Cultuur

Interview

Interview

Annemiek van Vleuten in de Ladies Tour. Die Nederlandse etappewedstrijd schreef ze onlangs op haar naam.

Foto Tim De Waele

Ze is niet langer ‘het meisje van de val’

Annemiek van Vleuten

Na haar doodsmak op de Spelen van Rio ging ze backpacken in Australië. Ze kwam sterker terug dan ooit en is op het WK wielrennen in Bergen mede-favoriet voor twee gouden medailles.

Ze is ‘het meisje van de val’ gaan heten, tegen wil en dank. De doodsmak die ze dertien maanden geleden maakte in een bocht die ineens veel scherper was dan ze met haar vermoeide brein kon inschatten, staat in het publieke geheugen gegrift. Omdat het er zo naar uitzag, omdat iedereen die live keek zich dat misselijkmakende gevoel van machteloosheid kan herinneren, toen het leek alsof ze gesmolten als in een Dali-schilderij van een hoge stoeprand af droop.

Zelf was ze buiten westen tot in de ambulance die haar met spoed naar een ziekenhuis in Rio de Janeiro reed. Bij het ontwaken riep ze om haar fiets; haar hele wezen was zich tot de klap die haar wereld in donkerte hulde aan het voorbereiden geweest op een triomf, goud op de Olympische Spelen.

In plaats daarvan namen artsen de schade op: breuken in de wervelkolom, haar hersenen flink door de war geschud, en haar aangezicht was dat van een vrouw die er flink van langs had gekregen. Evengoed deed ze drie dagen later haar verhaal bij de NOS, mascara in haar wimpers, lippen glimmend, in haar oren zilveren hangers. Ze wist terug te blikken op de beste wedstrijd die ze ooit had gereden, want haar lichaam was dan gebroken, haar geest allerminst. Ze stal de harten van zovelen die zich lieten inspireren door een toonbeeld van positivisme, getuige het aantal volgers op Twitter dat na Rio verdubbelde, getuige ook de mensen die sindsdien soms huilend op haar afkomen omdat zij hen liet inzien dat je na vallen weer kunt opstaan. Op dat interview is ze trots. Haar ogen glinsteren als ze de beelden terugziet. Ze ziet een vrouw die na tegenslag niet bij de pakken neer gaat zitten maar juist veerkracht toont, zoals haar moeder dat deed na het overlijden van haar man in 2008, na een ziekbed van vier jaar.

Sinds ze zonder vader door het leven moet – de man die uit zijn bol ging toen ze brons won op het WK wielrennen voor studenten – is ze extra blij dat haar moeder er nog is, dankbaar voor de momenten die ze samen kunnen delen. Al was het in die eerste jaren, waarin ze steeds grotere wedstrijden ging rijden en die ook begon te winnen, niet altijd makkelijk om haar alleen langs de kant van de weg te zien staan. Juist dan voelde ze de afwezigheid van haar vader, en dat leidde af, ook tijdens de race. Sinds vier Belgische fans een club oprichtten, gaat het beter. Wedstrijden kijken doet haar moeder met hen. Het is voor haar een dagje uit.

Afgestudeerd epidemioloog

Van Vleuten (34) verhaalt over de sleutelmomenten in haar leven terwijl ze in een zwarte joggingbroek en een soort snowboots onkruid staat te wieden in de achtertuin van haar geliefde jarendertigwoning in Wageningen, de stad waar ze als student animal sciences terechtkwam nadat ze afknapte op de carrièretijgers van de studie Nederlands recht en bedrijfswetenschappen. Niks voor haar, terwijl ze wel ambitieus is. Maar veel belangrijker vindt ze een goed gevoel, en dat had ze tussen de Wageningse studenten, met wie ze twaalf jaar lang samenwoonde in de binnenstad. Ze had er een goedkope kamer van zestien vierkante meter tussen huisgenoten die haar met hun dagelijkse beslommeringen in contact hielden met het ‘normale’ bestaan, het topsportersleven van kleur en diepgang voorzagen – broodnodig toen ze als afgestudeerd epidemioloog in 2010 haar baan als medewerker van een kenniscentrum voor groen onderwijs opzegde om voltijd wielerprof te worden. Geen sinecure in de periode dat het vrouwenwielrennen minder serieus werd genomen – op het WK van 2010 liep een aantal mannelijke collega’s haar straal voorbij.

Haar keuze bleek de juiste: in 2011 won ze de etappekoers Route de France, en dat betekende haar internationale doorbraak in de sport die ze na voetbal en paardrijden pas op haar 23ste ontdekte. Vlak daarna begonnen de problemen: nadat haar rechterliesslagader al eens verstopt was geraakt, gebeurde hetzelfde in 2011 aan de linkerkant. Een oom en een tante hebben hetzelfde. Een ingreep was risicovol. Rechts werd het euvel in één keer verholpen, maar de operatie links mislukte, en de arts wilde het niet nog eens proberen. Drie seizoenen koerste ze met anderhalf been, omdat er onvoldoende zuurstof kon worden getransporteerd.

In die periode ontdekte ze hoe belangrijk de wielersport in haar leven was geworden. Met de aftakeling van haar lijf nam ook haar levensgeluk af. Ze vond het zo confronterend dat haar lichaam dienst weigerde, dat ze haar bed niet uitkwam en dacht aan stoppen met fietsen. Een alternatief had ze niet. Dus ging ze door.

In 2014 werd ze toch aan die slagader geopereerd, en dit keer voelde ze al in het ziekenhuis dat er iets verbeterd was. Het was de aankondiging van een tweede wielerleven, of een eerste, omdat ze nooit eerder op volle kracht tussen de profs had gefietst. Vanaf dat jaar begon ze grote wedstrijden te winnen; etappes in de Giro d’Italia, nationale tijdritten.

Voorzichtig met mannen

Jaren had Van Vleuten door een glazen muur getuurd naar de wereld waarin ze thuishoorde, opgezadeld met een lichaam dat niet naar behoren werkte. Op den duur kon ze niet anders dan accepteren dat totale controle niet bestaat, en toen dat gelukt was, hield ze energie over voor de dingen die te beïnvloeden zijn. Wel altijd met de angst voor een terugval in haar achterhoofd. Die slagader heeft littekens achtergelaten. Veel diepere dan die klap in Rio, die ze peanuts noemt.

Hoewel ze het bij terugkomst uit Brazilië twee weken moeilijk had, alleen in die eengezinswoning – een vriendje heeft ze niet, ze zegt dat ze mannen op afstand houdt zodra ze het idee krijgt dat ze interesse tonen vanwege haar bekendheid.

Als ze het huis uit wilde, ging ze via de achtertuin om maar geen buren tegen te komen. Naar de supermarkt droeg ze een capuchon om niet steeds aan te hoeven horen hoe naar mensen zich hadden gevoeld toen ze dachten dat ze dood was. Die gesprekken wilde ze niet voeren, want dan besefte ze dat ze een gouden medaille op de Spelen had kunnen winnen. Alleen vrienden kon ze tolereren. Het kaartje dat ze van hen kreeg hangt op het toilet: ‘In het kader van vooruitkijken…wanneer gaan we bier drinken?’ Dát typeert nou hoe ook zij in het leven staat.

Na twee weken treuren in Wageningen belde ze haar moeder. De muren kwamen op haar af. Samen trokken ze naar Livigno, een Italiaans ski-oord, voor een herstelkamp op de plek waar ze negen weken per jaar bivakkeert in een kleinschalig hotel op 2.300 meter, ideaal voor een wielrenster die wil gaan voor het algemeen klassement. Ze knapt op in de bergen, komt er altijd „mentaal opgeruimd” van terug. Dat was nu niet anders. En hoewel ze lekker had getraind, besloot ze na de WK wielrennen in Qatar, waar ze vijfde werd in de tijdrit, een sabbatical te nemen en drie maanden te gaan backpacken. Ze had geen zin om te worden geconfronteerd met haar val in Rio, ze zag zichzelf al zitten in praatprogramma’s die terugblikken op het sportjaar 2016.

Ze begon haar reis met de Crocodile Trophy, een van de zwaarste mountainbikewedstrijden ter wereld, in de outback van Australië. Toen ze in een van de etappes met al honderd kilometer op de teller verdwaalde, en zonder telefoon en water ergens alleen in de bloedhitte stond, had ze even een „Rio-verwerkingsmomentje”. Huilend klopte ze aan bij het enige huis wat ze zag, en godzijdank wilde een man haar terugbrengen naar de finish, een uur rijden verderop.

Vervolgens trok ze met haar fiets door Australië en Nieuw-Zeeland, van Airbnb naar Airbnb, drie kilo aan spullen in een zadeltasje bij zich, elke dag dezelfde kleren aan, heerlijk vond ze het, zo’n bestaan van wel-zien-wat-er-gebeurt. Ze legde zichzelf geen beperking op, stopte wanneer ze een leuk lunchtentje zag, at een taartje als ze daar trek in had. Niet eerder had ze zich zo ontspannen gevoeld, vrij van moeten, juist alles mogen, de ontdekking van een succesformule die ze vanaf volgende maand gaat herhalen.

Trainen als een vent

In de winter hervatte ze de wedstrijden, ze won eind januari de Cadel Evans Great Ocean Road Race. In de klassiekers behaalde ze twee podiumplaatsen en in de Giro werd ze derde, achter Anna van der Breggen. In juli kwam de bevestiging dat al die hoogtestages, die ze volgens haar trainer afwerkt als een vent, van haar een klimmer hebben gemaakt: ze won La Course, voorheen de vrouwenversie van de Tour de France, over twee etappes: ze was de beste op de Izoard, en daarna maakte ze het af in de straten van Marseille. Daar sloot ze die val in Rio de Janeiro voorgoed af, door aan zichzelf en de hele wereld te laten zien dat ze een wedstrijd in winnende positie kan afmaken. Eerder deze maand won ze de Ladies Tour, een meerdaagse wedstrijd in eigen land. Annemiek van Vleuten is in de vorm van haar leven.

En zo reist ze deze week af naar het WK wielrennen in het Noorse Bergen, waar ze een van de favorieten is voor goud op zowel de tijdrit als de wegwedstrijd. Ze heeft er zin in. De kans is groot dat ze na volgende week niet langer bekendstaat als ‘het meisje van de val’, maar als Annemiek van Vleuten, de beste wielrenster ter wereld.