Recensie

Als een maanlander over rotsen

Met de nieuwe Range Rover kun je nog maar door 65 centimeter water rijden. Maar stoer is hij toch wel, schrijft .

De Range Rover Velar bij de nieuwe vestiging (in aanbouw) van Broekhuis Utrecht. Foto Peter de Krom

Zijn naam Velar komt van velare, Latijn voor verbergen. Het was ooit de schuilnaam voor het prototype van de eerste Land Rover. Omdat de geschiedenis van automerken altijd een dialoog met de traditie is, moest een officiële Range Rover Velar er eens van komen. De Land Rover-mensen zeggen Vullaaaahh, met het wegstervende -aaaahhh dat van hun ademloze verrukking bijna belcanto maakt.

Dit is de luxury medium suv van Land Rover. Dat ‘medium’ getuigt van een wereldvreemde kijk op middenmaten. Daarbij denk je aan middenklasse. Nou nee. In de Land Rover-showroom zie je dat hij kleiner is dan de grote Range Rover en groter dan de kleinere Evoque. Op straat aanschouw je een nog steeds geducht stuk vlees dat ten minste driekwart ton moet opbrengen.

Evenmin gelukkig is de slogan ‘Avant-garde Range Rover’. Daarvoor lijkt hij te veel op de grotere modellen die modern maar in hun hoekige tijdloosheid juist niet futuristisch willen zijn. Door de lage daklijn lijkt hij zelfs langer dan de Sport, terwijl hij vijf centimeter korter is. Het is die laagte, twaalf centimeter lager dan de Sport, die hem toch een eigen smoel geeft. Hij doet denken aan Amerikaanse custom cars, door hobbyisten drastisch verbouwde oldtimers met extreem verlaagde cabines en woekerende wielkasten. De Velar is een platgewalste kubus, een tot kunst verheven make-over van een Range Rover. De tegengestelde beweging van de dalende daklijn en de opstijgende onderkant laten de achterzijde enigszins puntsgewijs toelopen, alsof hij net uit een tube suv-pasta is gegleden. Gelikt zijn de verzonken portiergrepen die bij ontgrendeling uitschuiven à la Tesla, maar een stuk degelijker aanvoelen. Het is wel weer een Ding, zij het een ding dat in de Range Rover-familie weinig meer is dan een variatie op een thema.

Opgeluchte consument

Wat je je dan afvraagt: hoe zou Land Rover op het idee voor deze auto zijn gekomen? Ik denk dat ze daar als volgt hebben geredeneerd; als we onze vlaggenschepen iets kleiner maken, kunnen we ze aan de man brengen voor ietsje minder. Zo geven we de opgeluchte consument, die tegen onze duurdere modellen aanhikte, het psychologische zetje om hem zo dik aan te kleden dat hij onder de streep net zoveel geld uitgeeft als aan de grote jongens. Dat zal hij doen, omdat hij niet te kijk wil lopen met een kale. Wedden?

Toch is het een echte Range Rover, die bijna alles kan wat terreinwagens horen te kunnen. Tenminste, op de eer wordt nooit bespaard. De Velar kruipt als een maanlander over rotsen en duikt zonder gevaar voor waterschade potige rivieren in, al suggereren de statistieken dat Land Rover stapsgewijs toewerkt naar een leven op het vasteland. Elk nieuw model krijgt iets meer poedelvrees. De zogenaamde ‘doorwaaddiepte’ van de grote Range Rover bedraagt 90 centimeter, de Sport haalt 85 centimeter en de Vullaaahhhhh houdt het voor gezien bij 65, zodra de wade sensing-sensoren in de buitenspiegels waarschuwen voor hoog water. De grote drooglegging is een kwestie van tijd – en wat maakt het uit, de PC Hooftstraat is geen rivier.

Hij is leverbaar met de vier- en zescilinders die we van Land Rover en Jaguar kennen. De bediening verloopt grotendeels via een tot de eerste vette vingers prachtig glanzend touchscreen dat zich met redelijk gemak laat ontleden. Het digitale dashboard kennen we van de grote Range Rovers. Het is dus instappen en wegwezen, en hoe. Hij heeft voldoende in zijn mars voor een avontuur waarvoor de naar spanning en sensatie dorstende stadsmens onmiddellijk zijn corporate survivalweekend in de Ardennen aan de wilgen hangt.

Het bij dit merk gebruikelijke testparcours met moeilijke obstakels, een soort stormbaan voor auto’s, is kinderspel voor de Velar. Hellingproeven waarbij de koets tot 45 graden zijwaarts kantelt, de geschaarde brugdelen die je eerst met de rechter- en vervolgens met de linkerwielen stapvoets bestijgt tot het wiebelende gevaarte met twee wielen in de lucht hangt; twee vingers in de neus. We rijden er een supervette berg mee op en af. We doorsteken een rivier die de bergafwaarts flink verhitte remschijven in een wolk van stoom afkoelt. Terug naar het asfalt, waar hij rijdt als een droom.

Elke keer vind ik het stiekem toch lekker; het pijnlijk genderbevestigende mannentheater dat de tijdgeestbewuste metroseksueel in zijn Fiat 500 van zich af probeert te chillen. Het voelt als thuiskomen in de mancave die me door een nette opvoeding door de neus is geboord.