‘Politie moet ook ouders en partner van agent kunnen screenen’

Dat bepleit het hoofd van de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten bij de Nationale Politie.

Foto ANP / Niels Wenstedt

De politie moet wettelijk toestemming krijgen om mensen in de omgeving van een agent te onderzoeken. Dat bepleit Nathalie Smeets, hoofd van de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten bij de Nationale Politie.

Nu kan bij screening van politiemedewerkers alleen de betrokkene worden onderzocht. Smeets: „We zien de kwetsbaarheden van dit systeem en daarom zou het beter zijn als bij dergelijke betrouwbaarheidsonderzoeken bijvoorbeeld ook de partner of ouders in het onderzoek kunnen worden betrokken. We willen de screening verder professionaliseren en daarvoor zijn nieuwe regels nodig”, aldus Smeets.

Afgelopen donderdag werd een studie van het wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum (WODC) gepubliceerd naar corruptie bij opsporingsdiensten. Aanleiding voor de studie was onder meer de aanhouding van ‘politiemol’ Mark M. uit Weert die informatie uit meer dan honderd strafrechtelijke onderzoeken zou hebben verkocht aan de voornamelijk Brabantse onderwereld. Uit een inventarisatie van het WODC blijkt dat tussen 2012 en 2016 in tachtig gevallen sprake was van een integriteitschending en een relatie met georganiseerde criminaliteit.

Migratieachtergrond

Functionarissen met een migratie-achtergrond zijn volgens de onderzoekers oververtegenwoordigd in de groep corrupte rechtshandhavers. Bij de politie is bij 40 procent van de corruptiezaken iemand met een migratieachtergrond betrokken, terwijl zij in het personeelsbestand 7 procent van het totaal uitmaken.

In het rapport staat dat vooral bij de politie veel functionarissen vinden dat er het nodige te verbeteren valt bij de uitvoering van het screenen van medewerkers. Veel corruptiegevallen doen zich voor bij de basiseenheden van de politie en juist daar geldt de laagste vorm van screening. Volgens het onderzoek is screenen niet het tovermiddel waarvoor het wel eens wordt gehouden. Het is wel een belangrijk instrument in combinatie met andere instrumenten.

In het WODC-onderzoek wordt door politiemedewerkers geklaagd dat er nauwelijks nog huisbezoeken zijn bij te screenen kandidaten. Smeets zegt desgevraagd dat „ook zonder huisbezoek screening zorgvuldig gebeurt. Kandidaten die onderzocht worden, zorgen er voor dat thuis alles op orde is. Via de analyse van gedrag van mensen op social media is veel meer informatie te vinden. Een huisbezoek wordt gedaan indien daar uit de voorinformatie een noodzaak toe is. Professionalisering betekent ook efficiency en effectiviteit bevorderen.”

Verdachte databewegingen

Onderzoeker en criminoloog Hans Nelen pleit voor de invoering van een geautomatiseerd systeem waarmee afwijkende patronen in zoekgedrag in politiesystemen van politiemensen kunnen worden opgespoord. Nelen is ook voor steekproefsgewijze controles van agenten. „Net zoals bij Albert Heijn af en toe mensen nadrukkelijker worden gecontroleerd om te zien of ze wel alles afrekenen. Politiemensen wijzen dergelijke controles af omdat ze dit zien als blijk van wantrouwen, maar het hoort gewoon bij een professionele organisatie”, zegt Nelen.

Smeets vindt dat de controles zich niet zo zeer zouden moeten richten op politiemensen, maar op verdachte databewegingen. Als bepaalde bestanden op een opvallende manier geraadpleegd worden, zou dit tot nader onderzoek kunnen leiden. „We zijn zeer ernstig bezig met het bewaken van de integriteit binnen de politie. Maar we moeten deze kwestie ook niet problematiseren. Enige tientallen gevallen van corruptie in een paar jaar onder 60.000 politiewerknemers is ook weer niet zo veel. We moeten niet doen alsof de hele politie corrupt is.”