Recensie

Twee jongens in bezit van de bergen

Paolo Cognetti

Jongens en de relatie met hun vader. Dat is het thema van de in Italië onderscheiden psychologische roman van Cognetti, die twee jongens opvoert met een grote liefde voor bergen.

Schrijver Paolo Cognetti woont een deel van het jaar in de bergen in Noord-Italië. Foto Roberta Roberto

‘Mijn vader is een lastige man geweest. Dominant en vermoeiend. Als hij in de buurt was, bestond alleen hij: zijn karakter eiste dat onze levens om het zijne draaiden.’ Zo omschrijft hoofdpersoon Pietro zijn vader in de Italiaanse roman De acht bergen. De vader-zoonverhouding is een intrigerende constante in het verhaal van de Italiaanse schrijver Paolo Cognetti (1978), aan wie begin juli de belangrijke Italiaanse literatuurprijs Premio Strega werd toegekend. Kort daarvoor hadden scholieren hem al aangewezen als winnaar van de Premio Strega Giovani.

Het is de eerste keer dat beide prijzen voor dezelfde schrijver zijn. Dat zegt iets over de aantrekkingskracht van het onderwerp: jongeren herkennen wellicht de moeizame relatie met de vader. Tegelijkertijd laat Cognetti ingenieus zien dat die verhouding zich ten goede kan keren. Sterker nog, dat je op je vader gaat lijken.

Die moeilijke verhouding met de vader geeft alle ruimte aan het eigenlijke onderwerp waar De acht bergen over gaat: vriendschap. Niet de vriendschap tussen twee meisjes zoals in de Napolitaanse romans van Elena Ferrante, waar een lange lijst van namen is toegevoegd om de vriendschap in te bedden, maar bijna subtieler, de vriendschap tussen twee jongens die de berg Grenon beschouwen als gemeenschappelijk ‘bezit’. De schrijver heeft weinig andere personages nodig om tot een uitzonderlijk goed verhaal te komen.

Berghuwelijk

De elfjarige Pietro moet ieder jaar met zijn ouders mee naar de bergen. Zij hebben elkaar ooit in de Dolomieten ontmoet, trouwden er en in de bergen zijn ze gelukkiger dan thuis in Milaan. Hun berghuwelijk blijft de ‘stichtingsmythe’ van het gezin en alleen tijdens bergwandelingen toont de vader enige liefde voor zijn zoon, maar daarna vertrekt hij meteen weer naar Milaan om te werken. Wekenlang blijft Pietro dan alleen met zijn moeder in Grana, een piepklein dorpje op de grens van de regio’s Piemonte en Val d’Aosta, in een schuurtje dat zij heeft omgetoverd tot vakantiehuis.

Pietro ontmoet – dat wil zeggen: zijn moeder brengt de twee jongens bij elkaar omdat er voor haar zoon verder niets te beleven valt in het dorp – Bruno, die de koeien weidt. Hij neemt Pietro mee de bergen in en leidt hem langs verlaten huizen, onbegaanbare paden en leert hem alles over rotsen en bergmeren. Aan het einde van elke zomer nemen ze afscheid.

Dat weerzien gaat langer duren wanneer Pietro na zijn middelbare school breekt met zijn vader en van Milaan naar Turijn verhuist. Over Pietro in Milaan of in Turijn vertelt Cognetti weinig, te weinig. Alleen dat hij zoekt naar werk als documentairemaker. Pas twintig jaar later gaat Pietro door het lot gestuurd terug naar Grana en ontmoet Bruno weer, die daar als man van de bergen nooit weg zal gaan. Mannen zijn het nu, beiden zwijgzaam, eenzaam en tot elkaar veroordeeld – niet in de laatste plaats door toedoen van die vader. Een van de spannendste momenten in hun vriendschap is wanneer zij in een zelf opgeknapte bouwval op tweeduizend meter hoogte een lawine over zich heen krijgen. Uiteindelijk durven ze naar buiten te gaan en wat zij zien, is onvoorstelbaar. De sneeuw had in zijn val zelfs de rotsgrond om hen heen blootgelegd.

Jullie stedelingen

Bruno wordt in de loop van de tijd spraakzamer als Pietro een enkele vriend of vriendin meeneemt naar de bergen, maar ergert zich als die gaan fantaseren over een ecologisch dorp hoog in de bergen. Bruno: ‘Jullie stedelingen noemen het natuur, wij praten over bos, rivier, weide, rotsen – dingen die je kunt aanwijzen met je vinger, die je kunt gebruiken.’ Hij haalt de stadse mentaliteit onderuit, alsof hij wil zeggen: wie is hier de bergbewoner?

Pietro gaat weer verder, hij wil reizen, naar de Himalaya om daar te klimmen en documentaires te maken. Dit verlangen komt voort uit ‘hun’ berg, waar ze elkaar steeds zien – maar Pietro wil méér, nu wil hij ‘de mooiste en verste bergen van de wereld beklimmen’. Een oude Nepalees (‘een draagbaar kippenhok’) legt aan Pietro op zijn klim van de Mount Everest uit dat hij dus ‘de tocht langs de acht bergen’ aan het maken is.

Huh? Wel, legt de man uit, trek een cirkel om jouw lievelingsberg, ofwel het beginpunt van jouw zoektocht naar ‘meer’ en ‘hoger’, en verdeel de cirkel in acht vlakken, dan heb je acht bergen. De Nepalese drager raakt met zijn wijsheid de eenzame wandelaar. Pietro denkt aan het fanatieke klimmen van zijn vader, aan zichzelf en besluit dat de hut die hij samen met Bruno bouwde op de Grenon staat voor zijn lievelingsberg.

Elastische rotsen

Het is een prachtige metafoor voor het zoeken naar geluk en het verklaart de wandeldrang van de vader, die in het mini-vakantiehuisje een kaart ophing en daarop steeds minutieus met zwarte stift zijn wandelingen naar bergtoppen aangaf. Wanneer de jongens meeliepen, kregen zij hun eigen kleur: rood voor Pietro en groen voor Bruno. Samen bewandelden de jongens ook niet-bestaande paden.

Pure vriendschap dus, waarin zij slechts twee keer aan elkaar moeten vragen of zij nog wel vrienden zijn. Beide keren bevestigen ze hun verbond; mijn huis is jouw huis.

De acht bergen is een moderne psychologische roman met vriendschap in de hoofdrol waarin jongens op soms roekeloze wijze bergen bedwingen, waarin eenzaamheid een eigen betekenis krijgt en tragische gebeurtenissen niet uit de weg worden gegaan.

Met de beschrijving van de ‘elastische rotsen’ en de kleur van het ijs in de gletsjerwand, heeft Cognetti een eigen stijl ontwikkeld om het immense berglandschap te beschrijven: liefdevol, rauw en meer dan betrokken.