Recensie

Land art is op zijn plek in Flevoland

Grote landschapskunst in de uitgestrekte polder vormt sinds de jaren 70 het culturele kapitaal van Flevoland. Een nieuwe tentoonstelling moet voor meer bekendheid zorgen.

Antony Gormley, Exposure, 2010. Foto Johannes Schwartz

Ver fietsen, veel wind, kale vlaktes: sommige mensen kunnen de nadelen van de Flevopolder zo opnoemen. Maar voor twee zaken is die uitgestrektheid een voordeel: voor de natuur, en voor de kunst. Beide hebben ruim baan gekregen in de jongste provincie. Vorige eeuw viel de ontwikkeling ervan deels samen met een nieuwe kunstbeweging, land art, die gedijt bij ruimte en natuur – wat in Nederland niet voor het grijpen ligt. Zo ontdekten land artists de Flevopolder. Ideaal. Niets dan ruimte.

Zeven grote landschapskunstwerken, ontwikkeld tussen 1977 (Robert Morris) en vorig jaar (Paul de Kort), vormen het culturele kapitaal van de provincie. Artistiek zijn het toppers, sociaal soms wat eenzaam. Stilte bij deze buitenkunst verhoogt de meditatieve uitstraling ervan, maar onbekend maakt ook onbemind. Daarom organiseert de organisatie Land Art Flevoland een tentoonstelling ‘in sociaal perspectief’. Dat betekent een terugblik in knipsels en foto’s en maquettes, met liveprojecties van berichten op Twitter en Instagram – om betrokkenheid van burgers te vergroten. En het koppelde zeven hedendaagse kunstenaars, vaak performers, aan die oude werken. Alles om de liefde voor deze kunst aan te wakkeren.

Dat is niet heel gemakkelijk. De kunst ligt wel buiten, openbaar en gratis toegankelijk, maar land artists kozen vaak afgelegenheid om hun creaties los van de mensenwereld te laten bestaan. In die zin is deze anti-museale kunst toch ook best museaal. Vergelijk het maar met stadse buitenkunst: druk met verkeersborden, fietsers, inspraakavonden, het tevreden stellen van omwonenden. Landschapskunst hoeft dat niet.

Dat geeft de kunst zijn kracht maar voor breed draagvlak is het een struikelblok. Vol stevige artistieke uitgangspunten, studies naar vorm en beweging, is ook de tentoonstelling nogal high brow. Maar, daarmee is deze wel met grote eerbied voor de kunstgeschiedenis samengesteld. Stalen objecten van Piet Slegers, van het uit grond opgetrokken werk Aardzee, laten zien hoe land art familie is van de minimal art. Een filmpje van de vegende handen van Richard Serra, die in Zeewolde twee betonnen wanden op zeeniveau aanlegde, toont de verwantschap met performancekunst.

Daarnaast zijn zeven kunstenaars van nu gepaard aan de zeven aardwerken. Een video toont een soort aarderitueel dat Melanie Bonajo uitvoerde in de Groene Kathedraal van Marinus Boezem, de stem van het bos oproepend. Cindy Moorman liet groepen mensen samenkomen bij de Pier+Horizon van Paul de Kort, wat dan weer lijkt op een oude performance van Morris.

Zo breng je mensen naar de kunst, maar het zijn er wel slechts een paar. In de video van Maria Pask bij Serra’s muur lopen mensen links, rechts, met een abstractiegraad die bepaald niet tot de verbeelding spreekt. Spannender is de rockvideo van Feiko Beckers in Aardzee: een gillende gitaar, sculpturen als hobbelpaard, een maffe voordracht over teleurstellingen. Dat kan online aanslaan. Maar vooralsnog staat de clip wat verstopt achterin een website – zo ga je nooit viral.

Zowel de oude als nieuwe combinaties maken het een mooi doordachte tentoonstelling. Maar of je er massa’s mee bereikt? Wat helpt is dat de expositie deel uitmaakt van een breder project, met tijdelijke interventies, informatieborden, busreizen, folders. En tentoonstellingsmaker Martine van Kampen is optimistisch: door samenwerking met de gemeentes die de werken beheren, kwamen in de bestuurlijke laag ideeën los voor meer landschapskunst.

Dat is goed nieuws. Want dit is de grote schat van Flevoland. De Paviljoens zijn opgedoekt, de beeldenroute in Zeewolde deels opgegeven, de architectuurvernieuwing van de Meerpaal in Dronten door verbouwing weg getimmerd. Land art bestaat nog en is er op zijn plek. Het eert de wind, de vlakte, de leegte van de nog jonge polder, het scheppen van aarde uit water. Dat is niet alleen provinciaal belangrijk, het is nationaal erfgoed, met internationale allure. Laten we hopen dat de tentoonstelling daar draagvlak voor vindt.