Soms een tovenaar, maar vaak ook een rommelaar

Davis Cup

De Nederlandse tennissers staan achter tegen Tsjechië. Thiemo de Bakker liet vlagen van zijn oude talent zien, maar verloor toch.

Thiemo de Bakker in zijn Davis Cup-duel tegen de Tsjech Jiri Vesely. Hij verloor vrijdag in vijf sets.Foto Koen Suyk/ANP

Het zijn spaarzame bevliegingen van de oude Thiemo de Bakker, vrijdag in het splinternieuwe Sportcampus Zuiderpark in Den Haag. Diep in hem schuilt nog het voormalige supertalent dat bij momenten opleeft. Zie zo’n punt, begin tweede set. Vanuit de verdediging komt hij opeens met een katachtige forehand langs de lijn. Wereldbal. Publiek op de banken.

Soms een tovenaar. Maar vaak ook een rommelaar. Het zijn de twee gezichten van De Bakker in het openingsduel van de Davis Cup-ontmoeting met Tsjechië, waar plaatsing voor de wereldgroep van het landentoernooi op het spel staat. Hij geeft een 2-1 voorsprong in sets uit handen en verliest na drie uur en drie kwartier van de eendimensionale zwoeger Jiri Vesely: 4-6, 6-3, 4-6, 6-4 en 6-4.

Desastreuze dag

Het is een desastreuze openingsdag voor het Nederlands team. Robin Haase verliest vrijdagavond eveneens in vijf sets, van Lukas Rosol: 6-7, 6-3, 6-2, 3-6 en 7-5. Ofwel: 2-0 voor de Tsjechen. Als zij zaterdag het dubbelspel winnen, is het al beslist.

Zo wordt het een complexe operatie om de wereldgroep te bereiken, waar Nederland voor het laatst in 2014 in uitkwam. Vooraf gold dit als een goede kans om topland Tsjechië – winnaar in 2012 en 2013 – te vloeren, door het ontbreken van sterspeler Tomas Berdych, die voorkeur geeft aan zijn eigen programma. De laatste zege op Tsjechië was in 1925.

In alle middelmatigheid was het best een fascinerend gevecht, De Bakker tegen Vesely, de nummer 408 tegen de nummer 59 van de wereld. De Bakker – in 2010 veertigste – is afgelopen jaar ver teruggezakt, als gevolg van blessures (elleboog, schouder) en motivatieproblemen. De geest, het lichaam – het was er niet.

Deze zomer krabbelde hij langzaam weer op. Hij won futures – het derde internationale niveau – in Alkmaar, Middelburg en Rotterdam. En bij het challengertoernooi in Scheveningen haalde hij de halve finale – in de eerste ronde versloeg hij Haase.

Het zijn tekenen dat De Bakker zijn vastgelopen carrière nieuw leven wil inblazen, na veel seizoenen van net-niet of helemaal niet. De tijd tikt, dinsdag wordt hij 29. Hij leefde nooit volwaardig als prof, nu lijkt hij eindelijk te realiseren dat meer nodig is om nog iets te maken van zijn loopbaan. „Ik zal nu ook dagen hebben dat ik liever in mijn bed blijf liggen. Maar ik sta nu wel meestal op”, zei hij eind juni bij het toernooi in Alkmaar.

Na zijn zomerse tour in de marge is dit een weekend waar hij zich weer eens kan laten zien aan een groter publiek. Hij oogt gretig, gebrand, agressief, zo fanatiek glijdend op zijn favoriete gravel. Hij gaat vol voor zijn winners, het heeft een hoog alles-of-niets-gehalte.

Het is een dun lijntje waarop hij balanceert, deze De Bakker. Met het dropshot als zijn vervaarlijke speeltje. Het is een beetje Russisch roulette, het risico dat hij ermee neemt. 21 zaait hij er, slechts 9 keer haalt hij het punt binnen. Als het lukt zijn het juweeltjes, als ze in het net belanden oogt het zo prutserig, zo gemakzuchtig, als een vlucht uit de rally.

„Als ik ermee begin, vind ik het moeilijk om ermee te stoppen”, zegt De Bakker. „Af en toe speelde ik ze te veel.” Veel te veel, mag je stellen.

Oudere man

De Bakker opent uitstekend, met tennis van topvijftig niveau. Maar langzaam zie je De Bakker veranderen in een oudere man, steeds net iets te laat, met te veel afzwaaiers, te veel inzinkingen. Het hoofd kleurt gaandeweg rood, de tank loopt leeg. Verwonderlijk is dat niet, zijn laatste vijfsetter speelde hij een jaar geleden in de Davis Cup tegen Zweden.

In dat opzicht nam captain Paul Haarhuis een risico met het opstellen van De Bakker, wiens fysieke staat broos te noemen is. Hij is opgelucht „dat het lichaam het houdt”, zegt De Bakker. Hij heeft een cyste rond zijn rechterschouder. Een probleem van de laatste jaren, sinds zijn rentree eind juni „blijft het non-stop irriteren”. Na zware inspanningen kwam deze zomer regelmatig een terugslag.

Hij werkt toe naar 2018, dat moet het jaar van zijn opmars op de wereldranglijst worden. Waarschijnlijk zal hij na dit weekend veel rust nemen om zijn schouder te laten herstellen. „Ik zal dit jaar niet nog tien toernooien gaan spelen.”

Alles bij elkaar vormt dit duel de bevestiging dat hij het nog kan, spelen op topniveau. Al is dat voor hem geen verrassing. „Dat wist ik de afgelopen tien jaar ook wel. Dit is leuk en mooi om weer mee te maken, maar ik weet echt wel dat ik kan tennissen.”

Dat mag zo zijn. Het is aan hem om het over een langere periode op constant niveau te laten zien.