Hij had bepaald overtuigingskracht

Klaas T. Noordhuis (1949-2017) wilde graag een tuin ontwerpen bij een huis – als de klant het eens was met zijn opvattingen.

Het enige moderne in het huis van tuinontwerper Klaas T. Noordhuis was de kunst aan de muren.

Het geluid van een mobieltje. Op het filmpje van RTV Noord zien we hoe de verslaggever, op bezoek in landhuis Oosterhouw in Leens, het toestel in zijn hand heeft. Klaas T. Noordhuis, de bewoner, neemt het van hem over en legt het onder een glazen stolp. „Een mobieltje past niet in deze omgeving”, zegt hij met zijn sik in de lucht en zijn hoofd ietsje scheef. Het is geen hint, het is een verbod. Noordhuis zegt het vriendelijk, maar zó beslist dat iedereen begrijpt: dit is een Onwrikbaar Standpunt.

Tuinontwerper Noordhuis was een man van standpunten en meningen – zijn vrienden vertellen er graag over. Hoe hij over sommige mensen, die in zijn ogen onjuiste ideeën hadden of ongewenst gedrag vertoonden, zonder pardon zei: „Die komt er hier niet meer in.” Werd hij gevraagd om een tuin te ontwerpen, dan moest de opdrachtgever het wel met zijn opvattingen eens zijn. „Opdrachtgevers kwamen op de laatste plaats”, zegt zijn echtgenoot, kunstenaar Hans Christiaan Klasema. „Op de eerste plaats kwam het huis, de tuin moest passen bij de stijl en de bouwperiode. En op de tweede plaats kwamen de bomen, want die staan er langer dan de gemiddelde bewoners, zei hij altijd tegen de klanten.”

Zo kon dus ook een mobieltje het einde van de kennismaking betekenen. In de laatste maanden van Noordhuis’ bestaan lag dat ineens anders: toen had hij zelf een mobiel en kregen degenen die gewoon maar opbelden om te vragen hoe het met hem ging – hij had kanker – de wind van voren. „Ik communiceer uitsluitend via whatsapp”, zei hij streng. „Telefoon stoort, want ik krijg veel bezoek.”

Dat klinkt vervaarlijk, maar hij was zo zichzelf, en anderzijds zo hartelijk, dat de meeste mensen het best van hem konden hebben.

Noordhuis is een naam in de provincie Groningen – en daarbuiten. Hij ontwierp veel tuinen, altijd met de voor hem zo karakteristieke zichtlijnen, en verwierf brede bekendheid onder tuinliefhebbers in binnen- en buitenland met zijn Tuinplanten encyclopedie. Na de tuinbouwschool in Frederiksoord reisde hij een paar jaar door de wereld, maar lange tijd vond hij toch dat er eigenlijk geen betere plek was dan het noorden van Groningen.

Ruim twintig jaar lang woonde Noordhuis in de negentiende-eeuwse notariswoning Oosterhouw, gelegen net buiten het Noordgroningse Leens. Hij trok er in met zijn echtgenoot, de dichter C.O. Jellema, die er in 2003 overleed.

De twee besloten het huis uit 1868 zo veel mogelijk in oude stijl te laten en waar nodig te máken, met in de voortuin rozenrassen uit de tijd van de bouw van het huis, negentiende-eeuws aandoende trompe l’oeuils op de gevel, binnen draperieën, zware meubels, behang en tapijten. Op de hectare achter het huis een tuin in Engelse landschapsstijl. De televisie werd verstopt in een kast, plastic en kunststof kwamen er bij Noordhuis sowieso niet in. Het enige moderne was de kunst aan de muren: bijna alles van figuratief werkende, levende kunstenaars.

Na de dood van Jellema richtte Noordhuis met zijn nieuwe geliefde – en latere echtgenoot – ook nog een negentiende-eeuws ogende bibliotheek in. Verstopt achter de traditioneel ogende panelen zaten een beamer en een scherm om filmavonden te kunnen houden voor vrienden, waarbij Noordhuis als ouvreuse optrad en in de pauze met een bak met ijsco’s verscheen.

Op Oosterhouw waren altijd mensen, er werd gekookt, ontvangen, door de tuinen gewandeld – Noordhuis en Klasema verdienden hun geld behalve met tuinontwerpen ook steeds meer met het rondleiden van tuingezelschappen en het geven van partijen.

Toch verhuisde Noordhuis een jaar geleden naar Amsterdam, zijn echtgenoot achterna. Hij omringde zich ook daar met kristal en servies, met antieke tafeltjes, schapenvachten en wanden vol moderne, figuratieve kunst.

In april hoorde hij dat hij kanker had, maar dat ondermijnde hem geenszins. Hij belde het Dagblad van het Noorden: „Ik heb kanker en ben over een paar weken dood. Dus als je me nog wilt spreken dan moet dat nú.” En dat deed men, want Noordhuis had bepaald overtuigingskracht.