Recensie

Wisselvallig etentje in een vijfsterrenrestaurant

Foto Remco Koers

Het afgelopen seizoen bezochten we een paar nieuwe Indonesische restaurants en opvallend was dat deze een luxe variant van de bekende Indonesische keuken brachten. Bij Amoi op de Kinkerstraat kwam veel jong volk, ging het over cocktails en shared dining en gaven we 80 euro uit, bij Ron Gastrobar Indonesia in Ouderkerk aan de Amstel kregen we héél veel oogstrelende gerechtjes en eindigde de teller op 160 euro. De tijd van kleine, goedkope Indische eethuisjes waar tante achter de potten staat lijkt definitief voorbij.

In het nieuwe Hyatt Hotel aan de Sarphatistraat hebben ze opmerkelijk genoeg ook gekozen voor de Indonesische keuken, dat zou je niet verwachten bij een vijfsterrenhotel. Opmerkelijk, maar wel leuk, want de rijsttafel is in feite een Hollandse uitvinding, een combinatie van Indonesische en Indische hoofd- en bijgerechten, aangepast aan de westerse smaak. In Indonesië zelf eet niemand zo, maar hier geeft het dus een mooi visitekaartje af aan toeristen.

Mama Makan wordt bestierd door een Indonesische chef, Rosmina, maar de rijsttafel zoals wij die kennen komt er niet op tafel. Mama Makan serveert het – ook al wordt het wel als rijsttafel aangekondigd – als een viergangenmenu, dus met voor-, tussen-, hoofd- en nagerecht. De nasi campur (25,50) van de kaart doet nog het meest denken aan de rijsttafel, er komt een kom witte rijst met verschillende kleine vis-, vlees- en groentegerechten bij. Vooraf delen we een portie saté campur met kip, lam en rund (14,50) en een gado gado met kleefrijst (lontong, 10,50). Het andere hoofdgerecht is een opor ayam Java (16,50), kipcurry in kokosmelk met tomatensambal en atjar.

Na een amuse van cassave-chips met kroepoek, pindasaus en tomatensambal komt de royale portie saté op tafel: negen stokjes met milde pindasaus en een zoete ketjapsaus. De kip wat droog, het rund wat stug – te ver doorgebakken –, maar het lam is wel lekker. Toch vragen we ons af waarom de kok niet kiest voor geit (kambing) in plaats van lam, geit is toch volop beschikbaar en nog goedkoop ook in Nederland? En bovenal: heel lekker! De gado gado is een kom met een niet zo fraaie berg taugé, kousenband en grote brokken gebakken tofu, overgoten met een matige pindasaus en een gekookt ei… nee, dit kan beter. De kip van het hoofdgerecht, in kokosmelk met sambal, is wel lekker: mals, goed gepeperd en mooi in evenwicht, lekker met de eenvoudige, maar goed gekookte rijst met wat gebakken uitjes en uitstekende tomatensambal. De nasi campur is rijst met acht piepkleine bijgerechtjes: kroepoek, gevliesde pinda’s, zuur van rode ui, trasi en peper, kousenband met kokos, garnaal, rendang, pittige kip, twee serehstengels met een viskoekje van kabeljauw en garnaal.

Over de meeste bijgerechtjes kunnen we klip en klaar zijn: het is niet veel, niet bijzonder van smaak en gemakzuchtig in elkaar gedraaid. De kip kan bekoren, de kousenband met kokos is heerlijk en het viskoekje behalve grappig ook smaakvol, maar de rendang heeft een pregnante, onplezierige leversmaak en de garnaal is van dertien-in-een-dozijn; we snappen niet waarom dit gerecht ruim 25 euro moet kosten.

Omdat we niet van bier houden, negeren we het drankadvies en wordt het gekoelde rode wijn, een blend van merlot en cabernet franc (31,- per fles), wel aardig, en nemen nog een toetje: sago (6,50). Sago is een zetmeelproduct, zachte parels in kokosroom en honingmeloen, een grappig, glazig, glibberig gerechtje, lekker. Het is een fijn slot van een wisselvallig etentje dat ons in nostalgie dompelt. Vroeger, toen de gulden er nog was, aten we vaak voor een habbekrats een lekker bordje eten in een krakkemikkig Indisch eethuisje tegenover de Stopera. Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan.