Recensie

Jolie schetst traag het trauma van Cambodja

Met 1,7 miljoen doden is de Cambodjaanse genocide een van de dodelijkste in de moderne geschiedenis. Er is in het westen opvallend weinig bekend over hoe de Rode Khmer, de militaire tak van de Communistische Partij in Cambodja, in de jaren zeventig een kwart van de bevolking uitmoordde. Na haar regiedebuut In the Land of Blood and Honey (2011), over de Bosnische burgeroorlog, breidt regisseur Angelina Jolie haar repertoir van sociaal-maatschappelijke films uit. Daarnaast heeft ze een persoonlijke connectie met Cambodja: haar geadopteerde zoon Maddox (16) is er geboren en treedt op als executive producer.

Al jaren wordt Jolie door critici gezien als een white savior, wiens humanitaire werk en het adopteren van kinderen uit arme niet-westerse landen niet oprecht zouden zijn. In juli gingen er geruchten dat de casting-directors van First They Killed My Father op een controversiële manier kindacteurs zouden werven. Voor een auditie zouden ze Cambodjaanse kinderen uit arme gebieden geld geven en vervolgens afpakken, om te zien hoe ze reageerden. Jolie ontkende dit en zei dat er zelfs therapeuten op de set aanwezig waren om de Cambodjaanse acteurs en medewerkers, die werden plaagd door herinneringen aan de genocide, mentaal te ondersteunen.

Werkkamp

In tegenstelling tot The Killing Fields (1984), over een witte Britse journalist die getuige is van het Rode Khmer regime, wordt First They Killed My Father door de ogen van Cambodjanen zelf getoond. De vijfjarige Loung Ung wordt samen met haar familie in een werkkamp geplaatst: een ‘nieuw Cambodja’ waar gevangenen systematisch worden uitgehongerd, waar hun cultuur kapot wordt gemaakt en waar alles in teken staat van de Communistische Partij.

Op een paar bloederige explosiescènes na, is de film redelijk tam met geweld. Jolie maakt een bewuste keuze om niet afhankelijk te zijn van shock-effecten, maar toont juist de emotionele foltering van Loung en haar familie. In een scène steelt Loung, verblind door honger, ’s nachts het handjevol rijst dat haar vader voor de hele familie bewaarde. De volgende dag heeft haar broertje door wat ze deed en slaat hij haar. Ze zit vol schuldgevoelens, maar haar vader vergeeft haar stilletjes en zegt „dat het vast de ratten waren”.

Medeplichtigheid

Het kinderperspectief in de film is een zegen en een vloek. Aan de ene kant wordt een authentiek beeld neergezet van Loung’s ervaring met oorlog, waardoor de kijker sympathiseert met haar verwarring en verdriet. Maar wie niet bekend is met de Rode Khmer, zal door deze film niet méér weten dan een kind.

Wel verwijst Jolie naar de medeplichtigheid van de Amerikaanse overheid. De film begint met korte tv-fragmenten waarin de Amerikaanse president Richard Nixon tijdens de Vietnamoorlog de Amerikaanse inval van buurland Cambodja aankondigt. Die veroorzaakte een domino-effect waardoor de Rode Khmer aan de macht kwam.

De film komt traag op gang en zal niet bij iedereen in de smaak vallen. Kleurrijke flashbacks en hallucinaties naar het vooroorlogse Cambodja doorbreken het lage tempo en de troosteloosheid van de kampen. Bonte beelden van traditionele Cambodjaanse dans en rock-’n-roll voelen als een droom, maar zijn een grimmige herinnering aan het feit dat Loung in een nachtmerrie leeft.

White savior of niet, Jolie besteedt aandacht aan een trauma dat nog rauw in het geheugen van Cambodja zit. Ze bewijst zichzelf wederom als een filmmaker met een grote politieke en artistieke visie.