Recensie

De vrolijke hondjes van Amsterdam

Stadsgezichten

Prachtige stadsgezichten zijn samengebracht in een expositie in het Stadsarchief. Op de vaak petieterige details raak je niet uitgekeken.

Rechts midden Bloemstraat gezien naar de Prinsengracht met de Westerkerk, 1778. H.P. Schouten

Naast Venetië en Rome is Amsterdam de stad waarvan in de 18de eeuw de meeste stadsgezichten zijn gemaakt. Maar anders dan de tekeningen van Venetië en Rome, die over heel Europa verspreid raakten, werden de Amsterdamse stadsgezichten gemaakt voor de plaatselijke markt. De tekeningen van Amsterdam werden verzameld door Amsterdammers zelf, zoals de houthandelaar en makelaar Cornelis Ploos van Amstel (1726-1798), die overigens ook prenten uitgaf. Blijkbaar vonden de Amsterdammers al in de 18de eeuw dat hun stad hoogst bijzonder is.

Van de ongeveer 1.700 stadsgezichten uit de 18de eeuw die het Stadsarchief Amsterdam in bezit heeft, hangen nu 230 tekeningen en prenten op de schitterende expositie Kijk Amsterdam in gebouw De Bazel. Ze laten zien dat tekenaars als Jacob Cats, H.P. Schouten, Reinier Vinkeles en Simon Fokke een heuse school met een eigen stijl vormde. In de traditie van het Nederlandse realisme tekenden ze hun stadsgezichten met uiterste precisie. H.P. Schouten tekende bijvoorbeeld niet alleen elke baksteen van de Amsterdamse gebouwen, maar ook elk scheurtje in het metselwerk. Ook zijn op zijn tekeningen goed te zien dat de stenen rondom een recent geplaatst schuifraam nieuwer en dus lichter zijn dan de oude.

Bijna alle tekenaars voorzagen hun stadsgezichten ook van snuffelende en springende hondjes en gedetailleerd getekende figuren en voorwerpen. Ook die zijn zo verfijnd getekend dat bijvoorbeeld teksten op plakkaten met een vergrootglas te lezen zijn. Soms, zoals op Beurstrommelen tijdens het kermisfeest van Cornelis Troost uit 1746, doet het tafereel met in het midden een woedende vrouw – of is het een verklede man? – en huilende kinderen, denken aan de 17de-eeuwse genreschilderijen. Maar ook op minder heftige taferelen raak je niet uitgekeken op de Amsterdammers. Zo zijn de kledingmodes in de 18de eeuw goed te volgen: soms blijken de vrouwen uitgedost met vreemde hoofddeksels en tegen het einde van de eeuw dragen ze Empire-jurken. Verbazend is het goederentransport: ontscheepte lading werd veeleal niet op karren met wielen over land vervoerd, maar op schurende sleden met een zwoegend paarden ervoor.

Kijk Amsterdam is vooral ook een feest der herkenning. Bij bijna alle tekeningen vraag je je af of je de afgebeelde plek kent en zo ja, wat er allemaal wel en niet is veranderd. Om de bezoekers in feeststemming te brengen begint de tentoonstelling met muurhoge animaties waarin de 18de-eeuwse stadsgezichten versmelten met filmbeelden van de huidige situatie. In de Schatkamer, de tentoonstellingsruimte in de kelder van het Stadsarchief, zijn de prenten aangevuld met voorwerpen als een kolossale pruik en schaatsen. Hier liggen ook vele ‘Amsterdamse Akten’, dikke notariële boeken die met verslagen van zwendelpraktijken en overlast van ‘hoererij’, laten lezen dat Amsterdam ook in de eeuw van de Verlichting een duistere kant had.