Column

Mark Rutte en zijn Europese ‘vergezichten’

Caroline de Gruyter schrijft iedere week over politiek en Europa.

Foto Remko de Waal/ANP

Mark Rutte noemde Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker een „romanticus” die „naar de oogarts” moet. Als Rutte zulke dingen zegt, moet iedereen wakker worden. Dit betekent dat er in Europa van alles gaat gebeuren, en dat hij zich daar terdege van bewust is, maar geen zin heeft om erover te praten. Dit is het moment waarop je moet gaan opletten wat Rutte in Brussel doet.

Toen voormalig Europees president Herman Van Rompuy in 2012, op het hoogtepunt van de eurocrisis, voorstelde om een bankenunie op te richten, reageerde Rutte net zo. Hij haatte „Europese vergezichten”, zei hij. Intussen is die Europese bankenunie grotendeels op poten gezet. Mede daardoor zit de euro in rustiger vaarwater. Dat is goed voor de Nederlandse economie, die groeit als kool. Nergens is de bankenunie zo populair als in Nederland.

Voor het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016 herhaalde Rutte het mantra: „Wij gaan voor pragmatiek. Europa heeft geen behoefte aan grote visies.” Daarna liep hij zich het vuur uit de sloffen voor de vluchtelingendeal met Turkije. Het plan kwam van Angela Merkel. Het is de eerste bouwsteen van een nieuw, Europees migratie- en vluchtelingenbeleid. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar zonder „visie” op langere termijn had Berlijn dit nooit kunnen optuigen. Ook dit was goed voor Nederland. Eindelijk zagen burgers dat politici greep kregen op de situatie. Dat maakte hen minder angstig en de politiek minder woelig.

Nu wil Juncker de eurozone verder versterken met een begroting en een minister van Financiën. Hij zei woensdag in Straatsburg ook dat meer landen de euro moeten nemen (wat gewoon in het Verdrag staat, dus dat is geen nieuws), en dat zijn functie moet fuseren met die van Europees president Donald Tusk. Hij had wel meer voorstellen, die lang niet allemaal uitgevoerd zullen worden. Dat is niet erg: het is Junckers taak om voorstellen te doen in het Europees belang. Daar wordt hij voor betaald. Niemand anders doet dit. De Europese Raad (waar Tusk werkt) verdedigt de belangen van de lidstaten, en het Europees parlement die van de burgers. Zo heeft iedereen zijn rol. Als Commissievoorzitters stoppen met voorstellen doen, loopt Europa vast.

Met welke plannen van Juncker wél iets gedaan wordt, beslissen de lidstaten. Nu de Britten de EU verlaten en de Franse president weer Europese ambities heeft, worden sommige van die plannen al besproken tussen Berlijn en Parijs. Juncker is, als Luxemburger, geboren op de Frans-Duitse as. Zijn speech hield het midden tussen de lyriek van president Emmanuel Macron en de voorzichtige, pragmatische aanpak van Merkel. Maar de inhoud ligt dichter bij Berlijn. Hij omarmt het Duitse plan voor een Europees Monetair Fonds. Hij wil, net als Merkel, de 27 EU-landen zo min mogelijk splijten tussen eurolanden en niet-eurolanden, en geen aparte euro-instellingen opzetten. Merkels kabinetschef Peter Altmaier prees „deze belangrijke en grote rede” meteen op Twitter. Dat we dat weer eens zouden meemaken: het Bundeskanzleramt dat een Commissievoorzitter prijst! Het lijkt wel alsof Juncker voorlopig dezelfde oogarts frequenteert als Rutte: een Duitser die enig Frans spreekt.

Rutte’s probleem is niet Juncker. De Commissie beschermt kleine landjes tegen grotere. Rutte’s probleem is dat Merkel uiteindelijk compromissen moet sluiten met Macron. De raison d’être van Europa is het Frans-Duitse compromis. Bij zo’n compromis voelt Nederland zich altijd verraden. Verraden door Berlijn, waarmee we ons meer verwant voelen dan met Parijs. Alleen door mee te gaan praten over „vergezichten” kan Rutte de schade daarvan beperken. Dus dat doet hij.

Het zou zo’n verademing zijn als hij dit eens uitlegde in Nederland. Jammer dat hij zich er weer vanaf maakt met een nummertje tegen de Commissie.