Interview

Slecht voetbal is ook voetbal en voetbal is als drugs

Nederlands voetbal

Chagrijn heerst in de commentaren over de staat van het nationale voetbal. Nederland speelt geen rol van betekenis meer. Twee analisten, Hans Kraay jr. en Aad de Mos, blijven desondanks geboeid. „Slecht voetbal is ook voetbal.”

Voetbalanalisten Hans Kraaij jr. (links) en Aad de Mos Foto Andreas Terlaak

Het Nederlands elftal is terug bij af. Feyenoord was kanonnenvoer in de Champions League. Ajax maakte zich te schande in Europa. KNVB-voorzitter luidt de noodklok. Kunstgras heeft het Nederlandse voetbal vervloekt.

Dát is zo ongeveer de teneur van de stellingen en citaten die Aad de Mos en Hans Kraay jr. deze doordeweekse ochtend met een grijns aanschouwen vanachter een kop koffie. Instemmend pikken ze hun eigen woorden eruit. Ja, de spelers van Oranje moeten vooral bidden als ze kans willen maken op het WK – dat vindt Kraay nog steeds. „Dit Oranje is door geen enkele bondscoach te repareren”, zegt De Mos. Gevraagd naar zijn indruk van de eerste speelronde in de Champions League is hij evenmin optimistisch. „Van zeven van de acht poules kan mijn buurvrouw de uitkomst voorspellen.”

Een dubbelgesprek met twee voetbalprominenten over de bitterheid in het Nederlandse voetballandschap: als dat maar niet zou verzanden in cynisme. Van talkshows en kranten tot websites en sociale media: chagrijn overheerst. Alsof er niets meer van het Nederlandse voetbal deugt. Is pessimisme de nieuwe norm? En beleven Kraay en De Mos nog wel plezier aan het voetbal?

Om die laatste vraag direct te beantwoorden: ja. Slecht voetbal is ook voetbal en voetbal is voor hen als drugs. Daarover later meer.

Analyseren is hun core business. Kraay (57) was een modale profvoetballer die tegenwoordig vooral bekendheid geniet als sidekick bij Voetbal Inside en De tafel van Kees. De Mos (70) maakte faam als trainer bij Ajax en KV Mechelen voordat hij een van de meest geciteerde voetbalanalisten van Nederland werd. Wekelijks schuift hij aan bij Nederlandse en Belgische voetbalzenders.

Man en paard

„Onderweg naar dit gesprek heb ik nog een analyse afgeleverd voor de NOS. Ik heb Jurgen Streppel en Erik ten Hag in het zonnetje gezet, maar ik heb ook eerlijk gezegd dat de chemie van Phillip Cocu bij PSV is uitgewerkt. Ben ik dan negatief? Niet per se, maar dat van Cocu wordt wel de kop. En dat geeft ook niet. Ik noem man en paard.”

En Kraay, hoe schat hij zichzelf in? „Niet negatief, niet positief. Ik ben objectief. Mijn vader (oud-trainer Hans Kraay senior) zei altijd: zeg wat je denkt, zeg wat je ziet. Goed is goed, fout is fout. Wat ze van de Kraayen vinden doet er verder niet toe.”

De Mos: „Je kunt het negatief vinden dat ik Willem II een Madurodamploeg heb genoemd, maar ik vraag me oprecht af hoe Erwin van de Looi het met die lilliputters moet oplossen. Moet ik dan zeggen: jullie hebben echt kans, en daar vervolgens gezellig in de skybox gaan zitten? Zoals Hans zegt: fout is fout.”

Kraay: „Als ik hoor dat Vincent Janssen zichzelf goed vond spelen tegen Bulgarije, dan vind ik hem geen speler voor het Nederlands elftal. Dat zeg ik in allebei de programma’s waar ik zit. Als je niet eerlijk bent, prikken de kijkers door je heen. Is dat bitter? Het is eerlijk.”

De Mos: „In het voetbal is iedereen bezig met zijn eigen waarheid. Ik sta open voor innovatie, maar ik merk dat de wereld om me heen heel conservatief is. Wat ik zeg komt niet altijd aan. En daar word ik wel moe van. Zo pessimistisch ben ik niet, maar er gaat gewoon een hoop fout. Zeker bij de KNVB.”

Anders dan het publiek denkt, gaat er veel voorbereiding vooraf aan hun optredens op tv. Ze zien veel wedstrijden, maar ook trainingen. Kraay ziet geregeld trainingen van Feyenoord en FC Utrecht, De Mos is vaak bij PSV. „Ik heb het geluk dat ik voor mijn werk bij Fox Sports heel vaak tussen de dug-outs in sta”, zegt Kraay, zelf trainer van FC Lienden in de tweede divisie. „Ik wil dan zien hoe trainers met hun ploeg omgaan. Roepen ze alleen maar ‘goede bal’ of coachen ze vooruit?”

Jeugdtrainingen in de regen

De Mos: „Het liefst zie ik jeugdtrainingen als het regent, op echt gras. Met mijn kaplaarzen in de modder, paraplu erbij. Juist dan kun je zien welke spelers de goede mentaliteit hebben. Niet op dat kunstgras waar ze tegenwoordig op trainen. Zeg ik tegen Toon Gerbrands: leiden jullie soms op voor de Jupiler League? Staat hij raar te kijken.”

Kunstgras – het woord is gevallen. Minutenlang geven De Mos en Kraay af op iets wat zij beschouwen als het plastic kwaad. Althans, in het professionele voetbal. De suggestie dat het kunstgrasdebat de voorbije maand is verhard, wuiven ze weg. Tegenargumenten? „Sta ik niet voor open. Ik vind het onbegrijpelijk dat Feyenoord vier dagen voor de wedstrijd tegen Manchester City bij Heracles op kunstgras speelt”, zegt Kraay. Vervolgens: „Aad, jij hebt echt een fascinatie voor gras hè?”

Kraay vertelt over de keer dat hij in 1988 als verslaggever een bezoek bracht aan De Mos in het jaar dat die de Europa Cup II won als trainer van KV Mechelen. Bij aankomst trof hij De Mos op zijn knieën aan in het stadion, samen met de terreinknecht, beiden met een schaartje in de hand. De Mos: „Knipten we slablaadjes uit het veld. Van vierkante meter naar vierkante meter.”

Kraay: „Op dat veld had ik zelfs goed kunnen voetballen.”

Wie lang genoeg naar hen luistert, zou kunnen denken dat vroeger alles beter was. Niet altijd, zegt De Mos. Maar bij het analyseren van wedstrijden ontkomt hij er niet aan om terug te vallen op kennis die hij opdeed in zijn hoogtijdagen als trainer, de jaren tachtig en negentig.

Er is bijvoorbeeld een mythe in het voetbal die De Mos steevast probeert te ontkrachten. Namelijk dat Johan Cruijff als trainer met een 4-3-3-formatie speelde. Onlangs nog, toen Cruijffs visie werd genoemd bij het analyseren van het Nederlands elftal. „We zijn door Cruijff in de maling genomen, want hij heeft zelf nooit in dat systeem gespeeld. Heeft Johan me zelf nog verteld. Maar dat is beeldvorming, hè. Net zoals ze bij mij denken aan afkoopsommen en bij Hans aan het gooien met zijn jasje. Daar kom je nooit vanaf, al geef je honderd interviews.”

Kraay: „Voor mij bleef hij altijd meneer Cruijff. Iemand die ik altijd aansprak met u.”

De Mos: „Ik heb nog met hem gehonkbald, hè.”

Hoewel het verleidelijk is wijsheden van vroeger op te rakelen, benadrukt De Mos dat hij nieuwe denkstromingen nadrukkelijk volgt. „Ik zit veel op sociale media en daar zijn het veel jonge mensen die mij volgen. Die komen goed beslagen ten ijs. Veel beter dan mijn generatie, die in slaap is gevallen. Ik heb een aantal volgers die erg scherp zijn. Of ze werken niet of ze hebben zoveel tijd dat ze alles kunnen uitzoeken. Zeg ik dat een speler van Burnley komt terwijl het Sunderland is, dan zijn ze klaar met je. Social media liegen niet.”

„Daarom heb ik dus geen Twitter”, zegt Kraay. „Bij een goede analyse van Aad zou ik er niks op zetten. Als hij uit zijn nek kletst wel. Negentig procent wat erop staat, is gezeik.”

Verhard medialandschap

Aan Kraay de vraag of dat geen voorbeeld is van een verhard medialandschap? Wie wil er nog technisch directeur van de KNVB worden als hem misschien wel hetzelfde lot wacht als Hans van Breukelen na diens beruchte persconferentie over de aanstelling van Dick Advocaat. Een volkstribunaal.

Kraay: „Als je bij de KNVB een topfunctie hebt, moet je net als Mark Rutte tegen kritiek kunnen. Je moet vooral geen lange tenen hebben.”

Ze zijn teleurgesteld in de Europese prestaties van Ajax en PSV en achten de kans klein dat Oranje alsnog het WK haalt. Vinden ze voetbal kijken nog wel leuk in tijden van chagrijn? Ja, toch wel.

Kraay: „Ondanks dat we nergens in Europa zo slecht verdedigen als in Nederland, kan ik toch genieten van die ene mooie goal die ik voorbij zie komen. Vrijdags, bij het schakelprogramma van de Jupiler League, sluit ik de avond vaak genoeg met blosjes op de wangen af. ‘Dit was weer niet best’. Maar als ik ter afsluiting toch nog een keer een prachtgoal kan zien, zoals laatst met Jong Ajax-speler Dennis Johnsen, ga ik toch nog met een goed gevoel naar huis.”

De Mos: „Ik vind het heerlijk om naar de jeugd van PSV te kijken, maakt niet uit tegen wie. De opstelling doe ik in mijn kontzak en bekijk ik pas als ik om half vijf weer thuis ben. Bakkie soep erbij. Als ik dan de namen ken van de jongens die me zijn opgevallen, weet ik dat ik er goed op zit. Zo niet, dan vraag ik me af hoe het kan dat ik nog nooit van ze heb gehoord.”

Op de maandag na, de dag waarop hij op zijn kleinzoon past, richt De Mos zich dagelijks op het voetbal alsof het een dienstbetrekking is. Zijn agenda is als een kopie van een voetbalkalender. „Mijn vrouw vroeg laatst waarom in mijn agenda stond dat we van 27 mei tot 13 juni vakantie hebben. Nou, 26 mei is de Champions League-finale, 14 juni begint het WK. Noem het autistisch, maar ik denk twee stappen vooruit. Dinsdag, woensdag, donderdag blokkeer ik meteen: Europees voetbal. Tak, tak, tak. Het is toch een drug die ik nodig heb.”

Hans Kraay zou afgelopen woensdag in een sterrenrestaurant gaan eten met zijn vrouw Sofie. Woensdag, de enige dag dat hij thuis is, is immers „Sofie-avond”. Een goede fles wijn op tafel en met de taxi naar huis – zo’n avond zou het worden. Totdat zijn vrouw erachter kwam dat Feyenoord die avond tegen Manchester City speelde. „Omdat ze wist dat ik onrustig op mijn stoel zou zitten, heeft ze de reservering zelf afgezegd. Ze kent me al te goed.”

De Mos: „Gewoon een slechte planning Hans.”