Val kabinet IJsland leidt tot nieuwe verkiezingen

Eén van de regeringspartijen trok zich terug vanwege een schandaal rond premier Benediktsson.

Ottarr Proppe (Glansrijke Toekomstpartij), premier Bjarni Benediktsson (Onafhankelijkheidspartij) en Benedikt Johannesson (Vernieuwingspartij) in januari bij de presentatie van het kabinet. Foto Birgir Thor Hardarson/EPA

Na negen maanden regeren is vrijdag het kabinet van IJsland gevallen. Eén van de drie coalitiepartijen is na een schandaal rondom premier Bjarni Benediktsson uit de regering gestapt, waardoor het kabinet geen meerderheid meer heeft. Volgens persbureau Reuters gaat Benediktsson nieuwe verkiezingen uitschrijven.

Benediktsson is de leider van de Onafhankelijkheidspartij, die in oktober vorig jaar de parlementsverkiezingen won. Hij vormde een centrumrechtse regering met de Vernieuwingspartij en de Glansrijke Toekomstpartij. De coalitie had met 32 van de 63 zetels een krappe meerderheid.

Kindermisbruik

Die meerderheid verdween toen vrijdag de Glansrijke Toekomstpartij met zijn vier zetels uit het kabinet vertrok. Aanleiding voor dat besluit was de ophef die ontstond over Benediktssons vader. Die had voor een oude vriend die was veroordeeld voor kindermisbruik een brief geschreven waarin hij vroeg om schoonveging van diens strafblad. In IJsland kunnen zedendelinquenten een beroep doen op een wet die dat mogelijk maakt.

Benediktsson en zijn minister van Justitie Sigirdur Andersen wisten dat Benediktssons vader de brief had geschreven, maar verzwegen dat. Pas toen Andersen voor een parlementaire onderzoekscommissie moest verschijnen, kwam de waarheid naar buiten. De Glansrijke Toekomstpartij sprak van een “serieuze vertrouwensbreuk”.

Nu zijn kabinet gevallen is, ziet premier Benediktsson er geen heil in binnen het huidige parlement op zoek te gaan naar een nieuwe regeringcoalitie. “Ik denk niet dat we nog een meerderheid gaan vinden. Ik schrijf nieuwe verkiezingen uit”, zei hij volgens Reuters. Benediktsson wil dat de nieuwe verkiezingen in november plaatsvinden.

Nieuw begin

De regering van Benediktsson betekende voor IJsland juist een nieuw begin, nadat het kabinet van de vorige premier Sigmundur Gunnlaugsson vorig jaar temidden van schandalen en burgerprotest tenonder was gegaan. De bevolking was woedend op de regering, omdat de namen van Gunnlaugsson, ministers en andere leden van de regeringspartijen waren opgedoken in de Panama Papers. De politci bleken geld te hebben weggesluist naar belastingparadijzen.

Gunnlaugsson stapte op, maar dat vond het volk niet genoeg. Het eiste en kreeg nieuwe verkiezingen. De Progressieve Partij van Gunnlaugsson, voorheen de grootste, werd daarin gedecimeerd. Benediktssons Onafhankelijkheidspartij won, ondanks dat ze ook betrokken was bij het Panama Papers-schandaal. De Piratenpartij, die radicale hervormingen beloofde, werd verrassend derde. De partij van hackers en privacyactivisten onderhandelde met de Groenen over een kabinet, maar die besprekingen liepen stuk.