daarna „opgepookt”? Sinds september 2013 schreef Haenen 28 stukken onder naam over de diverse procedures tegen Demmink, inclusief over de gedetailleerde aantijgingen tegen hem. Dat ging van Met lange tanden begint OM onderzoek Demmink (22 januari 2014) via Man getuigt over seks met Demmink (5 maart 2014) naar Strafonderzoek OM op dood spoor (12 februari 2015). Hij interviewde de advocate van de klagers. Demmink zelf ging niet in op herhaalde verzoeken om een gesprek. Ik wijdde één rubriek aan de zaak, na vragen van lezers waarom de krant de kwestie ‘wegmoffelde’.

Achteraf kun je erover twisten of elk stapje in de zaak verslagen had moeten worden. Sommige andere kranten volgden de zaak op grotere afstand dan NRC, juist door de dubieuze bronnen. Maar ik heb in Haenens stukken geen partijdigheid, fouten of leedvermaak kunnen ontdekken. Belangrijker: de krant volgde wel de rechtsgang maar zette geen onderzoeksteam op de zaak, dook niet in Demminks verleden of omgeving, schakelde geen correspondenten in om diens gangen in het buitenland na te gaan. NRC versloeg de kwestie als een juridisch dossier waar het OM mee worstelde, niet als een eigen onderzoeksdossier om uit te diepen.

Kortom, voor „excuses” van de krant zie ik geen reden. Bovendien, het is ook een beetje lastig excuses maken aan iemand die niet met je wil praten.

Maar: Dales heeft wel een goed en terecht punt met zijn vraag waar het grote stuk over het sepot van de zaak in NRC bleef; dat nieuws bleef beperkt tot een klein bericht op pagina 10. Klassiek: je wordt beschuldigd op de voorpagina, je vrijspraak staat ergens achterin.

Dat is veel te weinig; de Volkskrant trok er een pagina voor uit. Dat vindt trouwens ook Haenen zelf, die zo’n verhaal, zegt hij, graag had willen maken maar het simpelweg niet kon. Vlak voor de ontknoping werd hij naar Spanje gestuurd om met correspondent Koen Greven verslag te doen van de recente terroristische aanslagen daar.

Is het er nu te laat voor?

Ik vind van niet, zeker niet voor een zaak die zo lang heeft gesleept, waar OM én journalistiek jaren mee hebben geworsteld en die trekken had van een volksgericht. Een brede terugblik op de zaak, met reflecties en analyse, is dan, om het Commentaar te parafraseren, niet meer dan welkom.

Reacties: ombudsman@nrc.nl