Dijsselbloem beheerde de schatkist streng

Minister van financiën

Minister Dijsselbloem presenteert dinsdag zijn vijfde en laatste miljoennennota. Hoe heeft hij het gedaan?

Minister Jeroen Dijsselbloem bijna een jaar geleden met de Miljoenennota op weg naar de Kamer. Foto Remko de Waal/ ANP

In het debat over de Voorjaarsnota, begin juli, werd minister Jeroen Dijsselbloem er bijna verlegen van. Van alle kanten – vooral ook van oppositiezijde – kreeg hij lof toegezwaaid voor zijn begrotingsbeleid van de afgelopen vijf jaar. „Het tekort is zowaar omgeslagen in een overschot van 1,6 miljard en de minister verdient hiervoor een groot compliment”, vatte 50Plus-Kamerlid Martin van Rooijen de vriendelijke stemming samen.

Dijsselbloem probeerde bescheiden te blijven. „Alles wat ik erover zeg, is borstklopperij.”

Er is ook weinig tegen in te brengen. Zijn belangrijkste taak bij zijn aantreden – het op orde krijgen van de overheidsfinanciën – heeft Dijsselbloem onmiskenbaar goed volbracht. De schatkist die hij eind 2012 aantrof was leeg. Er zat een gat in de begroting van ruim 24 miljard euro; staatsschuld en begrotingssaldo liepen ver uit de pas bij de Brusselse normen.

Vijf jaar later – komende dinsdag presenteert de PvdA-minister zijn vijfde en laatste Miljoenennota – is het tekort inderdaad omgebogen in een overschot van enkele miljarden. De staatsschuld is aanzienlijk teruggelopen en gaat nu richting het voor Brussel meer dan aanvaardbare niveau van 50 procent van het bruto binnenlands product.

Minister in crisistijd

Natuurlijk zat de conjunctuur mee. Het herstel van de economie is lang niet alleen op kabinetsbeleid en prudent begrotingsbeheer terug te voeren. En veel van de zware saneringsmaatregelen die nodig waren na het uitbreken van de financiële crisis – bezuinigingen, hervormingen, het redden van banken – waren al door vorige kabinetten ingezet. Maar vriend en vijand zijn het erover eens dat Dijsselbloem zijn rol als minister van Financiën in crisistijd kundig heeft vervuld: streng. En zijn missie dus volbracht: de overheidsfinanciën zijn gesaneerd.

„Dat heeft hij goed gedaan”, zegt Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), „zeker als je beseft dat de economische groei redelijk was, maar historisch niet heel hoog.”

Maar vanuit de Tweede Kamer is het eindoordeel over Dijsselbloem niet louter positief – en dat is het ook niet altijd geweest. Al halverwege zijn ambtstermijn raakte een groot deel van oppositie in toenemende mate geïrriteerd over de wijze waarop de minister met de informatieplicht aan de Tweede Kamer omging.

Coco-affaire

Er was een serie affaires – een Europese naheffing van ruim 600 miljoen, de loonsverhoging voor de top van ABN Amro, de invloed van de bankenlobby op het fiscaal aantrekkelijk maken van zogeheten coco-obligaties, de vertrekregeling van NS-topman Timo Huges – waarbij Dijsselbloem bij herhaling uitspraken deed waar hij later in het parlement op moest terugkomen. „De minister werpt mist in de Kamer”, zei toenmalig SP-Kamerlid Arnold Merkies naar aanleiding van de coco-affaire in november 2015. „Keer op keer informeert Dijsselbloem de Kamer verkeerd of onvolledig – een zorgwekkend patroon.”

CDA’er Omtzigt noemt het „niet erg proactief informeren van de Tweede Kamer” het zwakste punt van Dijsselbloem. „We moesten geregeld duwen en trekken om relevante dossiers openbaar te krijgen.”

Renske Leijten, de opvolger van Merkies als financieel woordvoerder van de SP-fractie, ziet nog een manco in Dijsselbloems omgang met het parlement. Zij heeft de afgelopen jaren een heel andere Dijsselbloem leren kennen dan in de tijd dat hij zelf in de Tweede Kamer zat, van 2000 tot 2012.

„Als Kamerlid was Jeroen een aimabel, collegiaal en kundig collega. Nu ik hem als bewindspersoon tref, is hij totaal anders. Hij debatteert met veel dedain, zit voortdurend te lachen en is arrogant geworden. Onze moties noemt hij structureel ‘ongedekte cheques’, terwijl er geld genoeg is. Als minister neemt Dijsselbloem de oppositie volstrekt niet serieus.”

Evenmin is Leijten te spreken over Dijsselbloems rol als voorzitter van de eurogroep. Hij was in haar ogen veel te hard in de aanpak van de Griekse schuldencrisis. Hij voerde de druk op de aangeslagen Griekse economie om te bezuinigen en te hervormen flink op. Met lede ogen zag de SP de reputatie van Dijsselbloem afbrokkelen. Leijten: „In Griekenland is Dijsselbloem een grote boeman geworden. Daarmee heeft hij het aanzien van Nederland in de wereld geschaad.”