Column

Klachten

Omdat ik naar het voetballen (Vitesse-Lazio Roma) wilde, logeerde ik een nacht bij mijn bejaarde moeder in Velp. Onze gesprekken waren geen gesprekken, we wisselden uit. Ze was naar de huisarts geweest.

„Ik zeg niet waarom, daar ga ik niemand mee lastigvallen.”

Ik vroeg om koffie.

Ze ging koffie halen bij de Coop bij het Velperbroekcircuit.

Verslagenheid bij thuiskomst: de meegebrachte koffiecupjes pasten niet in het Senseo-apparaat.

Toch proberen.

„Dat gaat niet”, zei ik.

Dan maar thee, ze had een nieuwe waterkoker. Ik zei dat ik, als het allemaal ging lukken met de hypotheek, naar Wormer ging verhuizen. Ze antwoordde dat de huisarts haar had doorverwezen naar een maag-lever-darmarts, maar dat ze het daar verder niet over wilde hebben omdat ze mij er niet mee wilde belasten.

Ik liet foto’s van haar kleinkinderen zien, daarin vonden we elkaar. In de jongste zag ze het gezicht van mijn vader. Ik zei dat ze als we in het nieuwe huis zaten maar moest komen logeren, maar ze antwoordde dat dat misschien niet mocht van de maag-lever-darmspecialist.

Van Jan Siebelink was een nieuw boek uit, het stond op kartonnen borden aangekondigd bij de boekhandel in de Emmastraat. Ze zei dat ze het niet hoefde te hebben in het geval dat de maag-lever-darmspecialist haar in het ziekenhuis wilde houden vanwege de klachten waarover we ons verder het hoofd niet hoefden te breken.

Ik zei dat Jan Siebelink bij Pauw had gezegd dat hij het voltooien van zijn boek bijna niet had overleefd en dat hij, toen hij per ambulance werd afgevoerd, dacht dat het zijn laatste rit was.

„Ik ga er niemand mee lastig vallen”, zei mijn moeder over haar klachten om het verschil met de schrijver te benadrukken. Ze ging het er verder ook niet over hebben. Als ik wilde weten wat ze mankeerde of dacht te mankeren, kon ik het beste bij de buren aanbellen die haar van en naar het ziekenhuis rijden, schoot er door me heen.

Bij het ontbijt serveerde ze de volgende ochtend kokosmakronen. Waarom stopten ze er toch zoveel in die kartonnen verpakking? En dan ook nog met houdbaarheidsdatum, daar kon je als alleenstaande oudere niet tegenop eten. Zeker niet als je klachten had, waarover ze het verder niet wilde hebben.

Ik propte de drie overgebleven kokosmakronen achter elkaar in mijn mond.

„Op”, zei ik toen ik het had weggekauwd.

„Fijn”, zei ze.