Nationaliteit speelt geen rol voor jong Europees kunsttalent

Kunstfestival Op Neu Now presenteren jonge talentvolle alumni van Europese kunstacademies hun werk. Nationale identiteit lijkt voor hen een gepasseerd station.

Het werk 'Sisyphean' (2016) van Hyo Jae Park verwijst naar de machines die Leonarde Da Vinci ontwierp en de mythe van Sisyfus. Foto Neu Now

Een The Hunger Games-achtige populariteitswedstrijd voor kunstenaars: daar doet de performance Art Club Ultra van Franco Cortez aan denken. In een nachtclubsetting (met live muziek en dj) werken vijf jonge makers op de openingsavond van kunstfestival Neu Now aan een nieuw kunstwerk. Cortez staat als een showman het publiek op te zwepen foto’s van hun favoriete kunstwerken te delen op sociale media. „Share! Interact!”, roept hij. Een soort kunstacademiefeestje, maar dan als kunstwerk.

Alumni

Drawing VI van Aski Dahl is een ruimtelijke installatie van zwarte vormen en lijnen achter een half doorschijnend gordijn. Foto Iris Duvekot

Het is opvallend hoe onopvallend het is: de 46 kunstenaars op de negende editie van Neu Now vertegenwoordigen zestien verschillende nationaliteiten, maar inhoudelijk is daarvan weinig merkbaar. De kunstenaars, die zijn voorgedragen door de Europese kunstacademies waarvan ze alumni zijn, vertegenwoordigen een internationale stroming. Ze zijn bezig met thema’s als popcultuur, materialiteit en mondiale kwesties, zoals bijvoorbeeld de vluchtelingencrisis. Nationale identiteit lijkt hier een gepasseerd station.

„Je kunt dat aantal nationaliteiten nog vermenigvuldigen”, zegt de Britse programma-curator Anthony Dean. „Ze zijn in het ene land geboren, hebben gewerkt in een ander land en zijn weer ergens anders afgestudeerd.”

De Zweedse Johanna Samuelsson studeerde kortgeleden af aan de hogeschool voor textiel in Borås. „Mijn mede-studenten kwamen overal vandaan. Het was alsof ik in eigen land toch ook in het buitenland studeerde.” Op de expositie van het festival presenteert ze felgekleurde wandkleden van elastisch materiaal die ze heeft gemaakt met een nieuwe weeftechniek die lijkt op 3D-printen.

Met ‘Ten meters of evidence’ wil Didi Lehnhausen “materialiteit van de foto zichtbaar maken”.
Foto Didi Lehnhausen
Foto Didi Lehnhausen

Bubbel

Het vinden van nieuwe uitdrukkingsvormen voor bekend materiaal is een thema op de expositie: Lea-Nina Fischer, die de kunstacademie van Bern vertegenwoordigt, creëerde voor de tentoonstellingsruimte een parfum dat je waarneming van de monumentale oude fabrieksruimte moet veranderen. Didi Lehnhausen van de Amsterdamse Gerrit Rietveld presenteert Ten meters of evidence, een tien meter lange strook lichtgevoelig papier. Ze bewerkte het papier in een donkere kamer met diverse materialen. Een donkere collage van rijst, vingerafdrukken en uitvergrote negatieven. „Ik wil het materiaal van de foto zichtbaar maken.”

Lehnhausen is blij dat er van de kunstenaars verwacht wordt het hele festival aanwezig te zijn, en dat er voor hen evenementen worden georganiseerd. „Ondanks dat de school erg internationaal is, creëer je daar weer een bubbel. Deelnemen aan deze expositie zorgt dat die weer doorbroken wordt.”