Vier tripjes die je binnenkort misschien niet meer kan maken

Snel naar een koeiengevecht voor het te laat is, zegt .

Boomhuttenhotel<strong> Chole Mjini</strong>

Illustratie Martien ter Veen

1. Aaibaarheidsfactor

De ijsbeer kijkt me aan met trouwe hondenogen. Eronder staat: ‘Thank you for being my guest’. Het is een advertentie van een cruisemaatschappij die uitnodigt naar de Noordpool te komen om beren te spotten. Ik zou het maar snel doen, want het zou de laatste mogelijkheid kunnen zijn. Aan dierenreizen komt een eind. Alle trendsignalen staan die kant op. Stierenvechten is haast uitgestorven, circussen zijn wildebeestenloos, Dolfinariums liggen onder vuur, net als olifant- en kameelrijden, rodeo’s, tijger- en koalabeeraaien, dolfijnzwemmen, koraalrifduiken en nog zo wat dier gerelateerde vakantiebezigheden. De lobby daartegen wint terrein. Zelfs safari’s worden nu scheef bekeken, want hoe storend is het voor de gnoe om zijn drinkplaats te delen met toeristen die dineren? Let wel: het gaat om mooie, aaibare diersoorten. Dat onder insecten en torachtigen de grootste uitsterfte plaatsvindt, deert niemand. Muggen mag u vrijelijk doodspuiten. Mits met een ozonvriendelijke spuitbus.

2. Koeiengevechten

Elk voorjaar wordt in het Zwitserse kanton Wallis/Valais een plaatselijk, eeuwenoud festijn gehouden: combat de reine op z’n Frans, Ringkuhkampf op z’n Duits, koeienvechten op z’n Hollands. Enorme beesten van het Hérens koeienras gaan elkaar in een zandbak te lijf, terwijl de Zwitsers eromheen juichen en schnapps drinken. De koeien strijden van nature na de winterperiode om de beste plek in de lentewei. Dames zijn de vechters in dit ras. De strijd is beslecht als een koe het opgeeft. De scheids leidt haar dan weg, voordat ze doorgaat met stoten met haar angstaanjagende horens. Bloed vloeit er zelden. Winstgevend is het niet; de overheid subsidieert het fokken van dit ras. De koeien dragen koeienbellen. De Nederlandse Nancy Holden vecht al jaren tegen koeienbellen, die ze dieronterend vindt. De beesten zouden er gek van worden.

3. Niet zoo, maar zo

Stedentrips zijn leuk (hoewel slecht voor het milieu met al dat gevlieg), maar vermijd te allen tijde de dierentuin. Actrice Joanna Lumley steunt met verve de Born Free Foundation die vindt dat dierentuinen niet deugen omdat het een onnatuurlijke habitat is. Probleem is dat veel mensen dat niet weten. Dierentuinen ventileren dat ze bedreigde diersoorten steunen, maar volgens Lumley c.s. is nog geen 10 procent van de dieren daar bedreigd. De kennis van de toeristen moet dus snel worden bijgespijkerd. Selfies met schildpadden op de Caymaneilanden lijken diervriendelijk (ze zijn bedreigd en worden daar gefokt), maar het merendeel verdwijnt na de foto in de soep. Toeristeneducatie heeft dus prioriteit, menen organisaties als The Animal Friendly Holiday Guide en World Animal Protection; de meeste toeristen zij het vooralsnog vergeven, omdat ze op z’n bijbels niet weten wat ze doen.

Het boomhuttenhotel op het Tanzaniaanse Mafia eiland.

4. Boomhutten in gevaar

Ook met logeren in een boomhut zou ik niet te lang wachten, want ook daarmee zijn activisten de strijd aangegaan. Boomhutten verstoren de natuurlijke habitat van vogels en andere boomliefhebbende dieren, dus hoe natuurlijk de hut ook is (van boom gemaakt), weg ermee. Chole Mjini is een boomhuttenhotel op het Tanzaniaanse Mafia eiland. Het is puur natuur in elkaar getimmerd door plaatselijke bewoners, die meeprofiteren van de opbrengst (het genereert werk en de school wordt er mede door gefinancierd). Goed voor de arme bevolking, slecht voor de boomklevers en de grootste attractie, koraalrifduiken, want laat vis en koraal met rust. Het is een van vele voorbeelden waar dierenprotectie botst met hulp aan de bevolking.